hemel & hellevuur. Een soort van miniheelal
maan en sterren ...
Wat
is dat
voor 'n gepruttel
over 't woord van 'g d'
& 'zijn gebod'? Heilige schriften & personen?
Besef dat alles deel uitmaakt van onze min of meer gedeelde
verbeelding, imagination, fantasie, symboolvorming, kinderspel: Leven!
Ons hele leven bestaat nu eenmaal voor 't grootste deel uit verzinsels & spinsels over wat we meemaken.
Wat moeten we dan met 't letterlijk nemen van bepaalde [of 'alle'] bijbelse uitspraken & alle afgoderijen?
Het blijft gissen, invullen, veronderstellen, uitproberen,
samenstellen, ontleden en
opnieuw formuleren
...
Matai's
versie van
wat Yehoshua tegen
Petros gezegd zou hebben
klinkt heel echt. Kunnen we, naar het geloof van de kerk,
denken dat Yeshua zichzelf als 'de masjiach' beschouwde,
of moeten we ons liever nu aansluiten bij degenen die stellen dat Yeshu's leven niet-messiaans was?
[Het staat je vrij te geloven wat je maar wilt!] Die laatste opvatting is gebaseerd op het feit
dat hij blijkbaar nooit de titel "MASJIACH" heeft gebruikt voor zichzelf.
Bovendien sprak hij altijd over de "Mensenzoon" in de derde persoon
{hij/zij}, alsof hij dacht zelf niet
die persoon te zijn?!
De uitspraken in de euangelies
over de Mensenzoon {'de mens'} laten zich in drie groepen onderbrengen:
1. Verwijzingen naar de komende Mensenzoon;
2. verwijzingen naar zijn ['ons'] lijden & 'opstanding'; en
3. uitspraken waarin de mensenzoon [ik/jij/hij/zij] in het heden werkt.
Zie Matai 8:19-20 ~
"De vossen hebben een hol,
en de vogels van de hemel een nest,
maar de mensenzoon kan nergens het hoofd neerleggen!"
In deze & andere uitspraken uit de derde groep
betekent 't Aramese & Hebreeuwse 'mensenzoon' gewoon 'mens'!
De tweede groep is die waarin de titel 'mensenzoon' ['mensenkind'] betrekking heeft op het lijden,
de dood en de 'opstanding' van 'de Heer'. Vroeger was men er vaker van overtuigd - en velen zijn dat ook nu nog - dat deze groep uitspraken een product was van het 'vroege christendom'.
De drie zogenaamde aankondigingen van het lijden
[o.a. in Lucky Luke 9:22; 9:43b-45 & 18:31-34]
hebben hun huidige vorm duidelijk gekregen
door de 'vroege kerk'. Alleen de tweede
aankondiging werd door 'kenners' als
oorspronkelijk beschouwd. Naar die
uitspraak [9:44] zei Yehoshua
tegen zijn discipelen:
"Knoop goed in je oren wat ik jullie nu zeg:
de mensenzoon zal worden uitgeleverd en valt in de handen van mensen!"
Dit doet weer denken
aan een andere authentieke uitspraak van Yeshua.
Tijdens 't Laatste Avondmaal zei hij:
"Maar zie, de man die mij overlevert, ligt hier [naar de gewoonte van die tijd] met mij aan tafel.
Want de mensenzoon gaat wel zijn voorbestemde weg, maar wee de mens
door wie hij wordt overgeleverd!"
[Luke 22:21-22]!
Deze twee uitspraken
stemmen zelfs in hun vorm overeen
en ze zijn allebei gebaseerd op een Hebreeuwse woordspeling.
In beide passages heeft Yeshu het over de uitlevering van de 'mensenzoon' en in beide spreekt hij over zijn eigen tragische einde door toedoen van mensen
[in het Hebreeuws: 'mensenzonen'/'mensenkinderen'].
In het eerste geval [9:44]
wordt Yeshua [de 'mensenzoon']
uitgeleverd aan de mensen ['mensenzonen'/'mensenkinderen']
terwijl hij het in het tweede geval [22:21-22] heeft over 'de man' [Hebreeuws: 'mensenzoon']
die hem zal uitleveren. Desondanks is de formele kant van deze twee authentieke uitspraken van minder belang dan het feit dat Yehoshua het hier over zichzelf heeft als de 'lijdende mensenzoon'.
Deze manier van spreken, waarbij hij zichzelf aanduidt met 'mensenzoon',hetzij
uit bescheidenheid, hetzij in een uitspraak met een onwelkome inhoud,
komt wel meer voor en schijnt in de Oudheid een joodse uitdrukkings-
wijze te zijn geweest. Anderen hebben al de aandacht gevestigd
op het feit dat men zich in 't Aramees [de algemene volkstaal
van die tijd] kon aanduiden met 'die man'
[
HAHOE GAVRA!
Deze vage aanduiding werd vaak gebruikt
in 'n onprettige, angstaanjagende of noodlottige uitspraak!
Zulke eufemismen werden & worden ook in andere situaties gebruikt!
Wanneer er iets onaangenaams over joden werd gezegd, sprak men wel over 'de vijanden van Israel'! Desondanks heeft men ook terecht opgemerkt dat hoewel Yehoshua zinspeelt op de betekenis 'die man',
er in de bekende bronnen geen duidelijk voorbeeld gevonden is waarin onze titel 'mensenzoon'
in zo'n geheel eufemistische betekenis gebruikt werd. Maar ook al zijn dat soort van bezwaren
niet geheel misplaatst, doorslaggevend zijn ze nou ook weer niet,
want veel van de Hebreeuwse & Aramese teksten uit die tijd
van Yeshua zijn verloren gegaan?!
Hoe dan ook:
het zijn verhalen vol met allerlei gelijkenissen,
lokale/sociale veranderlijke gewoontes, mogelijke 'vergelijkingen',
nuttige wijsheidsuitspraken uit tientallen voorgaande eeuwen & situaties,
samenballingen van nuttige betekenissen vanuit een bepaalde volksaard vol geloof
& bijgeloof, actualiteit en de rode lijnen die je overal in het z.g. Oude Testament
tegenkomt. De Nederlandse taal is ervan doortrokken via de gebeurtenissen
in bijna 2000 jaar mengvormen van heidendom & christendom, joods,
rooms, protestants en sektarisch [en sinds zo'n 1000 jaar ook
islamitisch]: & 't staat 'n ieder vrij om daar 'eigen' versies
van te brouwen om betekenis te geven aan ons
wisselvallige bestaan tussen al die lang
vervlogen 'oertijden' &
'het heden'.
We
kijken allemaal
door onze bijgekleurde brilleglazen
van het 'nabije' verleden: & door vader/moederliefde,
vormen van opvoeding
& aanverwante
leerprocessen
...
