Nog
maar eventjes
terug naar 2000
& 3000 jaar geleden via de
Gothisch gedrukte schrijfsels
van Mat Gargon @ Vlissingen
AD 1700/1718/1725.
HOE
VERWONDERENSWAARDIG IS 'T,
DAT HET PROFEETISCH WOORD TOT DE MINSTE OMSTANDIGHEID TOE, IN "jc" VERVULD IS.
OF DIT IS EEN ONWRIKBAAR BEWIJS, DAT HY DE LANGBELOOFDE MESSIAS MOET ZIJN, OF DAAR MOET GEEN BEWIJS VAN
DEN MESSIAS
ZIJN.
HET
MAG IEMANT,
MET DEN EERSTEN OPSLAG,
GERING SCHIJNEN, DAT MEN YEHOSJOEA DRANK AANBIEDE.
HET MAG VOLGENS DE GEWOONTE DER JOODEN ZIJN, STRAFLINGEN EVEN VOOR HUNNEN DOOD, MET ALSEM-
EN GAL-BITTEREN ZWIJMEL-WIJN TE DRENKEN; DIT ECHTER KAN NIEMANT WRAKEN, DAT ZULKS ALS EEN BYZONDER MERKTEKEN VAN DEN MESSIAS
IN 'T VOLVOEREN VAN ZIJN HEILAMPT,
VOORZEGD WAS.
PS 69
LAMENATSEACH
AL-SJOSJANIEM LEDAWIED;
voor de koorleider op de wijs van de lelies van david
HOSJIYEENIE ELOHIEM KIE VAOE MAYIEM AD-NAFESJ; TAVATIE BIYWEEN METSOELAH WE'EIN MAOMAD
red mij g d, het water staat aan mijn lippen, ik zink weg in bodemloos slijk & vind geen grond om te staan
BATIE VEMA'AMAKEI-MAYIEM WESJIBOLET SJETAFATNIE:
ik verdrink in diep water,
de stroom
sleurt me
mee
YAGAETIY
VEKARIY NICHAR
GERONIY KALOE EINAY MEYACHEEL LE'ELOHAY:
uitgeput van 't roepen, schorre keel, verzwakte ogen van ;t uitzien naar mijn g d
RABOE MISA'AROT ROSJIE SONAY CHINAM ATSMOE MATSMIYTAY OYVAY SJEKER:
talrijker dan m'n hoofdhaar zijn zij die mij haten zonder reden,
vele belagers: vijanden die mij bedriegen:
teruggeven moet ik wat ik
niet heb geroofd!
G d,
jij kent m'n lichtzinnig leven,
m'n schuld is jou niet ontgaan. Laat ik niet beschamen wie naar jou uitzien,
eeuwige g d van alle machten & krachten,
laat wie jou zoekt niet om mij
te schande staan,
m'n G d!
Om jou
moet ik smaad verduren
& bedekt 't schaamrood m'n gezicht. Ik ben voor mijn broers 'n vreemde
geworden, 'n onbekende voor de zonen van m'n moeder. De hartstocht voor jouw huis heeft mij verteerd,
de smaad van wie jou smaadt,
is op mij neergekomen!
Ik huilde tranen toen ik vastte,
maar wat ik oogstte was hoon, ik hulde mij in 'n boetekleed,
maar verachting werd mijn deel! In de stadspoort wordt over mij geroddeld,
& de liedjes van de drinkers spotten
met mij!
En nu,
Eeuwige, richt ik m'n gebed tot jou,
laat dit 'n uur zijn van mededogen! Groot is jouw ontferming,
G d, antwoord mij, toon jouw trouw & red mij! Trek mij uit 't modderslijk voordat ik wegzink,
laat mij ontkomen aan wie mij haten,
haal mij uit dit diepe water!
Laat
de stroom
mij niet meesleuren,
't modderslijk mij niet verzwelgen,
de afgrond z'n muil niet boven mij sluiten!
Antwoord mij, eeuwige, jij bent genadig & goed,
keer je tot mij, zie mij
in erbarmen
aan!
Verberg
jouw gelaat
niet voor voor je dienaar,
antwoord mij snel, want de angst benauwt mij!
Wees mij nabij en bevrijd mij, verlos mij van mijn vijanden!
Jij kent m'n smaad, m'n schande, m'n schaamte, al m'n belagers staan voor jou!
Smaad heeft m'n hart gebroken, ik ben radeloos, ik hoopte op mededogen ~ vergeefs;
op troost ~ die ik
niet vond!
Nee,
ze mengden
gif door m'n eten
en lesten m'n dorst met azijn!
Laat hun tafel hun valstrik worden & 'n valkuil voor hun vrienden!
Laat 't licht uit hun ogen verdwijnen, beroof hun lendenen van alle kracht!
Stort over hen jouw toorn uit, laat hen aan jouw woede niet ontkomen!
Maak hun woonplaats tot 'n woestenij, verdrijf uit hun tenten de laatste bewoner!
Want zij vervolgen wie jij hebt geslagen, & wegen 't leed van wie door jou is verwond!
Voeg dit alles toe aan hun schuld, sluit hen uit van jouw genade, schrap hun namen uit 't levensboek,
laat ze niet geschreven staan
bij de rechtvaardigen!
Ik
ben verzwakt,
ik ben verwond,
maar jouw hulp, o G d, zal mij beschermen!
De naam van G d wil ik loven met 'n lied, zijn grootheid met 'n lofzang prijzen!
Dat behaagt de Eeuwige meer dan offerdieren, dan stieren met hun hoorns & hoeven!
De nederigen zien het & verheugen zich, wie G d zoeken, hun hart zal opleven!
Want de Eeuwige hoort de armen,
zijn gevangen volk
verwerpt hij
niet!
Hemel & aarde
moeten hem loven, de zeeen, met alles wat daarin leeft!
Want G d zal Tsion redden &
de steden van Yehoedah
herbouwen!
Daar
zal worden
geleefd en overerfd,
het volk dat hem dient,
zal 't land bezitten, wie
zijn naam liefheeft,
mag er
wonen
...