lovely rita mitremate everything came between us!!


~*~



Toen
ik nog een kind was
sprak ik als een kind,
dacht ik als een kind,
redeneerde ik als
een kind.

Nu ik volwassen geworden ben
heb ik bijna al het kinderlijke achter me gelaten.
Nu kijken we nog in een wazige spiegel,
maar straks staan we ook in oog.
Nu is mijn kennen nog beperkt,
maar straks zal ik volledig kennen,
zoals ik zelf gekend ben.


Aanvankelijk
spiegelde de toestand in Eden,
zoals Y die beschreef,
ook vooral de eenheid en harmonie
die een beleving van het goddelijke
karakteriseert.


De tuin was een plaats
waar G d in de koele avondbries met de mydimens wandelde.
Het was een heilige, helende plaats,
een bron van vruchtbaarheid
voor de hele wereld.


Adam en Ewa beseften niet
dat ze naakt waren; zij leken zich helemaal nog niet bewust van seksuele verschillen
en het onderscheid tussen goed en kwaad.
Goddelijk en menselijk, mannelijk en vrouwelijk waren zo nauw met elkaar verbonden
dat er geen bewustzijn was van onderscheid
en verdeeldheid.


Wel meende Y
dat Adam al was begonnen
om zich van G d te scheiden;
er opende zich een kloof tussen de goddelijke
en de menselijke wereld ...


We hebben al eerder en vaker gezien in myDi
dat het thema van de scheiding in P's scheppingsverhaal
een hoofdrol speelde: G d schiep aanvankelijk een leefbare wereld
door het licht van de duisternis,
en de zee van het droge te scheiden;
hij had de zevende 'sjabbath' dag gezegend door hem van de rest
van de week te scheiden en heilig te verklaren
als 'verplichte' rustdag?


Aan het eind van de schepping
aanschouwde G d een wereld die in wezen van hem was gescheiden.
Daarom werd dan ook in het allereerste hoofdstuk van GEN
afscheiding als positief en verlossend gezien!


Het was
een bron van zegen en leven geweest.
Maar als we eenmaal aan Y's mydiverhaal zijn begonnen,
dan zien we dat scheiding OOK
een onherroepelijk verlies met zich
mee kan brengen.


Dus jagen we de liefde na
en streven naar de gaven van de Geest,
vooral naar die van de voorspellende
helderziendheid.


Iemand die in klanktaal spreekt,
spreekt niet tot mensen maar alleen tot G d.
Niemand kan hem verstaan, want door toedoen van de Geest
spreekt hij onbegrijpelijke taal!

Maar iemand die verlicht is spreekt tot mensen,
en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend.

Iemand die maar wat voor zich uitzingt, neuriet en brabbelt is daar alleen maar zelf mee gebaat;
maar iemand die helder heeft leren zien doet dat vooral ook
ten bate van 'de anderen'?


Ik zou soms ook best wel willen
dat iedereen 'de Geest had' en in klanktaal kon spreken,
maar ik wil nog veel liever dat we helder leren zien en spreken: immers, iemand die helder inzicht heeft,
is nuttiger dan iemand die alleen maar voor zichzelf gelukkig is, tenzij hij uitlegt wat hij zegt
en wat hij nou eigenlijk bedoelt, zodat de anderen er ook
nog wat aan hebben ...


De [oer]oude mythen stelden
dat de mensen in het begin dertijden op vertrouwelijke voet met de goden hadden geleefd.
Ze spraken met de goden dan ook diep in hun keel met verbazend geheimzinnige klanken en tonen,
die hen dan weer raad gaven en redden als ze in moeilijkheden zaten:
maar dit veranderde duidelijk.


De goden kwamen steeds verder
van de menselijke aangelegenheden af te staan;
ze leken hun verplichtingen te verzaken: ook allerlei andere schrijver uit het Nabije en Verre Oosten,
zoals de Babylonische auteur van het Gilgamasj epos [rond 1250 voor onze jaartelling en dus ook ongeveer ten tijde van de uitbarsting van Thera dat nu Sarotini heet] hielden zich dan ook
met dit probleem bezig!


Wanneer waren de goden zich
van onze wereld gaan terugtrekken en waarom hadden ze dat gedaan?
Y koos dit thema voor zijn verslag van de vroegste geschiedenis van de mensheid, zoals we dan nu nog kunnen vinden in GEN 2-11 ...


Hij meende dat,
toen het scheppingsproces eenmaal op gang gekomen was,
scheiding van G d onontkoombaar was geworden.

In een zeer vroeg stadium ~
nog ver voor de komst van de slang en zelfs nog voor de scheppingvan Ewa in 's mensen brein ~
was G d zijn contact met adam al aan het verliezen.


Hij zag dat Adam eenzaam was;
het was niet goed dat hij alleen zou leven en, zegt Y,
in een poging verandering in die situatie te brengen, schiep G d de dieren.
Deze waren net als Adam uit roodachtige 'bloedkleurige' aarde [adamah adamdam adom kadam],
gevormd, dus dacht G d dat ze wel veel met Adam gemeen zouden hebben.
Maar hij was vergeten dat Adam ook naar G ds beeld was geschapen en de ontvanger van G ds adem was.
Er was een kloof tussen Adam en de dieren die door hun gemeenschappelijke afkomst
niet meer kon worden overbrugd.

Toen hij dan ook klaar was
met het scheppen van het dierenrijk,
liet hij alle andere dieren langs Adam paraderen: EEN van Adams taken was de dieren een naam te geven
en verder dan ook alles te benoemen, te verbeelden en te 'omschrijven' met handen, voeten en klanken!
Bijna net als G d moest de mens zich door middel van de taal een betekenisvolle wereld scheppen;
net als G d had hij nu de macht om de wereld
ook van buitenaf te benaderen?

Maar het was ook G ds bedoeling
om voor Adam een partner te vinden onder 'alle tamme dieren',
'alle vogels in de lucht' en 'al de winde beesten' [zie GEN 2:20]!
DAT is toch een zeer amusant beeld?
Als een enthousiaste koppelaar stelt G d
de nog onervaren en stuntelende Adam het ene dier na het andere voor:
de bloedrode bebaarde bison, de kolossale tetterende olifant, de rappe bergbeklimmende ram en de lieve muisgrijze ezel, allerlei muchomacho bonobonale mensapensoorten met eigenaardige naai- en neukgewoontes en/of woest borstgetrommel en vuurrode achterwerken,
bubbelende borsten, opbollende buiken
en allerlei andere mydiachtige eigenaardigheden waar men het zelfs nu
ook nog wel over heeft?


Het verbaast ons
nu dus allang niet meer zozeer
om te horen dat er aan het eind van 'die dag'
nog geen beslissing gevallen was:
'... een hulp die echt bij hem paste
vond de mens [nog] niet!'
[GEN 2:20]!



Je zou het zelfs
vandaag de mydidag
kunnen vergelijken met de christelijke Balk
in het oog van de woeste Rita Pepita: een [min of meer al of niet]
demo{n}cratische uitverkiezing van groupies
agressieve behoudende conservatieve demagogen
en fabelachtige Galilese hippies in jolige kaalhoofdige laatdunkende
maagdelijk nooddruftige overgangspaartijd
die hun toekomstige coalitiepartners
van verre gadeslaan,
toenadering zoeken op diverse terreinen
en aan het ronddraaien
en besnuffelen slaan
zo nu en dan onderbroken door felle hoornen~ & geweigevechten.
trotstrappende achterpoten
en het her en der neerdroppen
der feromonale poep- &
piessignalen?

~@~

14 dec 2006 - bewerkt op 16 jun 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende