Daglicht
In zijn ogen mijn spiegelbeeld.
Mijn gelaat in scherpe randjes. Lijntjes van geluk en onzekerheid zijn niet zichtbaar. Maar net op het moment dat ik denk ze te kunnen zien strijkt hij ze glad met zijn warme handen.
Ieder plooitje neemt hij mee met zijn vingertoppen tot aan het randje van mijn lippen, waar mijn glimlach weer begint. Knipper niet, zodat ik ons geluk in jouw ogen kan zien.
Mijn ogen besluiten zelf dicht te gaan om daar het gevoel te beleven.
En net op het moment dat ik mijn ogen weer wil openen plant jij je lippen waar je vingers gestopt waren.
Je bracht je gezicht dit tegen dat van mij. Met onze hoofden tegen elkaar maakten wij de ruimte tussen ons bescheiden. Genoeg om ons ademhaling ritmisch te laten worden.
Mijn lippen tegen die van jou gedrukt bezegel ik mijn gevoel. Uit mijn mond dansen zoveel woorden zonder geluid.
En ineens is dit alles wat ik nodig heb.
De donkere leegte achter mijn gesloten ogen vul jij met licht van zaligheid. Alsof ik je kan zien.
Mijn gedachtes vullen zich opnieuw met vragen waar jij tergelijk antwoord op geeft door me enkel aan te kijken.
daar waar ik mijn eigen glimlach van geluk weer tegenkom. Om ze opnieuw te kunnen sluiten. Zonder vragen.
Zonder onzekerheden. Vol met licht.
1988, vrouw, 38 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende