De dingen lopen zoals ze gaan om 1001 redenen: het enige dat echt telt is hoe je het [samen] ervaart ...
Hoe wonderlijk is
"G D"
in 't bestieren van zijn raadbesluit?
Alle Leerlingen van Yehosjoea waren geringe menschen, en schoon de vrees hen niet verstroid had; wie zoud uit het midden der elven, zich tot den Landvoogd hebben durven begeven?
Wie het verzoek der Jooden konnen verijdelen?
Nochtans hong aan die omstandigheid, die zo gering of hachlijk scheen, het profeetisch woord,
en kenteken van den Masjiach. Waren de Jooden het licchaam des Heilands magtig geweest, het ware in een boosdoenders graf geworpen, en veracht, en mooglijk door 't woedend volk mishandelt geworden:
maar het Profeetisch woord had voorspelt, dat Yesjoea in een eerlijk graf zoude gelegt, en
BY DE RIJKEN,
of
AAN DE RIJKEN IN ZIJNEN DOOD ZIJN.
Daar toe verwekt
"G d"
deezen Raadsheer: daar toe buigt hy 't harte van den Stadhouder, daar toe word het licchaam aan YOSEEF
vergunt. Waar uit onwederspreeklijk volgt, dat
YESJOE
waarlijk
GESTORVEN
was, maar te gelijk ook, dat hy
ONSCHULDIG
was. Want op dien voet verzoekt Yoseef het licchaam, en op dien grond vergunt het
PILATUS.
Zoude Pilatus eenig vermoeden hebben, dat JC niet gestorven, maar in flauwte of zwijmelvlaag ware, hy zoude 't licchaam niet geschonken, maar door zijne wacht te nauwkeuriger
bewaart hebben. Had hy JC schuldig geacht, noit zoude hy 't verzoek hebben ingewilligt, maar volkomen bewust, dat het bittre haat en moordlust was, die 't volk had aangehitst, staat hy Yoseef zijn verzoek, en JC een eerlijk graf toe.
Dit moest ook de reden zijn, waarom de
"Messias"
in zijn kruisdood
AAN EEN RIJKEN
zoud vergunt worden:
OM DAT HY GEEN ONRECHT GEDAAN HEEFT, NOCH BEDROG IN ZIJNEN MOND GWEEST IS,
zegt de profeet.
ZULK EEN HOOGEPRIESTER BETAAMDE ONS
ook, gelijk Sjapo/Chapeau ons leert. En hoe konde G d, behoudens zijne Godbetaamlijkheid,
een G d des Zondaars worden, dan in en door zulken Hoogenpriester?
Die hier in bleek
ALLEEN
bevoorrecht,
OM G D TE NADEREN,
EN ZIJNE ZIEL TE STELLEN TOT EEN SCHULDOFFER.
{YIRMEYAHOE 30} DE EEUWIGE [YHWH] RICHTTE DE VOLGENDE WOORDEN TOT YIRMEYAHOE:
'Dit zegt de eeuwige, de g d van Yisraeel: schrijf alle dingen die ik je heb gezegd in een boekrol.
Want de dag zal komen - zegt de eeuwige - dat ik het lot van mijn volk Yisraeel en van Yehoedah
ten goede keer, dat ik hen terugbreng naar het land dat ik hun voorouders gegeven heb en dat zij
in bezit zullen nemen ~ spreekt de eeuwige!'Hier volgen de woorden die de eeuwige tot Yisraeel & Yehoedah sprak:
'Dit zegt de eeuwige'
ik hoor geschreeuw van ontzetting,
kreten van angst en paniek. Zeg eens:
kunnen mannen baren?
Waarom zie ik dan dat alke man zijn handen op zijn buik houdt, zoals een vrouw die baart?
Waarom is hun gezicht zo grauw?
WEE!
Die vreselijke dag kent zijn gelijke niet!
Het volk van Ya'akov komt in grote nood, maar het wordt gered.
Ik breek op die dag 't juk van je nek, je banden ruk ik los - spreekt de eeuwige der machten & krachten.
