Allemaal waterverf Lena: niet op reageren, tijdverspilling, waste of time, neofascistjes als boerenkiespijn?
Negeer- & meestgelezenlijsten liggen me niet, maar tijdverspillen aan botte nitwitterij, suffe zwamkousen & populistisch gezeik nog minder met hoofddoekjesfascinaties & binnenlandse onderbroeken- flauwelolkul!
Wat dat betreft: er zijn natuurlijk altijd al wel mensen geweest die zich nergens echt serieus voor interesseerden & die alleen maar binnen hun eigen buurtje bestaan als hooligans, tasjesdieven, patjepejers & al dat soort van flapdrollen vol eigendunk, minachting voor anderen & pijnlijk gedrag vanwege 'n ziek brein?
Terug naar de relipropaganda van bijna 2000 jaar geleden, zo vreselijk veel nieuws onder de zon is er nu ook weer niet, evolutie van planten, dieren, lichamen van mensen: geestelijke ontwikkelingen vandaaruit!
YOCHANAN XXI:1-10 ~ NA dezen openbaarde Yehosjoea zich zelven wederom den Discipelen aan de zee van Tiberias.
Ende hy openbaarde zich aldus.
Daar waren te zamen Sjim'on Petros aka Kefas, en Thomas gezegt Didymus, & Nathanael, die van Kana in Galilea was, & de [zonen] van Zavdai, & twee andere van zijne Discipelen.
Sjim'on Petros zeide tot hen, ik ga visschen. Zy zeiden tot hem, wy gaan ook met u.
Zy gingen uit, en traden terstont in het schip, en in dien nacht vingen zy niets.
En als het nu morgenstont geworden was, stont Yesjoea op den oever: doch de Discipelen wisten niet, dat 't Yesjoe was. JC dan zeide tot hen, Kinderkens, hebt gy niet eenige toespijze? Zy antwoorden hem, neen. En hy zeide tot hen, werpt het net aan de rechterzijde van 't schip, en gy zult vinden.
Zy wierpen het dan, ende konden het niet meer trekken, van wegen de menigte der visschen. De Discipel dan, welken JC lief hadde, zeide tot Petros, 't is de Heere. Sjim'on Petros dan horende, dat het de Heere was, omgordde het opper-kleed, {want hy was 'r naakt} en wierp zich zelve in de zee.
En de andere Discipelen kwamen met het scheepken {want zy waren niet verre van 't lant, maar ontrent twee hondert ellen} slepende het net met de visschen.
Als zy dan aan het land gegaan waren, zagen zy een koolvuur leggen, & visch daar op leggen, en broot.
Yehosjoea zeide tot hen, brengt van de visschen, die gy nu gevangen hebt.
Het geen men noit genoeg kan weten, kan men noit geneg zeggen en inscherpen: want nadien de verkeerdheid van onz verstand zo groot is, dat men meest en ligt vergeet, het geen van het grootste aanbelang is, en die dingen, die weinig of geen nut doen, allerbest onthoud, en in de geheugenisse drukt, moet men twee-drie en meer-maalen hervatten, het geen hoognodig, en van de grootste nuttigheid is.
Dwaasheden, nietigheden, ydel geklap, schandelijke vertellingen, verderflijke gronden zijn nauwlijks, of begrepen en onthouden: maar deugde-lessen, hoognoodige waarheden, nutte wetenschappen, werden niet dan traag omhelst, en zo haast vergeten, als gehoort.
Genoeg voor vandaag: er komt geen end aan lezen, schrijven, vertellen & 'redenkavelen'?! Slaap zacht, droom zoet & tell us all about it if you really want to do so ...