*
"DE
myDiCode
[leefwijze] meer
dan moreel!"
~*~
~
*~
DAT
brengt ons
op een losse draad die we lieten liggen
en die belangrijk is voor het inzicht dat we hier en nu trachten te ontwikkelen:
leefgewoonten, lifestyle e.d. zijn termen
die we niet voor niets telkens weer
hebben genoemd.
De moraal is van huis uit
niet zo moreel als we soms wel zouden willen.
Aan het begin van de ethiekbeoefening is datgene wat wij moraal noemen
een complex geheel van gewoontes, zeden, gangbaarheden, ingesleten paadjes,
waarbij zich ook bovenop al dat machobonobogedoe
een morele component
voegt.
WAARIN
en waaruit die bestaat
is dan de grote vraag als we eenmaal besluiten
om het 'puur machobonobonale' automatische grondinstinct
achter ons te
laten.
De
ethiek
zal zich later,
zoals we al vaker zagen
sinds het voorjaar van 2004
en steeds weer nader kunnen bekijken,
juist tot taak stellen om op DIE vraag
het goede antwoord te geven,
en het laat zich raden:
zoveel antwoorden, zoveel ethieken.
Maar NU eerst die veel bredere
[tussen]code.
Aristoteles
zocht naar wat een mens
een goed functionerend mydimens maakt
te midden van onze medemensen,
want alleen een goed functionerend mens kunnen we
'gelukkig' noemen.
Om
te beginnen
die context van 'gelukkig worden'
waarmee de vraagstelling is omgeven.
Wat een motief, zal Kant later zeggen!
Is DAT nog moraal als je iets doet om er gelukkig door te worden?
Eudaemonisme, noemt hij het: een soort van paraplu
waar heel de ethiekbeoefening VOOR hem
ZIJNS inziens onder
thuis hoort.
"Das
einzige Gute
ist der gute Wille!" zet HIJ er tegenover.
Maar Aristoteles en met hem
heel de klassieke ethiekbeoefening
ziet er geen been in:
mensen willen nu eenmaal gelukkig worden en daar hebben ze gelijk in
als ze tenminste niet voor eeuwig en altijd
een simpele machobonoboziel
willen BLIJVEN?
Wat WIJ
vandaag de mydidag moraal noemen
is van dat streven bij hem
een onderdeel!
Niet
minder opmerkelijk
is dat menszijn voor Aristoteles een activiteit is,
het uitoefenen van een praktijk, zeg maar, zoals de dokter
om dokter te zijn {'doktert'}
een praktijk uitoefent.
Aristoteles
heeft ook daar een werkwoord voor,
HIJ noemt 'het' "ANTROPOIEUSTHAI", letter 'mensen' [als werkwoord:
ik mens, jij menst, hij/zij menst,
wij mensen, jullie mensen,
zij mensen ensow
& 'men menst' heel wat af gedurende
het leven ...?]!
WAARIN
'goed mensen' bestaat,
kun je pas invullen als je weet
waarin de typische praktijk van 'mensen' bestaat,
zoals je pas kunt zeggen wat een goede voetballer is als je eerst weet
wat voetballen is.
De CLOU
van Aristoteles' ethiek zit hem dus in zijn
mensbeschouwing.
NU,
"WAT IS DAT DAN"
'goed mensen'?
Net als
bij 'n voetballer,
die uitblinkt in wat een voetballer doet,
dus een voortreffelijke balbeheersing tentoonspreidt,
op het juiste moment op de juiste plaats weet te zijn,
een zuiver schot heeft ensow,
ZO IS 'goed mensen'
op een voortreffelijke wijze het 'menszijn' beheersen.
Het woordje 'goed' in 'goed mensen' bevat bij Aristoteles dus veel meer
dan wat wij vandaag 'goed'
in morele zin
noemen ...
"Goed
mensen"
is slagen als mens
temidden van de 'medeburgers',
het combineert wat wij 'goed leven' noemen en 'een goed leven'.
VANDAAR dat de ehtiek van Aristoteles een soort levensleer is,
een instructie [tien geboden/bergrede],
waarin jou als het ware bij wijze van spreken en schrijven
met andere woorden precies verteld wordt
WAT je ervoor moet doen
en wat juist NIET,
om als mens
te slagen.
Natuurlijk
vergeet Aristoteles daarbij
ook de randvoorwaarden niet:
wie geen geld heeft en geen vrienden
kan volgens hem nooit een geslaagd leven hebben?
Maar DAT daargelaten: waar 'het' om GAAT is dat men jou,
als burger te midden van je medeburgers,
een voortreffelijk mens
zal vinden?
De deugden
die Aristoteles opstelt,
en waardoor zijn ethiek beroemd is geworden,
beslaan een veel groter veld dan ALLEEN die van morele aard,
nog minder hebben ze ALLEEN maar
morele voortreffelijkheid
tot doel!
Deugden,
letterlijk: waarin jij uitblinkt, voortreffelijkheden,
KUN je aanleren?
De ethiek
van Aristoteles heeft, vanuit DIT gezichtpunt,
wel iets van een pedagogisch handboek,
dat mensen de kunst van
het mens-zijn wil
bijbrengen.
HOE GAAT DAT?
Deugden
[talenten ontwikkelen, uitblinken dus]
leer je aan door oefening te doen van wat een 'gentle man' [of 'lovely lady'] geacht wordt te doen:
TRAINING dus: want oefening
baart deugden!
--
We bevinden ons
nog steeds in Athinai,
maar het verbaast ons eigenlijk helemaal niet
dat Aristoteles het met name in Engeland altijd al
'zo goed heeft
gedaan'?
OF
zou 'het' toch
andersom liggen:
vanwege de voorliefde voor Aritoteles is het ideaal van de 'gentle man & woman'
zo typisch "Engels" is
geworden?
Op
[on-]deugden
ga ik hier maar verder niet door,
daar staat bijna heel mydi al
vol van elke dag
weer!
Behalve dan
dat het deugdbegrip van Aristoteles
vermoraliseerd is door de latere traditie{s},
zij het niet door Thomas van Aquino: voor HEM is de deugd een voortreffelijkheid zoals bij Aristoteles:
datgene waardoor een mens goed 'menst'
en "DUS" gelukkig
wordt!
Heel
wat anders dus
dan wat Kant met "TUGEND" bedoelde.
Bij HEM is een deugd pas een ECHTE deugd als je hem juist niet
beoefent om gelukkig
te worden ...
-
-
Een
laatste
aantekening voor vandaag:
wij maken vandaag de mydidag
een ONDERSCHEID tussen mensbeeld
als wetenschappelijk gegeven
EN mensbeeld als
ideaal ~
Aristoteles deed DAT
natuurlijk [nog]
niet.
Als HIJ
over een mens spreekt,
neemt hij geen waardegeladen woord
in de mond.
ZIJN mensbeeld
en zijn normatieve deugden zijn doodgewoon voor- en achterkant
van dezelfde zaak.
We komen
daar ook vast nog wel weer eens
op terug?
Net als Plato
en heel de antieke wereld,
houdt Aristoteles er een waardegeladen zijnsbegrip op na,
een idealistisch zijnsbegrip,
zeg maar.
"ZIJN" = 'goed zijn'.
"ER ZIJN"
is deelhebben aan
"Het Zijn".
En voorzover iets
daar NIET deel aan heeft,
IS het er 'gewoon' NIET,
is 'het' dus OOK
niet goed.
Vandaar
dat Augustinus later de zonde
[die er toch wel is, volgens ons]
kan definieren als niet-zijn:
Gebrek Aan
Zijn.
~@~