mydi[on]zin: gedeelde smart, halve & hele smart?


'myDi~
Atheisme: een
uitdaging voor het
geloof?'
"Slechts een atheist
kan een goed christen zijn,
slechts een een christen kan
een goede atheist zijn!"


In 1925
publiceerde RB
een kort maar belangrijk artikel artikel:
Welchen Sinn hat es von Gott zu reden?
(Bultmann, 1925, 1954).
Hij stelde deze vraag tegen de achtergrond van het hedendaags atheisme,
dat samenhangt met een modern, wetenschappelijk wereldbeeld.
Dat wereldbeeld impliceert het gezichtspunt dat slechts datgene werkelijk is
waarvan het bestaan empirisch
kan worden aangetoond.

Met dat wereldbeeld
correspondeert een mensbeeld
waarin geen rekening wordt gehouden met de
beleving van ons eigen bestaan
,
voor welke beleving RB het woord
'existentie' gebruikt.

Als je met voorbijgaan aan de beleving van het eigen bestaan
een wereld- en mensbeeld ontwerpt,
dan wordt de mens gereduceerd tot het meest ontwikkelde gewervelde dier
of tot een verre neef van de apen,
tot een complex psychisch fenomeen,
of tot een soort van toevalstreffer van een bepaalde atoomverbinding
(tegenwoordig zouden we spreken
van genetische informatie).

Wetenschap
wordt dan een levensbeschouwing
en zelfs een reddingsmythe?

Dat wijst erop
dat de beleving van het eigen bestaan
de mydimens voor vragen blijft stellen,
hoe wetenschappelijk we
ook denken.

Dat is heel goed verklaarbaar,
zegt RB, want de vragen van leven en dood zijn existentieel en ter oplossing van die vragen
zoekt de mens ergens houvast, is het niet in religie,
dan wel in wetenschap of metafysica!

Het moderne wereldbeeld,
dat bepaald wordt door wetmatigheden die empirisch kunnen worden opgespoord,
is per definitie een 'godloos' wereldbeeld,
ook als men die wetmatigheden ziet als werkingen van een alles bepalende Macht
die wij God noemen.

Het heeft geen enkele zin
God als een gegeven of een wereldprincipe te denken,
want wetenschappelijk gezien is dat volstrekt overbodig en theologisch gezien is God dan niet meer
de Gans Andere, maar slechts een te bestuderen object
in de voorhanden werkelijkheid?

De mens zou zich dan
tot God verhouden als een subject dat een object bestudeert,
terwijl wij alleen maar existentieel gelovig
van
God kunnen spreken:
in verhouding van de zondige mens
tot de heilige God.

RB maakt een onderscheid
tussen 'ueber Gott reden' en 'von Gott reden':
ueber houdt in dat wij over God spreken
als een te bestuderen object,
von dat wij existentieel van God spreken
als de Heilige en Gans
Andere.

Van God spreken
is alleen maar mogelijk in de combinatie van twee paradoxale stellingen:
God is de Gans Andere
EN:
van God spreken is
van onszelf
spreken.

Van
de menselijke existentie
geldt hetzelfde als van God:
over de mens spreken
maakt de mens tot een object
dat bestudeerd kan worden,
van de mens spreken
is het ter sprake brengen van de beleving
van het eigen
bestaan.


In het Nederlands
kennen we het onderscheid tussen 'over' en 'van' niet ZO sterk als in het Duits,
maar om de zaak eenvoudig te houden volgen we maar even B's spraakgebruik:
ueber vertaal ik met over
en von met van.

Met
een ander verschil in het Nederlands
kun je aangeven wat B voor ogen staat:
als wij over iemand spreken
dan is die persoon daarbij meestal NIET aanwezig
en ontstaat er dan ook in dat geval GEEN communicatie
met haar of hem;
als we met iemand spreken
dan is die persoon in onze onmiddelijke nabijheid
[zelfs al is die mydimens aan de andere kant van de wereld of op een andere planeet],
we ontmoeten we elkaar als het ware 'van aangezicht tot aangezicht',
zoals het Oude Testament dat zo treffend
kan zeggen.

DAT geldt nu ook
van de ontmoeting met God:
over
God spreken is totaal iets anders
dan met God spreken.

Naar mijn gevoel
ligt 'van God spreken' in
tussen 'over God spreken' en
'met God spreken'.

Welke
zin heeft het
om van God te
spreken?


Als ik alleen ben
dan praat ik toch in en met mezelf
'als was ik een ander'!

Binnenin ons lichaam,
ons hoofd en ons brein,
en in heel ons zenuwstelsel, is er een permanente dialoog aan de gang
die ver voor onze geboorte is begonnen
en die doorgaat tot het ogenblik
van onze dood ...

Liefde is er slechts
voorzover ik bemin of bemind wordt,
niet daarbuiten of
daarachter?

Was er sprake van liefde
toen wij werden verwekt, gedragen en al groeiende ontstonden
en opgroeiden?

Ik vraag het
jullie en mijzelf af
omdat het 'erin gebakken zit': het gevoel, 'ons doen en laten',
datgene wat we voelen, denken en beleven
is een levend spel van aangesprokene en aansprekende,
ik ben alleen maar wat ik ben
in die mate dat ik me bewust ben van wat ik al of niet aan het worden ben,
wat er van mij geworden is en wat ik nu en hier
meen te zijn ...

DIE
uitdaging van het leven,
om op te groeien onder bepaalde omstandigheden,
maakt dat ik ben wat ik ben geworden
en bezig ben te worden:
elke mydidialoog is daarvan getuige
en doet opleven wat ik was en ben en 'aan het worden ben' ~
elk moment en alle omstandigheden spelen daarin mee,
zodat ik niet kan leven zonder dat rustpunt in mezelf
waarvan ik uitga
en tot wie ik
mij richt!


Het
staat
een ieder
volkomen vrij
om te voelen. denken,
doen en laten wat hij of zij wil {?},
maar ik voor mij, ik kan niet buiten die samenspraak
met wat ik was, ben en 'aan het worden ben':
ik ben een raadsel voor mezelf dat alleen maar zichzelf kan ontdekken
door in gesprek te blijven met en door
'de ander' binnenin
en tegenover
mij!
blozen
engel
cool!
knipoog

01 jan 2007 - bewerkt op 23 jun 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende