GELOOF,
hoop en liefde:
"Ik help het je
hopen!"
Dat
zeggen we vaak
een beetje schamper
tot een
ander?
En
de toon bewijst,
dat er in deze 'hoop' meestal
geen levende kracht
schuilt
...
Dat
merken
we het best,
als we naar iemand op weg zijn,
van wie we wel weten,
dat hij/zij geven kan wat wij
hem/haar willen vragen,
maar we gaan eigenlijk zonder
al te veel hoop,
dat 'het' gegeven
zal worden en dat we
'het' ook echt
krijgen!
En
dan komt
in ons vragen
de aandrijvende kracht van de hoop
niet zo best voor
de dag?
We
vragen van "G D"
[wie of we ons daar ook maar
bij voor kunnen stellen]
wat wij geloven,
dat HIJ/ZIJ ons schenken kan,
en hopen eigenlijk zo weinig,
dat hij/zij ons 'het'
geven wil!
We
vragen om zoveel!
Bijvoorbeeld om een 'bekering'
of Verandering en er komt
geen antwoord?
We vragen
in zorgelijke tijden
om uitkomst en er komt alweer
geen antwoord
...
We smeken om
genezing voor onszelf of een ander.
Er komt geen antwoord.
WAT dan te doen?
HET
geloof opgeven,
dat "G D" 'machtig & krachtig' is,
omdat de hoop ons ontbreekt,
dat hij/zij zijn/haar macht/kracht,
verbeelding/omvorming/bekering,
vervulling/creativiteit
in ons
'gebruiken'
wil?
ShaulPaul zegt
in ROM 5 bijna 2000 jaar geleden:
op grond van ons geloof
leven we in vrede met g d
via het voorbeeld van Yesjoe
en zijn zodoende als rechtvaardigen
aangenomen.
Dankzij hem
hebben we door het geloof
toegang gekregen tot G ds genade,
die ons fundament is,
en in de hoop te mogen delen in zijn 'luister'
prijzen we ons gelukkig.
En dat niet alleen,
we prijzen ons zelfs gelukkig
onder alle ellende,
omdat we weten dat ellende
tot volharding leidt,
volharding tot betrouwbaarheid,
en betrouwbaarheid
tot hoop!
DEZE
hoop zal
niet worden beschaamd,
omdat G ds liefde in ons hart uitgegoten is
door heilige Geest, die ons
gegeven is.
TOEN
we nog
helemaal hulpeloos waren
is "Y" immers
voor ons gestorven,
die op dat moment nog
schuldig waren.
Er is
bijna niemand
die voor een rechtvaardig mens
wil sterven;
slechts een enkeling
durft voor een goed mens
zijn leven te
geven.
Maar G d
bewees ons zijn liefde
doordat Yesjoe voor ons gestorven is
toen wij nog zondaars waren.
Des te zekerder is het dus dat wij,
nu we door zijn dood zijn vrijgesproken,
dankzij hem zullen worden gered
en niet veroordeeld.
WERDEN
we in de tijd dat we nog G ds vijanden waren
al met hem verzoend door de dood van zijn zoon,
des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend,
worden gered door
diens leven.
En meer nog,
dat wij g d prijzen
danken we aan onze heer Yesjoe
ha Natsri haMasjiach,
door wie wij nu al met g d
zijn verzoend.
DOOR
een mens
is de zonde
in de wereld gekomen
[want planten, dieren en
beesten hebben daar
geen besef van]
en door de zonde
de dood
[kennen ze ook niet
zoals wij],
en zo is de dood
ook voor ieder mens gekomen
[die daar enig besef van heeft],
want ieder mens heeft gezondigd
[is immers geen beest meer
en 'nog geen
g d'].
Er was al zonde
in de wereld voordat de wet er was:
alleen, zonder wet
wordt er van de zonde geen rekening
bijgehouden?
Toch heerste de dood
in de tijd van "Adam" tot Mosje over alle mensen,
ook al begingen ze met hun zonde
niet precies dezelfde overtreding als "Adam"
[wist hij veel?]
...
Nu is Adam
de voorafbeelding
als het ware bij wijze van spreken en schrijven
van hem die komen zou:
maar de genade gaat zijn overtreding
verre te boven.
Door
de overtreding van een mens
[besef van goed en kwaad]
moesten alle mensen sterven,
maar de genade die g d aan alle mensen schenkt
door het voorbeeld van
die ene mens,
Yesjoea,
is veel over~
vloediger!
DIT
geschenk
[gratis voor niets]
gaat het gevolg van de zonde
[goed weigeren
en kwaad gehoorzamen]
van een mens verre te boven,
want die eerste overtreding
heeft tot veroordeling en ellende geleid,
maar de genade
die na talloze overtredingen geschonken werd,
heeft tot vrijspraak
geleid.
ALS
de dood
heeft geheerst
door de overtreding van een mens
[en alle daaropvolgende mensen],
dan is het nu des te zekerder
dat allen die de genade en de vrijspraak
in zo'n overvloed hebben ontvangen,
zullen heersen in het eeuwige
[daaropvolgende] leven,
dankzij die ene mens, Yesjoe
haMasjiach.
KORTOM:
zoals de overtreding
van een enkel 'eerste' mens
ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld
[die datzelfde voorbeeld navolgden],
ZO zal de rechtvaardigheid van een enkel mens ertoe leiden
dat allen worden vrijgesproken
en daardoor zullen
leven.
ZOALS
door de ongehoorzaamheid
en de onbetrouwbaarheid van een 'oermens'
alle daaropvolgende mensen
zondaars en mislukkelingen werden,
ZO zullen door de gehoorzaamheid aan een mens
['g ds kind{eren}']
alle mensen
rechtvaardigen kunnen
worden.
EN
later is
de wet erbij gekomen,
zodat de overtredingen
nog een flink toenamen:
[hoe meer wetten
des te meer overtredingen!]
maar waar de zonde en gewelddadigheid toenam,
werd ook de genade steeds
overvloediger?
ZOALS
de zonde
heeft geheerst
en tot de dood heeft geleid,
ZO moest door de vrijspraak
de genade heersen
en tot eeuwig leven leiden,
dankzij Yehosjoea,
onze heer
[a.h.w.
de 'plaatsvervanger'
van 'yhwh' die was
en telkens weer
komende/wordende
aanwezig is
in ons]
...
ONDER
die wonderlijke
beestachtige verdrukking
van de zogenaamd
'goddelijke' keizer Augustus
en zijn nakomelingen
wordt de hoop geboren uit het geloof
die menselijke liefde
gestalte geeft
en wacht op onze
'invulling'
door 'de geest'
in
onze
handen
en
voeten.
ZO
kun je
'het'
dus ook
zien.