Want 't gaat nog, [bijna net] als in d'Aposteltijden, veelen prediken JC uit eerzucht, hoogmoed, geld-gierigheid, & andere inzichten.
De zulken prediken
ZICH ZELVEN,
& niet
JC!
Dat is een man!
zegt men, wat kracht van welsprekendheid! wat klem van redenkavelingen!,
wat bronader van wijsheid & geleerd-heid! dat is hemelsch! roept een ander, hoe zielroerend!
hoe innemend! hoe volijverig is hy! 'n Derde spreekt nog anders, en de meesten vergapen zich
aan de schepselen, als konden die spreken,
en de toehoorders in den hemel zetten.
Is 't wonder,
daar men so vleeschlijk is, dat
"G d"
ons overgeeft aan ons zelven, & 'er zo weinige zielen gewonnen worden?
Is 't vremd,
daar men zich aan den mensch vergaapt,
& 'g d' om geen zegen bid,
dat hy zo dikwijls
zijnen zegen
inhoud?
Wat is toch
SjaulPaulos aka
SjapoChapeau, wat is Apollos,
wat zijn wy?
Moet de wasdom niet van G d komen
en wagt men dien van ons? Wy mogen tot de ooren spreken,
maar G d moet de harten raken, & openen,
als dat van LYDIA!!
Och! of
YESJOE
kwame & aanwees, waar 't Euangelij-net moet uitgeworpen worden om zielen te vangen,
& niet vergeefs te arbeiden. Met wat lust en neiuwen ijver, zouden wy ons begeven, & begeven moeten,
om gewenschten vangst te doen. Maar wie zal den Heere tijd & plaats voorschrijven? Leert veel eer, gy,
die anderen leren moet, op den Heere wachten; als men 't minst zal denken, zal hy mooglijk naast by
ons zijn: en als hy by ons is, hoe voorspoedig, hoe wenschelijk zal dan de zegen zijn. Laat ons, in ver-
wachtinge van dien beloofden tijd, en voorspoed,
getrouw en arbeidzaam wezen,
& niet vertragen
.......
DE VOLHEID DER HEIDENEN MOET NOG INGAAN,
& GANTSCH ISRAEL ZALIG WORDEN, DE ANTICHRIST MOET NOG VALLEN,
& DIE ZOONE DES VERDERFS UIT G DS KERK & VOLK UITGEWORPEN WORDEN:
DE CHRISTOS MOET NOG RIJDEN OP DE HOOGTE DER AARDE.
ZOUD 'ER NOG ZO VEEL WERKS TE VERRICHTEN ZIJN, &
WY VERFLAUWEN?
NIET OM ZIEN ZEGEN BIDDEN?
GAAT ONDERWIJL DE ZEE DEEZER WEERELD TIJD;
EN DREIGT ZE 'T SCHEEPKEN VAN G DS KERK TE VERNIELEN,
GELIJK 'T NU & DAN DEN H.APOSTELEN GING.
MEN DENKE, HET IS NOG
DEZELVE YEHOSJOEA,
DIE HEN BEHODUEN HEEFT,
EN ONS BELOOFT TE BEHOUDEN,
INDIEN WY DE ZIJNEN ZIJN.
HY STAAT OP DEN OEVER,
OM ONS TE VERZEKEREN,
DAT WY EENS
RUST GENIETEN
ZULLEN!
Hy brengt daar
VUUR,
en
BROOD,
en
TOESPIJS,
om ons gerust te stellen, dat hy ons naar ziel en licchaam
verzorgen zal, als onze getrouwe heiland & grootmagtige G d:
't
VUUR
zijns Geestes zal onze harten ontfonken, en bekwaam en volvaardig maken tot G ds lof!
Het
BROOD
van zijn woord zal onze zielen voeden
en versterken.
De
TOESPIJS
van zijne genade en weldaaden zal ons verkwikken en lsut geven, om in alle de geboden G ds
te wandelen. Dus zullen wy gaan van kracht tot kracht, van gelove tot gelove, tot wy in den hemelstad daar boven & voor G ds aangezicht verschijnen zullen. Maar om zulks te genieten, moeten
wy met
YOCHANAN
den
HEERE
kennen, en anderen bekend maken. Want hem na te volgen, alleen om de
brooden & spijze, gelijk de schaare deed in de dagen zijns vleesches, is een kenteken, dat men hem niet
regt kenne. Hy moet onze
HEERE
zijn, of wy konnen de zijnen niet wezen: en zouden wy de zijnen zijn, en
ons iets ontbreken? Als oud tijds de Profeet
ELiYAS
voor de godvergetenen
JEZABEL
vluchten, en 40 dagen
lang reizen moest, tot aan den berg G ds, wierd hy gespijst en gedrenkt van eenen Engel, en kreeg daar door genoegzaame krachten om zijne reis te volbrengen.
Onze reis
naar den heiligen berg,
naar den hemel, is ongelijk
verder en zwaarder: maar hy,
die onze HEERE is, en ons tot zijn
eigendom verkregen heeft, zal ons
de vereischte krachten geven:
gelijk wy hier in
een onderpand
zien
........
MAAR IS HY ONZE HEERE,
& WY ZIJN VOLK, ZO MOETEN WY HEM OOK GEHOORZAMEN,
& VOORTAAN NIET MEER DE WEERELD DIENEN. WANT MEN KAN GEEN TWEE HEEREN TE GELIJK DIENEN. PETROS GAAT ONS VOOR IN EENEN HEILIGEN IJVER, EN VERLAAT ZIJN SCHEEPKEN, OM TOT YESJOEA TE KOMEN. ZO MOETEN WY OOK DOEN, LIEVER ALLES VERLATEN & VERLIEZEN, DAN DIE VERLOSSER MISSEN. WANT DIE VADER, MOEDER, ZUSTER, BROEDER, KINDEREN, WIJF,
AKKER, HUIZEN OM ZIJNENT WILLE NIET VERLATEN WIL,
IS ZIJNS NIET WAARDIG.
HY
staat op
den oever, en
roept ons tot zijn
schoone haven, en hemel-rust daar
boven, daar hy ons niet alleen heeft plaatze toebereid,
maar ook eenen zielverzadeden maaltijd in de bruilog=ft des Lams,
op dat wy
ETEN
&
DRINKEN
mogen aan zijne
TAFEL
in zijn Koninkrijk,
en zitten op troonen,
en heerschen over alle onze vyanden.
KOOM
dan, Heere,
YEHOSJOEA, koom, en
breng ons uit deeze woeste weereld-zee,
aan den oever der eeuwige zaligheid en heerlijkheid:
daar verzadinge zal wezen aan jouw Vaders rechterhand der hemelvreugden,
en lieflijkheden voor G ds aangezicht,
eeuwiglijk/Amen
