mydischepping & ~evolutie [donkere dagen voor K ]!
=
Wie tot g d komt
moet geloven dat hij [er] is:
wie mens wil worden
gelooft dat het ook kan
in de naam van 'yhwh' ~
die was en komende
is in ons!
Met iets andere woorden:
'geloven' in de 'schepper/verordenaar' van leven op aarde,
de vader/moeder en onderhouder/geheime bondgenoot
en wordende heilige geest
leert zien met ons verstand in plaats van
met blinde ogen en dove oren.
Vaak is het zo dat mensen
onuitgesproken en onbedoeld consequenties trekken
uit een radicale uitspraak van anderen.
Dat geldt dan zeker ook van de uitspraak
dat het bestaan van g d niet valt te bewijzen.
Als ik dat zeg reageren veel mensen met:
dus jij gelooft niet dat g d bestaat?
Mijn antwoord is dat dit voor mensen geldt, niet voor g d:
dat staat ook al in de mydibijbel, in bijvoorbeeld die geciteerde tekst uit Hebreeen 11 ~
het komt er dan vooral ook op aan om die tekst heel precies te lezen,
want hij geeft het mydiprobleem haarfijn weer.
In het typische Grieks van Hebreeen staat er zo ongeveer:
zonder geloof is het onmogelijk g d vreugde te geven ~
wie tot g d komt moet geloven dat
HIJ IS
=
IK BEN
zegt dat hij
er is en
ZAL ZIJN
en zoals beschreven staat wat verteld is:
'elohiem'
YHWH
schiep
[omdat hij niet alleen wilde zijn]
naar zijn beeld en gelijkenis de mens
en [omdat die niet alleen wilde zijn] zijn vrouw
en zegende hen.
Je moet dan niet beslist denken: o, dat weet ik wel,
maar je afvragen wat die uitdrukkingen
voor ons nu eigenlijk betekenen kunnen die de schrijver/verteller
heeft gebruikt.
Hij schreef niet voor ons,
maar voor zijn tijdgenoten en die leefden bijna tweeduizend jaar geleden.
We kijken dan ook naar overeenkomstige uitdrukkingen
op allerlei andere plaatsen in de mydibijbel.
Dan blijkt
onder andere
het volgende.
=
Oevlie emoenah lo-yoechal isj lihyot ratsoei el-haElohiem
ki chal-hakareev eelaw tsarich leha'amin ki-yeesj elohiem oegmoel hoe meesjiev ledorsjav!
Het 'tot g d komen' is een term uit de liturgische teksten van de thora en de psalmen.
Zie bijvoorbeeld Psalm 65:5
"Welzalig hij, die Gij verkiest en doet naderen ..."
Om deel te nemen aan de eredienst
en om de liturgie niet helemaal
tot een leeg ritueel te maken is
OPRECHT GELOOF
nodig.
DAT sluit goed aan
bij het voorafgaande in Hebreeen 11:6a ~
"Zonder geloof is het onmogelijk om
"HEM"
welgevallig te zijn"
en bij 11:6c: [en te geloven]
'dat Hij een beloner is voor die Hem
ernstig zoeken'.
Dat 'ernstig zoeken'
is ook al een uitdrukking uit de uittestamentische liturgie,
zoals Psalm 9:11 ~
"Wie
JOUW
Naam kennen vertrouwen op
"JOU",
want
JIJ
hebt nooit verlaten wie
JOU
zoeken,
o
YHWH!"
Vooral van belang
is te weten wat 'geloven dat God is' hier betekent.
In Hebreen 11:6 is geloof de vertrouwensband met God,
nog wel meer ook, maar
DAT
in ieder geval!
Een vertrouwensband verondersteld bij beide partijen waarachtigheid.
Onze tekst hier zegt dat bij God daarover geen twijfel hoeft te bestaan,
bij mensen WEL, wisselvallig en onzeker als we zijn.
Het is dan ook niet onmogelijk
dat op de achtergrond een polemiek meespeelt met mensen die nogal atheisisch dachten:
er waren toentertijd mensen die zich filosofen noemden en die beweerden dat het geloof
een menselijke uitvinding is om over de wat meer eenvoudige lieden door suggestie
macht uit te oefenen.
Dat kan ons ook best eens bekend voorkomen:
goedgelovigheid speelt nog steeds een rol in het misleiden van mensen
en hen geld en goed af te troggelen?!
TOCH
ligt in de bestrijding van dit misbruik van het geloof niet het hoofdaccent.
DAT
ligt bij het geloof als
vertrouwen.
In de kring van de Hebreeen,
wie dat ook mogen zijn,
was
DAT
kennelijk
wat aan het
verpieteren
...
De gelovigen wordt voorgehouden
dat ze oprecht moeten zijn tegenover zichzelf,
God en de anderen en daarom dan ook
in het geloof
aan de eredienst moeten deelnemen,
NIET
uit sleur of berekening.
DAT is duidelijk genoeg.
Wat echter niet onverlet laat dat er toch maar gezegd wordt
"Wie tot g d komt moet geloven dat hij is"!
Dat 'moeten' is geen bevel of dwang, maar logica.
Je kunt nu eenmaal niet tot God bidden en niet oprecht geloven 'dat hij is'.
DAT is even onlogisch als te zeggen dat je iemand vereert
van wie je niet gelooft dat die bestaat of
ooit heeft bestaan.
In logische zin heeft 'geloven'
in Hebreeen 11:6 de betekenis van 'zeker weten'.
DAT
sluit aan bij Hebreeen 11:1:
"Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen,
het overtuigt ons van de waarheid
van wat we niet zien!"
Dat overtuigd zijn
is geen intellectuele of proefondervindelijke overtuiging,
maar er diep in jouw eigen hart
van overtuigd zijn dat die dingen
er zijn.
Zoals je ook overtuigd bent
van de liefde van jouw levenspartner
zonder dat je dat kunt
"BEWIJZEN".
Het 'zijn van g d'
behoort tot de onzichtbaarheid van 'de hemelse dingen',
en zijn 'vergelding' maakt deel uit van de 'christelijke verwachting'.
"Geloven dat g d IS", veronderstelt
de onzichtbaarheid van g d
...
Kortom:
dit dreigt weer eens een keer [alweer] wat uit te lopen,
maar onze voorlopige conclusie kan nu zijn:
als je gelooft dat g d bestaat, is er geen bewijs meer nodig!
Omgekeerd, als je op zoek bent naar een bewijs, dan is dat om jouw twijfel te overwinnen.
En inderdaad is dat vaak het geval geweest.
Maar niet altijd?
Men ging er ook van uit
dat je g d niet alleen maar kon kennen uit de bijbel,
maar ook met behulp van het gezonde mensenverstand.
Zoals er vele wegen naar Roma leiden zo ook [minstens] twee wegen naar het hemelse "Yeroesjalayiem":
die van de openbaring
en die van de natuurlijke godskennis.
Daarvoor beriep men zich dan ook op het woord uit
ROM 1:20
dat g ds eeuwige kracht en goddelijkheid met het verstand kunnen worden doorzien.
Het model dat Sjaul Paul daarbij hanteert is dat van de opklimming
van het lagere [de schepping] naar het hogere
[de Schepper].
Enerzijds is dat logisch,
anderzijds roept dat bezwaren op.
Maar eerst wat eten en drinken zei Likkepot.
Het is alweer donker en ik ga iets anders doen.
Misschien tot straks of later.
We'll see
...
@
Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende