Ik
heb bijna
elke dag 't
gevoel dat ik tijd
tekort kom om alles bij
te kunnen houden.
De tijd gaat
steeds sneller voorbij
en er is nog zo vreselijk veel wat ik graag
wel [en niet]
zou willen
doen.
Zelfs
al heb
ik dan al
meer dan zo'n 23.000
dagen en nachten erop zitten in ongeveer twintig landen ~
ik wil er steeds meer over te weten komen:
de lege plekken in m'n brein opvullen
met ontbrekende
kennis?
Dat
komt ervan
als je ouder
aan het worden bent:
het is allemaal bijna als vanzelf gegaan
via kindertijd, puberteit, 'adolescentie' &
een eindeloze 'volwassenheid' ~
een ware reis zonder einde in 'tijdreisgedoe'!
Er rest mij dus niet zo bar veel anders dan voortgaan
op de ingeslagen weg{en}:
'gewoon mezelf
zijn'
...
Op
weg blijven
& [zoals gewoonlijk] zo nu en dan wat oppikken,
bekijken, opschrijven, 'vastleggen' en er verder mee doorgaan ~ lichamelijke, geestelijke, sociale 'mydispijsvertering' als het ware
bij wijze van
...
Op de een of andere manier
is leren groeien, drinken, luisteren, praten, zingen, lopen, lezen/schrijven &
zo voorts helemaal vanzelfsprekend in elkaar overgevloeid & met elkaar vergroeid:
hier zit ik en ik kan niet anders, dan doorgaan met ademhalen,
opnemen en weergeven, omvormen &
aannemen/weggeven.
Volgens sommigen
hebben dan dus ook de gedachten van mensen van talloze eeuwen geleden
hun onuitwisbare sporen achtergelaten in ons lichaam & onze geest:
de wisselwerking van voedingsstoffen & leerstof produceert in ons telkens weer iets 'nieuws' ~
we blijven ontdekken wat we nog niet wisten
maar wel reeds
vermoedden.
Het
zogenaamde evangelie
van Yochanan is meer dan
een mensenleeftijd na de kruisdood van Yesjoea
& tientallen jaren na het einde van de Joodse Opstand tegen de Romeinen geschreven &
de kunstmatige afstand tussen Yehosjoea en de Joden is er dan ook het meest in voelbaar
vergeleken bij de drie oudere evangelies & de brieven van Sjapo van net voor het begin
van die rebellie tegen
de Romeinse
overmacht.
Dat
alles is
al duidelijk door
het herhaalde gebruik van de aanduiding 'de Joden':
duidelijk anders dan in die eerste drie evangelies van de tientallen jaren daarvoor?!
De schrijver zet hen daarmee op afstand: de breuk tussen de synagoge en de ekklesia
heeft zich praktisch al voltrokken
& zal verder
toenemen.
We
zijn met
dit laatste evangelie
dan ook al aan 't einde van die eerste eeuw gekomen wat betekent dat
die schrijver vanuit zijn eigen tijd alles
terugprojecteert op de tijd
van Yesjoe zo'n
zestig jaar
daarvoor
...
In historisch opzicht
lijkt dit laatste evangelie dan ook
het minst betrouwbaar? De twistgesprekken die hij
{Yehosjoea} volgens deze evangelist voert, zeggen al veel meer over de polemieken
zoals ze aan 't eind van die eerste eeuw werden gevoerd, dan over de verhoudingen rond het jaar 30
na zijn veronderstelde geboorte te Beth Lechem, Natseret [of elders]!
Het blijft onduidelijk hoe en waar die geboorte plaatsvond,
hoe die eerste dertig jaar verliepen [al of niet gedeeltelijk in "Egypte"]
& of Yesjoe voor die drie bekende jaren ook al rondzwierf in 't Nabije
of [zelfs?] Verre Oosten: we hadden het er al eerder en vaker over ~ 't blijft onduidelijk,
vaag, mysterieus, boeiend & interessant, maar we weten 't gewoon niet ~ alleen die drie
jaar & de gevolgen daarvan voor de komende 2000 jaar
tot op de mydidag van vandaag
overal op aarde!
