[{*}]
EEN
verleden is niet genoeg.
Mensen hebben een toekomst nodig.
Op korte formule gebracht
staat het zo ergens in De Asielzoeker
van Grunberg.
EERST
was er de droom,
uit noodzaak, toen het Koninkrijk Gods [der hemelen];
zoals er eerst mensen waren en toen pas goden en "G D".
Het Koninkrijk Gods als toekomst is verbeelding die we [alweer]
het kleed van de religieuze verwachting hebben omgeslagen,
wij lopen in onze eigen [bijna geheel 'zelfgefabriceerde'] jas.
En zoals mensen niet zonder kleren kunnen leven in ons klimaat,
zo hebben we religies [zingevingen] nodig om onze hoop op een andere wereld dan die van ellende
en verdriet levend te houden.
Toekomst is als het ware
de opening naar voren [ooit de plantenoverhang van onze grotopening,
en nu een roestvrij stalen deur met sloten, kijkgaatjes, camera's & allerhande moderne electronische beveiligingsfoefjes]
waar we niet meer zonder kunnen:
het leven is er niet [meer] naar.
Wie daar nog nooit iets van gemerkt heeft,
zit aan de goede kant van de [bij-]geloofs/streep.
Tijdelijk dan,
en zonder enige
garantie{s}.
Een komend
vrederijk, een rijk van 'g d',
is een voorstelling die zo wijd verbeid
[en verbreid] is als de wereld, bij wijze van spreken dan:
die joods/christelijke [en later ook islamitische] fantasie
is niet de enige uitmonstering van de hoop,
messiassen [christussen, maytreya's, verlossers, mahdi's en allerhande bevrijders]
zijn ook in andere religies bekend.
Hoe kan het ook anders:
reeds bij de geboorte van Noach
riep zijn vader Moach
de zoon van Koach uit:
DEZE zal ons troosten over het werken en zwoegen op deze wereld.
Noach [de rustende] [zoon van Moach [de hersenen] zoon van Koach [de kracht]
zoon van Roeach [geest en wind] dus nog eerder 'heilbrenger' & 'redder'
dan Yehosjoea [god verlost: 'yhwh' die was en komende is
{verloste/verlost ons en zal ons blijven 'verlossen' van 'de tegenstander'}, oftewel,
Yesjoea in de jas van Noach [als Elisa in de mantel van Elya]:
de mantel [geest van] de profeet
over al zijn na- en opvolgers {tot in eeuwigheid}, het is maar net
HOE JIJ HET WILT ZIEN!
Eigen maaksel dus,
dat Koninkrijk van G d: eigen teelt van religieus verlangen.
En eigen braaksel, als het fout gaat en er weer uit moet komen wat er ooit inzat, en wat fout viel.
Dat houdt in dat we dat Koninkrijk zelf bouwen, behangen, bewerken, inrichten, stofferen en aankleden tot in de puntjes [en komma's]; hoe ze eruit ziet: onze utopie, we vullen 'het' zelf in!
DAT heeft nog een extra relativerend effect:
ALLES wat wij over de toekomst zeggen stamt uit het heden dat rust op het verleden [Vijver].
DAAROM is de religieuze toekomstverwachting zo oneindig veelkleurig,
we hebben niet alleen maar vrij spel omdat we niet in de toekomst kunnen kijken,
maar OOK omdat we het lege gat niet anders kunnen opvullen
dan vanuit onze eigen tijd,
met zijn telkens weer [alweer]
andere ervaringswaarheden.
Dat kan individueel,
in kleine groepen [sekten, noemen we die meestal]
of in de grote collectieven van tempel, synagoge, leerhuis, kerk, gebedshuis en moskee [o.i.d],
maar hoe dan ook: je kunt over de toekomst geen andere voorstelling maken
dan die welke jij vanuit jouw eigen wereld
opdiept.
Tijd om nog eventjes
terug te komen op Yehosjoea en wat hij van de toekomst dacht.
De notie van het Rijk Gods [het koninkrijk van onze vader die in de hemelen is],
mocht iemand dat al denken, niet door hem 'uitgevonden'.
Yesjoea neemt een thema op dat reeds de ronde deed in de religieuze gemeenschappen van zijn eeuw;
wat Yesjoe doet is er een EIGEN GEWICHT, en ook een EIGEN POINTE aan geven.
Wil JIJ dit Koninkrijk binnentreden, zegt Yesj, bekeer je dan, anders word je door de Rechter buitengesloten.