Uit
al die
overzichten kunnen we
dus duidelijk concluderen dat
't in 't vroege jodendom helemaal
niet zo vreselijk vreemd was
om bijzondere personen
te vereren op 'n manier
die aan 'aanbidding
en vergoddelijking'
grenst.
Die
vroege [pre-
paulijnse] cultus rondom
de verering van Yehosjoea als de gestorven
& verrezen Mosjiach/Christos, als Zoon van G d & Heer, was geen uitzondering in de joodse context
van de eerste eeuw. Er lag een reeks van precedenten, concepten en voorbeelden
waarbij men kon aansluiten. En er is dus geen enkele reden om zelfs maar
te vermoeden dat Sjapo een Grieks-Romeins concept van vergoddelijking
van aardse wezens in een joodse context introduceert. Nog voordat
Sja'oel/Paulos zijn eerste brief schreef, waren die ideeen
[sommige al eeuwenlang] voorhanden. Het lijkt
bepaald niet onwaarschijnlijk dat Paulus
eigenlijk vooral uit joodse bron putte
toen hij bijvoorbeeld in zijn brief
aan de gemeente te Filippi
{2:9-11} zei dat Yesjoea
van G d 'de naam boven
alle naam' kreeg
["YHWH"]
{1}:
LACHEEN IEM-YESJ TOCHECHAH BAMASJIACH IEM-TANCHOEMOT HA'AHAVAH IEM-HITCHABROET HAROEACH
IEM-RACHAMIEM WECHEMLAH: HASJLIEMOE-NA ET-SIEMCHATIE BIEHEYOT LACHEN LEEV ECHAD WEAHAVAH ACHAT WENEFESJ ACHAT WERATSON ECHAD:
Nu je door "de verlossing van de verlosser"
zozeer bemoedigd bent & liefdevol getroost,
nu er onder jullie zo'n grote verbondenheid met de Geest is,
zoveel ontferming & medelijden, maak mij dan volmaakt gelukkig
door voor alles eensgezind te zijn, een in liefde, een in streven, een van geest.
Handel niet [langer meer] uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan jezelf. Heb niet alleen nog maar jouw eigen belang voor ogen,
maar ook dat van een ander. Laat onder jullie die gezindheid heersen
die onze mosjiach Yesjoe had: hij die de gestalte van G d had,
hield z'n gelijkheid aan G d niet vast maar deed er
afstand van: hij nam de gestalte aan van 'n slaaf
& werd gelijk aan 'n mens & als mens
verschenen, heeft hij zich vernederd
& werd gehoorzaam tot in de dood
aan 't kruis. DAAROM HEEFT G D
HEM HOOG VERHEVEN EN HEM
DE NAAM GESCHONKEN DIE
ELKE NAAM TE BOVEN GAAT
[YEHOSJOEA/yhwh],
OPDAT IN DE NAAM
VAN YESJOEA
['g d redt']
ELKE KNIE
ZICH ZAL BUIGEN
IN DE HEMEL, OP DE AARDE
& ONDER DE AARDE & IN ELKE TONG/TAAL
ZAL BELIJDEN: YEHOSJOEA~VERLOSSER IS HEER
TOT EER VAN G D ['de moeder' &
als kind van]
DE VADER!
Kortom,
de scheiding
die was veroorzaakt
door verwijdering van onze
oorsprong werd nu klaarblijkelijk
in de ogen van "de Velen" opgelost,
hersteld, gerepareerd, tenietgedaan &
de originele relatie kon weer gaan groeien
& bloeien door te gaan leven met Yehosjoea/yhwh
als blijvend [levend in ons] voorbeeld voor alle mensen
van goede wil & als vervulling van 'de Wet'
& 'de Eredienst' die daarvoor nog 't enig
houvast boden in de voorbije duizend
jaar. In die zin is de relatie tussen
g d & mens nu alweer bijna
2000 jaar eenvoudig open
in de vrijheid & blijheid,
vertrouwen &
zekerheid
van 't menselijk 'kind
van g d'~
zijn
...
Slaap
zacht, droom
zoet, & tell us
all about it if you
really want to
do so.
Ik
ga slapen,
ik ben moe. 'k
sluit m'n beide
oogjes
toe
...


