waardige/curieuze kenmerken overgeleverd waarvan sommige grote overeenkomst vertonen met bepaalde elementen van de Regel v/d Gemeen-schap v/d Velen
('YACHAD HARABIEM'
die i/d grotten van Qumran werd gevonden: als gevolg van hun ascetische inslag gebruikten Essenen zo bijvoorbeeld ook geen olie voor hun lichaam maar gaven ze de voorkeur aan 'n 'ruw uiterlijk'. Ze droegen hun witte mantel om hun reinheid te ac-centueren, namen vóór hun maaltijden & na de ontlasting 'n reinigingsbad in koud (liefst stromend) water en vermeden ontlasting op de sjabbat ...
't Was hen niet toegestaan naar rechts of rechtuit te spugen, ze hielden er geen slaven op na in hun communes, zwoeren geen eden om 'n ver-klaring te bekrachtigen & ze zouden 't 'huwelijk hebben verworpen'? FY weet ons echter wel te melden dat bij 'n bepaalde tak van Essenen 't hu-welijk & geslachtsgemeenschap geoorloofd waren, maar uitsluitend met 't doel om kinderen te verwekken.
Afgezien van deze kenmerken kunnen we iets omtrent de oorsprong v/d Essenen afleiden uit 't feit dat ze afstand hielden v/d Tempel & geen dieren offerden, maar wel votiefofferandes kenden: dit alles duidt op 'n radicale breuk met de officiële clerus, hoogstwaarschijnlijk omdat de Tempelpriesters gedurende 't bewind van zowel de late Hasmoneeën als de Herodes en (zeer) corrupt, onwettig & onrein waren!
We kunnen deze bespreking v/d Essenen afronden door ons nu nog even kort te verdiepen i/d geloofsopvattingen die door FY & Philo aan hen werden toegeschreven: anders dan de Sadduceeën & de farizee-ën geloofden de Essenen dat mensen géén 'vrije wil' hadden, maar dat 'G d' o.a. de 'morele aard' van elk individu bij 'voorbaat' had 'bepaald', zo-dat hij of zij ahw. 'gepredestineerd' was voor 'verlossing' of 'verdoemenis'.
Deze predestinatieleer, die sterk doet denken aan de Calvinistische, vereiste 't geloof in 'n voortleven 'na de dood', 'n leven waarin de 'rechtschapenen eeuwige gelukzaligheid' & de 'verdorvenen eeuwige kwellingen' beschoren waren. 't Is niet duidelij of zij meenden dat op dit 'leven in 't hiernamaals' nog 'n 'lichamelijke wederopstanding' zou volgen, maar 't lijkt er wel dat zij meenden dat dit 'n zuiver 'spirituele vorm' van leven was, waarin 'alleen de ziel' voortleefde?
Zoals blijkt uit hun praktijken, hielden de Essenen de aartsvaderlijke voorschriften uit de Thorah strikt in ere, maar Philo vertelt dat zij ook allerlei allegorische interpretaties v/d Thorah hanteerden, hoewel hij hiervan geen nadere bijzonderheden noemt. Net als de farizeeën geloofden de essenen in 't bestaan van engelen; voorts werd van hen verteld dat ze in 't bezit waren van geheime boeken ...