~*~
WIE
HEEFT ONS
toch op het spoor gezet van eeuwige waarheden,
wie heeft een g d bedacht
die een enig eenvoudig eeuwig onbegrijpelijk geestelijk wezen moest zijn [en dan ook nog trinitarisch],
ACHTER onze wereld, de wereld niet 'een plaats voor g d',
maar een afschijnsel?
PLATO,
zegt Szymborska,
zij roept hem tot verantwoording in EEN van haar parlando-achtige gedichten.
Plato denkt, Plato denkt dat mensen denken, dus denkt Plato dat het hoogste datgene is
dat boven alle denken uitgaat, en DAT is "Plato's God", het "ideale Zijn",
waarvan onze reeel bestaande wereld
maar een slap aftreksel is?
Nou, daarmee
moet je niet bij Szymborska
aankomen!
PLATO, OFWEL WAAROM
Door onduidelijke oorzaken
En onder onbekende omstandigheden,
Had het Ideale Zijn opeens niet meer aan zichzelf genoeg.
Het had toch eindeloos kunnen voortbestaan,
Gehakt uit het donker, gehouwen uit het licht,
In zijn slaperige tuinen boven de wereld.
Waarom verdorie ging het dan op avontuur uit,
In het slechte gezelschap van de materie?
Waar had het die navolgers voor nodig,
Brokkenmakers en pechvogels
Zonder uitzicht op de eeuwigheid?
De manke wijsheid
Met een doorn in haar hiel?
De harmonie verscheurd
Door woeste wateren?
De schoonheid
Met onaantrekkelijke ingewanden
En het Goede
~ waarom met een schaduw
als het vroeger die niet had?
Er moet een reden voor geweest zijn,
Ook al leek die nog zo futiel,
Maar zelfs de Naakte Waarheid zal hem niet verklappen,
Druk als ze het heeft met het doorzoeken
Van de aardse garderobe.
En daarbij, Plato, nog die vreselijke dichters,
Spaanders onder aan de standbeelden, weggeblazen
door een zuchtje wind,
De afval van de grote Stilte in de hoogten ...
Plato's transcendentie
als datgene waar je uitkomt aan de grens van je denken,
maakt van denken de weg
naar de transcendentie.
DAT is het
wat ik tegen heb op dat eenvoudig eeuwig geestelijk wezen
hetwelk wij God plachten
te noemen.
DAT is
transcendentie
die bedacht is, geconstrueerd,
maar transcendentie die bedacht is,
IS geen transcendentie.
Transcendentie
GEBEURT,
overkomt je, ze geschiedt,
je kunt haar niet
ontlopen.
In
de mythe
is de vraag:
"WAAR is Chavel jouw broeder?",
het aansprekende Woord dat je zelf niet in je macht hebt,
maar dat macht over jou heeft,
het Woord in onze
woorden.
Worden onze woorden
waarmee wij betekenis stichten
niet door DAT Woord gedragen,
DAN dondert de cultuur
in elkaar.
"Was die Welt in Innersten zusammenhaelt",
is NIET een 'geconstrueerde god,
maar
'waar is Abel
jouw broeder?'








