niet zelden duidelijk, dat het geloof geen vast verworven bezit is van de gelovige, en al evenmin ongeloof van de niet-gelovige?
De nog te overbruggen kloof tussen religieus geloof & seculier ongeloof gaapt dus niet ZWARTWIT tussen twee verschillende groepen (de 'gelovigen' & de 'ongelovigen'
maar ligt geheel bìnnen de bestaanservaring van één en dezèlfde mèns!
Zowel gelovigen als ongelovigen hebben elkanders mogelijkheden nog niet voldoende gepeild, dat zij als correctie op elkaar een functie hebben, dat zij elkaar ernstige vragen te stellen hebben! 'n Humanist zei eens: de christenen zijn òns slechte geweten?
't Humanisme is 'n katharsis van het christelijk geloof! Àls de ànder òns slechte geweten is, ligt het gevaar op de loer dat wij door de ander te negeren onszelf in slaap sussen?
Àfweer, agressie & fanatisme tegenover de ànder is DÀN de verdringing van ons eigen ongeloof & omgekeerd! In 'n wèrkelijke dialoog met 't humanisme zàl duidelijker kunnen worden, dat in het verleden - & óók nog i/h heden - 't imago v/d kerk antihumanistisch is geweest, zówèl leerstellig àls éthisch?
Voor wat de LÉÉR betreft is dit wáár, omdat één van onze diepst ingekankerde veronderstellingen - nog eens extra versterkt door de vorige Reformatie - is dat het Wóórd van Gòd in woorden gehoord moet worden, terwijl de zg. Incarnatie ons toch zeker geleerd zou moeten kunnen hebben dat 'hèt' allereerst ìn het Lichaam gesproken werd? 't Christelijk geloof ìs nòch úit de aanschouwing v/h BÉÉLD, nòch úit 't hóren v/h woord: 't berùst op 'n dèrde, vòlstrèkt éigen openbaringswijze, dé òntmóeting met déze Mèns, Yesjoea haNatsri aka dé masjíach? Méér dan oog of oor ìs 't herkènbaar in hàrt èn zíel! 't Gáát om ons herkennen van 'g d' in alle vormen van leven ...