~*~
"De opstanding der doden:
verbeelding van het uur "U" ..."
~*~
* DE
opstanding der
doden ook onder
de noemer van
verbeelding?
Dat ligt
soms nog wat moeilijk
voor mensen die gelovig zijn opgevoed,
ik weet het, maar er is linksom of rechtom
geen andere slotsom
meer mogelijk.
* Dat ze
'van verbeelding' is
kun je om te beginnen zien aan de herkomst
van de voorstelling.
Als we haar
voor het eerst tegenkomen in de traditie
staat ze in het raam van de joodse apocalyptiek,
de toekomstverwachting waarin Israels G d met een donderslag een einde maakt aan de oude wereld!
Hoe weet je dat de nieuwe komt, waaraan herken je het uur U?
Aan de opstanding
der doden!
* Ja, niet zomaar
ALLE doden natuurlijk,
de doden van het volk G ds, die samen met de nog levenden de nieuwe wereld zullen be-erven.
Be-erven gaat niet als je niet meer leeft,
vandaar dus ...
Apocalyptiek,
deze kijk
op het einde,
vinden we nog terug
in de oudste brieven van de apostel
Sjaul/Paul.
* Allereerst legt hij leven
en dood van Yehosjoea [ha Natsri/haMasjiach] ZO uit.
Yesjoea is in persoon die donderslag van G d, hij is dus wel gedood, maar niet in de dood gebleven,
hij is opgewekt [leeft vrolijk en
vol goede hoop?]!
DAT 'opgestaan'
wil dus zoveel zeggen als:
het uur U is aangebroken.
STRAKS zullen de bazuinen klinken,
en DAN zullen wij, die nog leven, de HEER ['yhwh'] tegemoet gaan
in de lucht [door de wolken en/of op 'vliegende schotels'], en ZO zullen WIJ,
samen met hen die reeds van ons zijn heengegaan, altijd bij de HEER zijn:
alles op KORTE termijn, nog bij zijn leven zal DIT drama zich voltrekken
[volgens o.a. I Thessalonicenzen].
* LATER trekt S/P wat bij,
het duurt allemaal wat langer dan verwacht,
en hij heeft geleerd door de tijd, denk ik, maar dat van die bazuinen die zullen klinken,
van de omtovering van de oude wereld in een nieuw,
DAT verlaat hem niet.
De idee
van de opstanding der doden
gaat nu weer heel wat anders betekenen
als ze in een andere cultuur
terechtkomt.
* Eenmaal in de greep
van de onsterflijkheidsverlangens van Grieks-hellenistische wereld
is de opstanding der doden niet meer het signaal voor het uur U: het is zover, de nieuwe wereld komt eraan, maar wordt ze de verpakking voor de opvatting dat we niet echt doodgaan maar een kern hebben die blijft bestaan:
de onsterflijke
ziel.
Opstanding der doden wordt zelfs
- toen al die nieuwbakken klassiek studerende theologen er echt nog eens zelf over gingen nadenken -
het weer bijeenkomen van de ziel
met een [uiteraard nieuw]
lichaam.
* Met excuus
voor de [TE] korte streken
waarmee we dit nu even schetsen:
in die context staat de opstanding van de doden [e.d.]
nog steeds tot op de mydidag van vandaag
in de leer van de meeste christelijke kerken
[ge-ent op joodse & Griekse thema's en mede-veroorzaker
van allerlei moslimvisies in de loop
van honderden duistere
en lichtere eeuwen
tot op het uur
'nu'?]!
Die voorstellingen
hebben dus lange wegen afgelegd als we daar zijn uitgekomen.
In het voorgaande Voor een tijd een plaats van God staat een stuk getiteld Over en uit,
het is een wat krasse manier om te zeggen dat het met de dood is afgelopen: we zijn er 'geweest'!
DAAR kunnen we het dus toch maar beter op houden misschien: om voorts verder te kijken
dan onze huidige neus lang is wat we met al die overgeleverde 'verbeeldingen'
nu nog eventueel
kunnen doen ...
* Maar wat NIET meer kan
is haar als realiteit opvatten.
Denk je even door, dan ben je binnen de kortste keren
verzeild in al die absurditeiten en
zeeen van tegenspraak.
Een leven NA dit leven,
met de dood is niet alles uit,
dat klinkt misschien wel enigszins vertroostend
[en DAT is ook de bedoeling],
maar voor WIE is dat
'hiernamaals'
dan?
* Voor degene die 'het' bedenkt?
Voor ALLE mensen? Voor de beulen zowel als voor de slachtoffers?
OF gaan we discrimineren: de ENE mens WEL en de Andere NIET ...
Waaraan je je weer kunt onttrekken door te stellen dat alleen G d die discriminatie kan uitvoeren,
dus dat je ALTIJD hoop mag houden?
