Wat is er toch mis met mij?
Het stormt, de wind zwiept over mij heen als een koude hand die mij om probeert te duwen, regen klettert bijna horizontaal tegen mijn kleding. Ik ben doordrenkt en mijn kleren maken mijn ledematen zwaar, ik kan me haast niet bewegen. Mijn voeten staan vastgenageld aan de bodem van het houten bootje waar ik op ronddrijf. Het bootje drijft in een zee van torenhoge golven en donkere wolken, aan de horizon worden lichtflitsen gevolgd door oorverdovend gedonder. Ik moet uit deze storm zien te komen, maar ik heb geen peddels en ik kan me haast niet bewegen.
Plots zie ik in een lichtflits een schim bewegen recht voor mij... nog een flits en het silhouet van een boot wordt zichtbaar, bij de derde lichtflits zie ik dat het een zeilboot is. Nieuwe energie stroomt door mijn aderen en geeft mijn spieren weer kracht, snel spring ik uit mijn bootje en begin ik te zwemmen. Verbaasd over het gemak waarmee ik mijn enigszins veilige bootje achterliet, zet ik de achtervolging in op de zeilboot. Het duurt niet lang voordat ik me realiseer dat de zeilboot recht op het oog van de storm afstevend, maar wat voor keus heb ik. Het is mijn beste kans om veilig uit deze storm te komen en mijn eigen houten bootje is... snel kijk ik achterom, nee het bootje is al te ver van me afgedreven of gezonken. Maar er is wel iets anders aan de horizon, periodiek komt een sterke rode gloed uit een punt ver boven de golven, het is een vuurtoren en dus de kust.
De kust zou veiligheid betekenen en toch knaagt er iets aan me, naarmate ik probeer mijn zinnen meer te zetten op het halen van de kust verliezen mijn spieren hun kracht. Iets aan die zeilboot, iets is bijzonder, iets aan die zeilboot geeft me kracht, iets in die zeilboot trekt me tot zich aan. Ik besluit toch achter de zeilboot aan te blijven zwemmen en ik kom dichter en dichter bij, in het licht van de bliksem om mij heen zie ik een schim op het dek bewegen. Er is nu geen weg meer terug, de wolken zijn dichter, donkerder en dreigender maar ik zal me niet door hen laten intimideren, de golven zijn torenhoge obstakels die ik zal beklimmen en overwinnen, het onweer zal mij noch raken noch afleiden en dient enkel als een lamp in het duister, ik moet en zal die zeilboot bereiken er is niks anders meer. Ik geef me over aan de schim op het dek want ik heb haar gezien en herkend, ik vertrouw erop dat de boot het oog van de storm haalt want ik heb haar gezien en herkend, ik weet dat de boot mij kracht zal blijven geven tot ik het haal want ik heb haar gezien en herkend.
Elphis, man, 34 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende