Omgekeerd,
hoe verder jij je verwijdert van de voorhanden wereld,
des te meer kunnen we met ons verstand alleen werken,
en des te minder zijn we afhankelijk van tellen, meten en wegen.
Hoe abstracter, hoe meer van puur denken, des te hoger, des te zekerder, des te vaster onze kennis;
met als meest vaste en zekere kennis de kennis die je alleen
maar met het verstand kan bereiken,
verstand in de zin van:
het denkend intellect.
Daarmee en alleen maar daarmee
reik je tot aan het eeuwige en onveranderlijke: de echte werkelijkheid.
Het intellect heeft zo'n reikwijdte omdat het verwant is aan het "Superintellect" zelf, aan "G D"?
Een late echo daarvan klinkt nog door in de Verlichting, die Rede nog steeds
met een hoofdletter schrijft.
Als de metafysische wereld de ware,
onveranderlijke, eeuwig dezelfde, werkelijkheid is,
dan schat je onze fysische wereld pas goed in als je haar als voorportaal ziet, als de weg naar of
- wat hetzelfde wil zeggen - als afspiegeling van
wat meta-fysische werkelijkheid is.
Een prachtige constructie,
maar de dragende balk ervan bestaat uit een geloof,
namelijk het geloof in een kenvermogen dat geen tellen, meten en wegen nodig heeft om tot zekerheid te komen: voor de christelijke theologen
gefundenes Fressen!
Want over wie
kun je met tellen, meten en wegen geen zekerheid krijgen?
Juist, "G D"!
Dus omhelsden
die christelijke theologen alleen al om die reden
met graagte de Grieks-hellenistische
metafysica?
Helaas hield dat in
dat "G D" een voorwerp van verstand werd,
een einddoel van de denkende ziel.
Tot op vandaag de mydidag denatureert dat idee
de christelijke theologie!
Wie de metafysica verwerpt
is niet het mysterie kwijt, het besef dat je als mensen die in de tijd leven
stoot op wat de tijd te boven gaat.
Allerminst,
ik wil zelfs wel van 'eeuwigheid' spreken,
besef van eeuwigheid.
Maar ik zoek eeuwigheid niet elders,
niet in een andere wereld, zoals de filosofen en theologen van de metafysica dat doen,
niet in een bovennatuurlijk werkelijkheid, in een wereld van "God", waar we niets van weten
en niets over kunnen zeggen: alles wat je erover kunt horen en lezen
hebben we zelf bedacht!
Daar komt nog bij:
de eeuwigheid als de maatstaf voor de tijd zegt niets,
KAN niets zeggen, de eeuwigheid
is leeg.
Hebben we haar gevuld,
dan hebben we dat gedaan met wat we zelf in de tijd beleven
[met wat voorlopig tijdelijk voor handen was],
dus wat is dan eeuwigheid?
Die knoop proberen we
telkens weer uit elkaar te halen
in al die voorgaande en volgende
mydiverhaaltjes.
Het gaat mij niet meer zozeer
om wie wat gezegd of geschreven heeft,
welke verpakkingen in de loop der eeuwen de overhand zijn gaan voeren en hebben verkregen,
maar om de inhoud van mijn bestaan in het gewone
mydileven van elke dag als Elckerlyc
in Alledagsland
~@~