HOE
moet het
dan met mensen
uit Afrika, Brasilia, China, donkere oerwouden of de nieuwe wereldsteden van Japan, Amerika en India,
die nimmer geweten hebben en vaak nog niet weten wie of wat je zou moeten of kunnen verstaan
onder 'g d' og 'goden'? Allemaal
naar het hiernamaals?
* DIT
soort vragen
mag je niet stellen, hoor ik dan, want je bederft er het geloof mee, je rationaliseert 'het' weg!
Nee hoor, ik prik de rationalisatie juist ermee door? Als je er niet over mag [na]denken omdat je dan
in absurditeiten vervalt, ben je met voorstellingen bezig die in rond Hollands
verbeelding heten.
Ik ben dus ook niet meer
zo onder de indruk van het argument dat de onvoorstelbaarheid
niet tegen de waarheid van de opstanding hoeft te pleiten.
DAT doet het natuurlijk WEL: je kunt wel alles geloven [in de zin van: voor waar houden],
ALS je de eis dat je er iets bij moet kunnen voorstellen, laat vallen.
Dat ALLE mensen een nieuw lichaam zullen krijgen vereist zoveel specifieke materie dat het nog maar de vraag is of er voldoende van aanwezig is op onze planeet.
Mensen die NU leven zijn nu eenmaal samengesteld uit wat eerst, ooit eens, heel lang geleden,
het lichaam van voorouders vormde ...
Wie IS 'oma' trouwens bijvoorbeeld als ze in de hemel komt: het kleine meisje dat ze eens was,
de bloeiende moeder, of de uitgeteerde vrouw op haar sterfbed?
DAT MOET JE NIET VRAGEN, roepen mensen dan.
Nee, allicht moet je dat niet doen, want
dan verpest je de verbeelding.
* OPSTANDING
[als verbeelding dus]
geeft ons mee hoe belangrijk het leven is: de LEVENDE mens!
Niet alleen maar haar of zijn 'ziel', wat dat ook maar wezen mag, maar de levende mens ...
Gaat het in de christelijke traditie om redding, om 'behoud', om verlossing,
dan heeft eerst langzamerhand die ziel zich opgedrongen;
maar van huis uit was de redding die bedoeld werd de redding van de HELE mens,
de echte 'handtastelijke' mens?
In het OT
gaat hij dan ook als gehele mens dood,
je hoort daar NIET van 'als mijn ziel het maar haalt'!
Doodgaan is daar een ramp omdat het voor de hele mens 'over en uit' is.
"Dus moet ik niet dood, G d! HOOR je me? Want dan is het ook
'over en uit' met mijn lof voor JOU
op deze aarde!"
yhwh al-beafcha tochicheeni weal-bachamtecha teyasreeni
chaneeni yhwh ki oemlal ani refaeeni yhwh ki nivhaloe atsamai
wenafsji nivhalah meod weata yhwh ad-matai
sjoevah yhwh chaltsah nafsjji hosjieeni lema'an chasrecha
ki ein bimavet zichron bisjeol mi yodeh-lach
yanati beanchati ascheh vechal-lailah mitati bedimati arsi amseh
asjisjah mika'as einai atkah bechal-tsodrai
soeroe mimeni kal-poalai awen ki-sjama yhwh kol bichyi
sjama yhwh techinati yhwh tefilati yikach
yeevosjoe weyibahaloe meod kal-oyivai yasjoevoe yevosjoe daga
HEER, straf mij niet in jouw woede, tuchtig mij niet in jouw toorn.
Heb erbarmen, HEER, want ik kwijn weg. Genees mij , HEER, ik ben doodsbang,
ik vrees voor mijn leven. Hoe lang nog, HEER, moet ik nog wachten?
Keer terug, HEER, spaar toch mijn leven, toon mij jouw trouw en red mij.
Want doden noemen jouw naam niet meer! Wie in het dodenrijk kan jou nog loven?
Moe ben ik van het zuchten, elke nacht is mijn kussen nat, mijn bed doorweekt van tranen.
Mijn ogen zijn gezwollen van verdriet, roodomrand van alles wat mij benauwt.
Weg van mij, allen die kwaad doen! De HEER hoort hoe luid ik ween,
de HEER hoort mijn roep om erbarmen, de HEER neemt mijn smeekbede aan.
Beschaamd en doodsbang keren mijn vijanden om, in een oogwenk met schande bedekt.
Het is de Israelitische koning/dichter David van psalm 6
die aan het woord is, en hij chanteert bijna zijn g d. PRACHTIG: dat is LEVEN, geloven in de waarde van het handtastelijke bestaan, en niet uitwijken naar 'n hemel of een hiernamaals, waarvoor je dan desnoods bereid bent om je HIER te schikken
in regels die het leven
verlammen.
~@~
Je LEEFT om te LEVEN:
DAT is de opstanding der doden
als verbeelding.
~@~