snorfiets 'urbi et orbi'

~*~

Verbeelding
kent geen imperatief
[bevelende, gelastende, gebiedende wijs]!
Spreken tot de verbeelding volgt eigen wetten:
een mens voelt zich nu eenmaal aangesproken of niet?
Veel mensen kunnen niet uit de voeten met gedichten,
ze zijn - zeggen ze - niet gevoelig voor taal ...
Maar dat is het niet.
Wat de dichter zegt spreekt niet aan omdat, bij voorbeeld,
de verbeelding die de dichter hanteert al te particulier is, typisch iets van DEZE persoon als dichter; mydimensen zitten kennelijk dus ook heel
verschillend in elkaar.

Verbeelding spreekt
aan of het zegt je niets, zo werkt dat blijkbaar.
En zo werken ook de christelijke geloofstradities.
Voor waar houden is plicht, geloofsverplichting: er zijn standen van zaken van gemaakt en die kun je
en mag je niet ontkennen wil je niet bezijden de waarheid staan.
Maar verbeelding heeft niets verplichtends, ze doet wat
of ze doet niets?


Afwachten dus maar!


Nemen we dat serieus,
dan hoeft een flink aantal leerstellige kunstgrepen niet [langer meer] uit de kast gehaald te worden.
In zijn vurige jaren maakte de protestantse theoloog Karl [niet Marx of May maar] Barth naam
door de ietwat zijige geloofsopvattingen van zijn tijd tegemoet te treden met een formidabele theologie
van het "Woord Gods".


Afstappen van al die analyses van het religieuze gemoed,
geloven heeft daar niets mee te maken, geloven bestaat in het horen van het Woord,
en dat dan zo actueel mogelijk opgevat:
Woord Gods is het Woord dat het woord neemt,
de sprekende God zelf.

Dat was gewaagd,
want hoe, waar en wanneer hoort een mens God dan spreken?
In de bijbel, want dat is het woord van God, zoals alle protestanten gewend waren om te zeggen.
Maar dat was een antwoord dat in strijd kwam met wat B. bedoelde te weggen.
De sprekende God heb je niet in een boek, niet in de verkondiging, niet in de kerkleer:
je hebt Hem helemaal niet.


God is God die spreekt,
ter plaatse en op dit moment;
elke andere omschrijving zou Hem monddood maken, want Hem beroven van zijn vrijheid om te spreken.
DAT is er volgens "Barthje" dan ook op het krasse bijbelgeloof van de protestanten tegen:
God hoeft niet meer te spreken, want we weten alles al
wat Hij te zeggen heeft.

Hoe B. het oploste [Gods Woord heeft drie {"schijn"~}gestalten:
de sprekende God Zelf, de Bijbel, en de christelijke verkondiging] hoeft ons nu en hier niet meer zo bezig te houden, ik haal alleen maar de intuitie van B. naar voren,
dat God niet tot spreken gedwongen kan worden.

Als je dat serieus neemt,
dan is het aan God zelf om te spreken waar en wanneer hij dat wil.
Dat is in het Latijn ubi et quando visum est deo,
een karakteristieke term bij Barth.

Aan deze insteek kleeft een [sympathiek] bevindelijk trekje.
Niet zo vreemd, B. was een gereformeerd theoloog, en bij gereformeerde theologen zie je vaak een mix
van rationele helderheid en bevindelijkheid in het gemoed.


Net als de jonge Barth weten alle bevindelijke gereformeerden,
in ons land [nog steeds] vertegenwoordigd door de Gereformeerde Bond in de PKN,
en door de Oud Gereformeerden in hun diverse kerkgenootschappen,
dat je God niet sprekende kunt invoeren.
Of God werkelijk het woord tot jou richt moet je volgens de bevindelijken afwachten:
Hij spreekt [alleen] wanneer [en op zodanige wijze] {INSHALLAH/'deo volente'}
'het' Hem behaagt.


Het probleem dat de bevindelijken oplopen is duidelijk:
geloven dat de HERE {HERE} [zo heet God in bevindelijke kringen] spreekt wanneer het Hem behaagt,
veronderstelt een hele set van waarheden die je vooraf al
voor waar moet houden.

Hoe zou je anders weten wie de HERE is en dat Hij alleen spreekt wanneer het Hem behaagt!
Een tweespalt tussen bevinding en orthodoxie, tussen gemoed en leer, is dan ook onontkoombaar?
Bevinding is alles, maar aan bevinding gaat geloven als voor waar houden vooraf.
Je krijgt twee keer God: de sprekende God, en de God van de leer.

Bij KB ontpopt zich een soortgelijke tweespalt.
De sprekende God, God die in Zijn vrijheid het woord neemt, heeft een leer nodig,
omdat anders van alles en nog wat voor Woord van de sprekende God kan worden gehouden?
Om DAT tij te keren moest B. een maatstaf ontwikkelen waarmee we kunnen uitmaken of het ECHT
God is die ons aanspreekt.


Hij vond die in "Jezus Christus",
in wiens verschijning God eens en voor altijd gesproken heeft.
Welnu, dan hoeft een mens dus niet meer apart aangesproken te worden: het spreken is al geschied!
De christelijke kerk brengt de mensen DAARVAN op de hoogte.
Geloven krijgt bij B. sterk het karakter van 'kennisnemen van',
en de missionaire kant van de kerk een geweldige upgrading:
wat zij weet moet ze aan anderen laten weten.


Maar helaas voor het oorspronkelijk concept!
Om bij die sprekende God te komen, ontwikkelde Barth een leer die helemaal stijf staat [zie de vorige mydiverhaaltjes] van waarheden die aanvaard moeten worden; het ubi et quando is er helemaal
in verdronken [het klinkt misschien wel wat bezopen,
maar zo zit dat nu eenmaal!]?

Als je van
geloofsvoorstellingen
als waarheden afstapt,
en terugkeert naar wat de christelijke voorstellingen
van huis uit zijn - 'van verbeelding' -
dan komt het [ubi et quando
op zijn pootjes in onze kleine potjes van oogjes en grote orendoosjes terecht:
verbeelding spreekt ons aan of ze doet dat niet.
Daarmee is de kous af en wie de schoen past
die trekke hem aan
[of uit]!


De kous is nooit af
als je van voorstellingen waarheden maakt,
want DIE moeten dan weer verdedigd worden, beter geformuleerd, voor eeuwig bewaard,
en in deposito gehouden [alleen maar door
de 'bevoegde instanties']?

Eindeloos
getheologiseer en
gefilosofeer.

Maar
die weg
kunnen we voorlopig
voor nu en hier wel even afsluiten:
het woord dat aanspreekt, dat betoverende woord,
dat betekenis verleent,
is de verbeelding.

En
DAT WOORD
moet je vooral niet muilkorven
[al moet je er wel mee
leren omgaan].

~@~
03 aug 2006 - bewerkt op 03 jun 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende