Al
deze teksten
wekken inderdaad wel
de indruk van een monotheistische opvatting van G d,
al moet hieraan worden toegevoegd dat 't 'bestaan' van de goden van andere volken niet werd ontkend; zij worden echter beschouwd als afgoden.
waya'asoe vnei-yisraeel et-hara be'einei yahweh waya'avdoe et-habealiem
De Yisraelieten
begonnen te doen wat slecht is in de ogen van de Eeuwige:
ze gingen de Ba'als dienen
...
waya'asoe vnei-yisraeel et-hara beeinei yahweh wayisjkechoe et-yahweh eloheihem waya'avdoe et-ha-be'aliem we'et-haasjerot
De Yisraelieten deden wat slecht is in de ogen van de Eeuwige, hun G d, & ze dienden de Ba'als en de Asjera's.
wayosifoe bnei yisraeel la'asot hara be'einei yahweh waya'avdoe et-habealiem we'et-ha'asjerot we'et-oelohei aram we'et-oelohei tsidon we'et oelohei moav we'et oelohei vnei-amon we'et oelohei flisjtiem waya'azvoe et-yahweh weloavdoehoe
En weer deden de Yisraelieten wat slecht was in de ogen van de Eeuwige: weer begonnen ze de Ba'als & Astartes te vereren, en ook de goden van Aram, Tsidon & Moav en de goden van de Amonieten
& de Filistijnen.
In o.a. Rechters 2:13; 3:7; 8:33; 10:6; 11:24.
In ieder geval kende 't oude Israel geen filosofisch monotheisme.
Als we ons nu nog even ietwat concentreren op de 'verering van de Heer' als "Israels G d",
dan blijkt dat hij volgens 't OT werd omringd door andere hemelse gestalten. Het boek Job/IOV vertelt dat er behalve de Heer ook de 'zonen van G d' waren, van wie Satan er ook een was.
Uit Job 1:6 & 2:1 blijkt dat deze zonen van G d tot de 'hofhouding' van de Heer behoorden.
wayehie hayom wayavo'oe bnei haelohiem lehityatseev al-yahweh wayavo gam-hasatan betocham
Op
een dag
kwamen de hemelbewoners
hun opwachting maken bij de Eeuwige,
en ook Satan bevond
zich onder
hen.
Het
zijn dus
duidelijk leerverhalen, lessen
in wijsheid, recht & liefde tegenover verdwazing,
onrecht & haat. Alle menselijke [dierlijke & goddelijke] eigenschappen
zijn er in te vinden & krijgen er hun beslag in
boeiende verhalen die nog
steeds niet zijn
afgelopen of
verouderd.