Nooit meer wordt Ya'akovs volk slaaf van vreemden, maar het dient mij, de eeuwige, zijn g d, en Davied,
de koning die ik over hen heb aangesteld.
Wees niet bang, mijn dienaar Ya'akov, heb geen angst, Yistraeel ~ sprekt de eeuwige.
Ik zal je uit dat verre land bevrijden, uit de ballingschap breng ik je nageslacht terug.
't Volk van Ya'akov keert terug & zal in vrede leven, zonder zorgen, zonder dat 't nog wordt opgeschrikt!
Ik sta je ter zijde en zal je bevrijden ~ spreekt de eeuwige. De landen waarnaar ik je verdreven heb,
vaag ik allemaal weg. Je krijgt de straf die je verdient,
maar vernietigen zal ik je niet.
Dit zegt de eeuwige:
ONGENEESLIJK ZIJN JE WONDEN, NIET TE HELEN IS JE LETSEL.
GEEN MENS VERZORGT JE ZWEREN, JE WONDEN GROEIEN NOOIT MEER DICHT.
JE MINNAARS ZIJN JE VERGETEN, ZE KIJKEN NIET MEER NAAR JE OM.
IK WAS HET DIE JE SLOEG, ALS EEN VIJAND, IK HEB JE MEEDOGENLOOS GESTRAFT, OM JE VELE WANDADEN,
OM JE TALLOZE ZONDEN. WAT KLAAG JE NU OVER JE LETSEL, JE DODELIJKE WONDEN?
OM JE VELE WANDADEN, OM JE TALLOZE ZONDEN HEB IK JE DIT AANGEDAAN.
MAAR WIE JOU VERSLONDEN, WORDEN ZELF VERSLONDEN, AL JE VIJANDEN GAAN ZELF IN BALLINGSCHAP!
ELK VOLK DAT JOU PLUNDERDE, WORDT ZELF GEPLUNDERD, IK MAAK IEDER DIE NAAR BUIT ZOCHT, ZELF TOT BUIT. WEET DAT IJ JE ZAL GENEZEN, IK ZAL JE WONDEN HELEN ~ SPREEKT DE EEUWIGE ~
OOK AL NOEMT MEN JE
'VERWORPENE'
EN ZEGT MEN:
"Naar Tsion kijken we niet meer om!"
Dit zegt de eeuwige:
IK KEER HET LOT
VAN YA'AKOVS TENTEN TEN GOEDE,
IK ZAL ME OM ZIJN WONINGEN BEKOMMEREN,
PALEIZEN WORDEN IN HUN OUDE PRACHT HERSTELD.
DANSEND KOMEN DE MENSEN NAAR BUITEN, MET EEN LOFZANG OP DE LIPPEN.
IK DOE HET VOLK IN AANTAL TOENEMEN, HET NEEMT NIET MEER IN AANTAL AF.
IK GEEF HET AANZIEN, HET WORDT NIET LANGER VERACHT. HET VOLK WORDT WEER ALS VROEGER
EN HOUDT DOOR MIJN BESCHERMING ALTIJD STAND, WIE HET BEDREIGT ZAL IK STRAFFEN.
HET ZAL EEN VORST VOORTBRENGEN, ER KOMT EEN HEERSER UIT ZIJN MIDDEN VOORT.
IK ZAL HEM TOESTAAN MIJ TE NADEREN. WIE ZOU DAT ZELF WAGEN?
~ spreekt de eeuwige.
JULLIE
ZULLEN MIJN
VOLK ZIJN, EN
IK ZAL JULLIE G D ZIJN.
DE EEUWIGE ZENDT EEN WOEDENDE WIND,
EEN RAZENDE STORM TREFT DE VERDORVENEN.
ZIJN BRANDENDE TOORN KOMT NIET TOT BEDAREN
VOOR HIJ ZIJN PLAN
GEHEEL HEEFT
UITGEVOERD
...
EENS
ZULLEN JULLIE
DAT TEN VOLLE
BEGRIJPEN: DAN ZAL IK
VOOR ELKE STAM VAN YISRAEEL EEN
G D ZIJN, DAN IS YISRAEEL
MIJN VOLK SPREEKT
DE EEUWIGE
