~*~ELK
woord heeft
een eigen geschiedenis.
En dat verleden van het woord
legt onze menselijke wordingsgeschiedenis bloot.
Ieder woord en geluid, elke betekenis is vastgelegd in ons brein:
het maakt ons tot
wat we zijn.
Begin maar
bij mama en papa
als baby die verzorgd wil worden
en aandacht krijgt, borstmelk, warmte en rust:
of begin maar liever bij die negen maanden die voorafgaan
aan de geboorte en de geluiden die we opvangen
terwijl we zweven in die warme duistere
binnenmenselijke oceaan van
beweging en
muziek
...
We
liggen als het ware
bij wijze van spreken
op het hoogaltaar van ons verdere leven
als lichaam/geest.
Begeerte,
liefde en vreugde
hebben ons als kind doen ontstaan
uit de samensmelting van man
en vrouw.
Daar
komen we
allemaal vandaan op
onze tijdreis door de ruimte:
alles in allen en iedereen was daar als
thuis dat gevormd werd uit het daaraanvoorafgaande spel van ontstaan,
ontwikkeling en weer
vergaan.
We
hoorden woorden
in ons oor en legden alles wat we ontvingen vast
op het netvlies van
onze hersenen.
Daar
vormde zich
onze werkelijkheid als
groeiende banden van vlees en boodschap:
het veranderende landschap van ons innerlijk
zette zich voort in
hoe we eruit
kwamen te
zien.
Altijd
in afwisseling
tussen twee mogelijkheden
van bestaan op het kruispunt van leven en dood:
in het midden van links en rechts,
omhoog en omlaag van top tot teen
hoog en droog en omlaag
door vochtige valleien langs
bergen van bloed,
zweet en
tranen.
Datgene
wat ooit op aarde was ontstaan
was in aanleg ook in ons aanwezig
en bleef zich vormen tot dat wat wij nu
zijn geworden en nog is het einde niet daar:
dat ligt in het verschiet van wat we straks en
morgen gaan beleven op grond van wat we daarvoor waren ~
onophoudelijke menselijke{r} ontwikkeling van binnenuit naar buiten toe tot
we onze laatste adem uitblazen en terugkeren in
de schoot van moeder en vader aarde
waar we ooit onze reis aanvingen
in het spel van vraag
en antwoord en van
antwoorden op steeds
weer andere
vragen
~@~
