wiebel wip king hollewijn en de zwarte zwadderneel




Het
enige wat
we voorlopig kunnen
vaststellen is dat mensen op zoek zijn
naar de betekenis van
ons tijdelijke
bestaan.


En
daartoe zijn
we blijkbaar tot
alles in staat zoals
je bijna elke dag weer
overal kunt zien waar we ook
op aarde aanwezig zijn.

Waarom ben ik hier
en waarom ben ik er niet veeleer niet?
Hoe weet ik wie of wat ik ben als de natuur 'g d' is:
is de natuur uit g d dan is dat een menselijke uitspraak over wat we niet weten
ook al beweren sommigen dat het een openbaring is!
Voorzover ik weet is het wel zo dat we kunnen zien
dat g d uit de natuur komt ...


Leuk woordenspel,
maar wat heb je er eigenlijk aan?
Komt je er ook maar een stap
verder mee?


Anyway,
aan het geloof in g d als ['schappelijke'?] schepper van hemel en aarde liggen,
zoals aan alle geloofsvoorstellingen, menselijke ervaringen ten grondslag, ervaring in de zin van:
onder woorden brengen van [en dus betekenis verlenen aan] wat ons ook maar overkomt
en wat wij er ook maar van kunnen vinden?

Wat maakt eigenlijk
dat mensen, om hun ervaring uit te drukken, van g d als schepper zijn gaan spreken?
Waarom ben ik er en waarom ben ik er veeleer ook weer misschien toch niet?
Dit soort van formuleringen klinken wat raadselachtig
en dat is blijkbaar ook de bedoeling,
want over een raadsel
denken we na!

Maar het gaat terug
op een gevoel dat als een flits door een mens heen kan gaan:
ik ben er maar ik had er ook niet kunnen zijn!
Diegenen die een einde aan hun leven maken zijn er naar het schijnt in geslaagd
om een antwoord te vinden?
Zij lijken te vinden dat ze er maar beter niet zouden kunnen zijn
omdat het te pijnlijk is, te doelloos, te saai
en te 'onmogelijk'?

Duizelingwekkende gedachten
met een besef van minstens twee kanten!
Allereerst kan het uitmonden in een soort van dankbare verwondering over het bestaan?
Wie ben ik dat ik er mag [kan] zijn?
Welke macht heeft mij tot aanzijn geroepen of welke betekenis geef ik
aan mijn voorlopig 'aanwezig' zijn?


Man gab mir einen Koerper ~
wer sagt mir, wozu?
Er ist nur mein,
nur er
...

Die stille Freude:
atmen duerfen, leben.
Wem sei der Dank dafuer gegeben?


De keerzijde:
het is ook soms best wel een beetje griezelig
als je merkt dat je er evengoed niet had kunnen zijn?
De wereld wiebelt, als we daaraan denken:
we bevinden ons [mogelijkerwijs] in de handen van een macht die ons ~
zoals de dagelijkse ervaring uitwijst ~
kan maken maar evengoed
breken!

Of is dat alles toch maar puur toevallig het blinde lot als samenloop van omstandigheden?


In any case,
lot of g d: wat is dat voor een macht die we niet kennen maar wel ervaren en ondergaan?
Is ze wel te vertrouwen of juist helemaal niet?


We staan daarmee, volgens sommigen, voor de meest cruciale vraag van het menselijk bestaan!

Godsdienstige tradities hebben allerlei namen en beschrijvingen
meegegeven aan die macht, verschillende benamingen die nader uitsluitsel bedoelden te geven
over wat die macht nu eigenlijk voorstelt en over wat we ervan kunnen verwachten zo nu en dan
als het erop aankomt.

De christelijke traditie
heeft dat dus duidelijk ook zo gedaan en die macht dan ook "G D" de
"Schepper" van mens en wereld genoemd ...
met het mensenkind Yehosjoea in navolging van de profeten
als zijn 'bemiddelaar',
verkondiger, uitlegger en momenteel vertegenwoordiger
van de 'stand van zaken'?

Heel de christelijke leer
is niets anders dan een nadere uiteenzetting van wat christenen met "G d de Schepper' bedoelen, uitlopend op het geloof dat deze macht WEL te vertrouwen is
[ondanks alles!]?

Hoe kwamen die christelijke tradities op deze antwoorden?


Daarvoor
moeten we dan toch telkens weer naar Israel verwijzen,
van wie de christenheid dit soort gedachten
heeft overgenomen!


En ook zij staan dus weer op de schouders van anderen,
met name van de landbouwende volkeren die zich na het rondtrekkende nomadenbestaan
binnen de vruchtbare halve groene maan van de natuur en haar cyclus afhankelijk wisten
en daar gemakkelijk een goddelijke macht van maakten.

Die vruchtbaarheidsgodsdiensten ~ zo we ze meestal noemen ~
zijn nog helemaal niet zo vreselijk dom of totaal onbegrijpelijk als wel eens wordt voorgesteld?
De natuur met haar onuitputtelijk vermogen om elke lente weer als het ware opnieuw te beginnen, ontwringt ons tot op de mydidag van vandaag ondanks alle dreigende
smeltende polen en stijgende zeespiegels wereldwijd,
verwoestijningen en stormen en rampen
een bijna religieus ontzag
evenals datgene wat zich afspeelt
diep binnenin onszelf:
we snappen 'het' nog niet zo goed,
maar proberen er van binnenuit en naar buiten toe overal rondom ons,
grip op te krijgen?


Joden en christenen
hebben de natuur net niet helemaal gelijk gesteld met de macht die mensen kan maken en breken. Volgens hen is er boven de natuur altijd alsnog 'g d'
[of "G D" als je dat beter bevalt]?


"G D", bij wie mensen ~ om zo te zeggen ~ tegen de natuur in beroep kunnen gaan!

De natuur is dan wel van 'g d',
een instrument van g d, een kleed van g d, mogen wel wel zeggen,
maar g d valt, volgens diezelfde christelijke geloofstradities niet helemaal [of helemaal niet?]
met zijn kleed samen!

Is dat geloof in "G d de Schepper"
de gemakkelijkste entree tot het christelijk geloof?
Dat lijkt welzo: die Schepper kom je immers overal telkens weer [alweer] tegen?
Dat is dan misschien wel waar, als je dat zo wilt zien,
maar het kon ook wel eens wezen dat daarin tegelijkertijd
de grootste frustratie voor het geloof
in g d ligt opgesloten ...

Martin Luther,
EEN van die protestantse [volgens de rooms katholieken ketterse]
kerkvaders uit de zestiende eeuw na "Christos", placht al te zeggen dat het veel gemakkelijker is
om in Gd als Verlosser te geloven: wie wil er nou niet dolgraag verlost worden
als hij/zij/het diep in de ellende zit!

Maar in G d als Schepper geloven
was volgens hem een waar kunststukje,
want dan moet je ook je dagelijkse mydiervaring met g d verbinden:
jouw opvoeding, je studie, werk [of juist werkloosheid], al jouw eigen handicaps
en de persoonlijke en collectieve rampen even goed als alle vreugde
en pleziertjes van het bestaan?


Kortom:
g d komt dan nog misschien wel het dichtst
bij die macht waarop we geen peil
kunnen trekken
...


Of
we moeten
ontkennen ~ andere mogelijkheid ~
dat g d [indien al 'ergens' aanwezig]
wat met die dagelijkse ervaringen te maken heeft?
Maar waar blijft dan weer de "Schepper", het vormgevende,
de oorsprong en het einde, en het
tijdelijk daartussin
aanwezige?


We
hadden het
daar dus al eerder en vaker over
in die afgelopen jaren en zullen er ongetwijfeld op terug blijven komen zolang we leven,
maar voorlopig is dit wel weer genoeg om vast te stellen
dat in "G D" als "Schepper" geloven nog helemaal niet
zo vreselijk simpel is, als soms door dezen & genen
[steeds vaker?] wordt
voorgesteld!
engel
blozen
29 dec 2006 - bewerkt op 20 jun 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende