Met
betrekking tot
de vraag in hoeverre
de hoge positie die aan Yehosjoea haNatsri
aka "Christos" haMasjiach/gezalfde/priester/koning/verlosser e.d.
werd toegekend in 't vroege jodendom past, zouden we nog heel veel meer
oude joodse teksten kunnen bespreken met zeer diverse inhoud.
Voor myDi is 't tot dusver behandelde materiaal wel weer even
voldoende om 'n indruk te geven van joodse geloofs-
voorstellingen vanuit de context waarin 't
zogenaamde christendom
is ontstaan.
Uit al deze
besproken teksten blijkt dat voorzover de vroegjoodse
godsdienst als monotheistisch kan worden beschouwd, we bij deze term
in ieder geval belangrijke kanttekeningen zullen dienen te maken.
Uit oudtestamentische & vroegjoodse [ge-]schriften is immers
te leren dat zij vonden dat 'G d de Heer' in de hemel [ook]
allerlei 'andere gestalten naast zich heeft' die uit hem
'voortkomen' of waarin 'n aspect van zijn wezen
'als het ware werd gepersonificeerd'.
Deze gestalten kunnen
[zei men] ook 'namens g d verschijnen, spreken, handelen'?
Ook achtte men 't mogelijk dat mensen 'tot bij G d kunnen worden verhoogd'!
Blijkbaar kon men 'met g d alle kanten uit' in die tijd:
't betrof hun hele leven van bevruchting tot en met
begrafenis {plus nog 'n eventueel
'hiernamaals', wat dat ook zou
mogen & kunnen
inhouden}!
Bovendien
waren er rond 't begin van onze jaartelling
zelfs al Joden die de verering van andere, 'heidense' goden
door de overige volken
legitiem achtten.
Deze
Joden beschouwden
de heidense goden dan als 'ondergeschikt' aan hun 'eigen g d',
die voor hen als de "Allerhoogste" gold. Met het oog op die vele 'gestalten' "naast G d"
in 't vroege jodendom enerzijds & deze - hier niet verder toedoende - erkenning van andere goden anderzijds zou je kunnen spreken
van 'inclusief mono~
theisme'.
Dit
betekent dat
vereringen van die
'ene g d v/d Joden' kon samengaan
met hun erkenning van andere hemelse & goddelijke gestalten
achter zon, maan
en sterren.
"Inclusief"
staat tegenover 'exclusief':
exclusief monotheisme houdt in dat er slechts
EEN
[enkele] "G d" is & dat [alle] andere goden & machten
OF
'niet bestaan'
OF
in ieder geval absoluut geen enkele verering
waard[ig] zijn!
Vaak
werd v/d joodse godsdienst gedacht
dat die exclusief monotheistisch was,
maar voor 't vroege jodendom
ging dit ook
al niet
op.
Joden
kunnen {blijkbaar}
van alles [en
nog wat]
zijn
...
