BRONNEN/STROMENOOK VOORT IN TEHILIEM/PSALMEN
SEFER RESJIET/EERSTE BOEK I
DER BEKENDE ZALIG~
SPREKINGEN
E.V. ...
ASJREI-
HA'IESJ ASJER
LO HALACH BA'ASTAT RESJA'IEM
OEVEDERECH CHATE'IEM LO AMAD OEVMOSJAV LEETSIEM LO YASJAV:
KIE IEM-BETORAT YHWH CHEFTSO OEVTOATO YEHGEH YOMAM WELAYLAH!
Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt, bij spotters
niet aan tafel zit, maar vreugde vindt
in de goddelijke wet van de eeuwige
en zich verdiept
in zijn wet,
dag &
nacht
...
Hij
zal zijn
als 'n boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei!
Zo niet de wettelozen!
Zij zijn als kaf dat verwaait in de wind.
Wettelozen houden niet stand waar recht heerst,
zondaars niet in de kring van de rechtvaardigen.
De eeuwige beschermt de weg van de rechtvaardigen,
de weg van de wettelozen loopt dood.
Waartyoe leidt het woeden van de volken,
het rumoer van de naties? Tot niets!
De koningen van de aarde komen in verzet,
de wereldmachten spannen samen tegen de eeuwige en zijn gezalfde:
"Wij moeten hun juk afwerpen, ons van hun boeien bevrijden!"Die in de hemel troont lacht, de HEER spot met hen. Dan spreekt hij tot hen in woede,
en zijn toorn verbijstert hen:
"IKZELF
HEB MIJN KONING GEZALFD OP DE TSION,
MIJN HEILIGE
BERG!"
Het
besluit van
de eeuwige wil
ik bekendmaken: hij sprak
tot mij:
'JIJ BENT MIJN ZOON, IK HEB JE VANDAAG VERWEKT!
VRAAG HET MIJ EN IK GEEF JE DE VOLKEREN IN BEZIT, DE EINDEN DER AARDE IN EIGENDOM.
JIJ KUNT ZE BREKEN MET EEN IJZEREN STAF,
ZE STUKSLAAN ALS
EEN AARDEN
POT!"Daarom,
koningen , wees
verstandig, wees gewaarschuwd, leiders van de aarde.
Onderwerp u, toon de eeuwige uw ontzag, breng hem bevend uw hulde!
Bewijs eer aan zijn zoon met een kus, anders ontvlamt zijn woede, en uw weg loopt dood,
want bij het geringste ontsteekt hij in toorn!
Gelukkig wie schuilen
bij hem
...

III
'n psalm
van Dawied,
op de vlucht
voor zijn zoon
Avsjaloom.
EEUWIGE,
hoe talrijk zijn mijn belagers,
velen vallen mij aan, velen zeggen van mij:
'G D ZAL HEM NIET REDDEN!'
JIJ, EEUWIGE,
bent een schild om mij heen,
jij bent mijn eer, jij houdt mij staande!
Roep ik tot de eeuwige g d om hulp, hij antwoordt mij vanaf zijn heilige berg!
Ik ga liggen, val in slaap en word wakker ~ de eeuwige beschermt mij!
Ik vrees de tienduizenden niet die mij aan alle kanten omringen.
Sta op, eeuwige, en red mij, g d, sla mijn vijanden in 't gezicht,
breek de tanden van de wettelozen!
Bij jou, eeuwige, is redding,
jouw zegen rust
op jouw
volk!

Antwoord mij
als ik roep, g d die mij recht doet!
Geef mij ruimte als ik belaagd word, wees genadig, hoor mijn gebed!
Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad?
De eeuwige schenkt zijn gunst aan wie hem trouw is, de eeuwige luistert als ik tot hem roep!
Beef voor hem en zondig niet, bezin u in de nacht en zwijg. Breng de juiste offers,
heb vertrouwen in de eeuwige!
Velen zeggen:
'WIE MAAKT ONS GELUKKIG?' ~
Eeuwige, laat het licht van jouwe gelaat over ons schijnen!
In jou vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn!
In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want jij, eeuwige, laat mij wonen
in een vertrouwd en
veilig huis
...

HOOR
mijn woorden,
eeuwige, sla acht
op mijn klagen! Luister
naar mijn hulpgeroep, mijn koning
en mijn g d: tot jou richt ik mijn bede!
In de morgen, eeuwige, hoor jij mijn stem,
in de morgen wend ik mij tot jou en wacht!
Jij bent 'n g d die zich niet verheugt in het kwaad,
bij jou is de misdaad niet welkom! Gewetenlozen houden geen stand onder de blik van jouw ogen!
Jij haat allen die onrecht doen, leugenaars richt jij ten gronde. Jij verafschuwt, eeuwige,
wie bedriegt en bloed vergiet! Maar ik mag mij door jouw grote liefde jouw huis binnen-
gaan, van ontzag vervuld mij buigen naar jouw heilige tempel!
Leid mij langs mijn belagers, eeuwige, door jouw
gerechtigheid, maak effen de weg
die jij mij wijst!

Onwaarheid
komt uit hun mond,
onheil huist in hun hart,
een open graf is hun keel,
gespleten is hun tong!
Laat hen boeten, g d,
laat hen in hun eigen valkuil lopen!
Verstoot hen om hun grote wandaden,
want ze zijn opstandig tegen jou!
Er is vreugde bij allen die bij jou
schuilen, eeuwige jubel omdat jij hen beschermt,
wie jouw naam beminnen juichen jou toe!
Jij zegent de rechtvaardigen, eeuwige,
als een schild beschut hen
jouw genade
...