Anyway:
de toon van deze polemieken
werd steeds feller en dat is eigenlijk opmerkelijk, omdat dit boekje
ook wel 't "Evangelie v/d Liefde"
wordt genoemd?!
Toch is ook 'haat'
hier 'n overduidelijk thema: volgens
critici vinden we ook haatzaaiende woorden in "Johannes" zelf?!
Waar gaat het eigenlijk om? Herhaaldelijk wordt gezegd dat 'de Joden' Yehosjoea haten.
In YOH 7:7 wordt gezegd
dat 'de wereld'
Yesjoea haat
...
De wereld
is hier met inbegrip van 'zonde tegen G d'
& 'afwijzing van G d' & wordt hier bovendien helemaal
geidentificeerd met 'de Joden' {7:1; 10:31} omdat Yesjoe zich aan godslastering
zou hebben schuldig ge-maakt {10:33}. De felste woorden
vinden we in 8:27/43~
44/59!
Acharei
hadevarim haeleh
halach Yesjoea bearets hagalil
haloch weavod ki lo avah lehithalech biyehoedah
al-asjer biksjoe hayehoedim lehargo;
wayikrav chag hayehoedim hoe chag hasoekot;
wayomroe elaw echaw koem welech mizeh artsah yehoedah
lemaan yiroe gam-talkmideicha et-hamaasim asjer-atah oseh;
ki lo-yaaseh isj davar ba seter wehoe chafets lehitparsem lachen
im-atah oseh chaeleh higaleh el-haolam; ki-echaw gam-hem lo heeminie bo;
wayomer aleihem yesjoea iti lo-vaah ad-atah weitchem tamid nechonah;
lo-yoechal haolam lisno etchem weoti yisna baasjer ani meied alaw
ki raiem maalalaw; aloe atem lachog et-hechag
ani lo eeleh el-hechag hazeh
ki iti lo malah
ad-atah!
Daarna
trok Yehosjoea
door het land van Galil;
in Yoedeah wilde hij niet komen,
omdat de Joden daar hem wilden doden.
Nu naderde 't Joodse Loofhuttenfeest,
en daarom spoorden Yesjoea's broers hem aan:
"Blijf toch niet hier, maar ga naar Yehoedah;
dan zien ook jouw leerlingen het werk dat jij doet!
Niemand doet toch iets in 't geheim als hij bekend wil worden.
Als je dit soort dingen doet, laat je
dan eens goed zien
aan de wereld!"
Ook zijn broers
geloofden namelijk niet in hem.
Maar Yesjoe zei:
"Mijn tijd is nog niet gekomen, voor jullie is elke tijd goed.
De wereld kan jullie niet haten, maar mij haat ze wel, omdat ik verklaar dat wat ze doet slecht is.
Gaan jullie maar naar het feest; ik ga niet,
omdat de tijd voor mij nog
niet rijp is!"
Toen
de Joden
weer stenen opraapten
omdat ze hem wilden stenigen, zei Yehosjoea:
"Ik heb door de Vader veel goeds voor jullie gedaan;
waarom willen jullie mij dan stenigen?"
"Voor een goede daad zullen wij jou niet stenigen,"
antwoordden ze,
"maar wel voor godslastering:
jij bent een mens,
maar je beweert
dat je G d
bent!"
Mensen
begrepen niet
dat hij over de Vader sprak.
"Wanneer jullie de Mensenzoon hoog verheven hebt,
ging Yehosjoea verder,
"dan zullen jullie weten dat ik het ben, en dat ik niets uit mijzelf doe,
maar alleen over deze dingen spreekt zoals de Vader het mij geleerd heeft.
Hij die mij gezonden heeft is bij mij; hij heeft me niet alleen
gelaten, omdat ik altijd doe wat hij wil!"
Toen raapten ze stenen op
om naar hem
te gooien.
Maar Yesjoe wist
onopgemerkt uit de
Tempel te
ontkomen.