'45/'15 pro juventute vale ouwe noordwest Veluwe ~

DE
ECONOMIE VAN
ELBURG WAS ER GEDURENDE
DE 19e eeuw nog maar weinig florissant aan toe:
ook de bevolkingsgroei hier duidde daar dan ook op?

In bijna 'n eeuw tijd
was 'r sprake van 'n toename van niet meer dan 754 inwoners (39,5%)!

Menig jaar liet al met al nu zó 'n teruggang in 't inwonertal zien! Voor de stad was, naar oordeel v/h gemeentebestuur, de landbouw economisch van erg weinig betekenis: deze gemeente bezat ook nagenoeg geen woeste gronden. Desondanks kende ELBURG ook net als Harderwijk stads-boerderijen: rònd de stad, in 't schependom, lag enig areaal bouw- & weiland in gebruik bij de inwoners v/d stad!

De opbrengst hiervan was grotendeels voor eigen consumptie. Handel, nijverheid & scheepvaart, waaronder de visserij, waren daar toen de allerbelangrijkste middelen van bestaan?! Overigens was de visserij in het begin v/d eeuw nog maar van weinig betekenis: 't laatste kwart v/d 19e eeuw let 'n toenemend aantal vissers zien; in 1900 telde hun vloot 57 schepen met een gemiddelde bemanning van 2 koppen. ELBURG had 'n aanmerkelijk kleinere vloot dan Harderwijk & de visvangst beperkte zich tot de Zuiderzee.

De Elburger & Harderwijker vissers vìsten òp dezelfde vissoorten. De opbrengsten waren afhankelijk van visbewegingen, de aanwezigheid v/d diverse soorten èn weersomstandig-heden. Als de vis aan wal gebracht was trokken de Elburgers vishandelaren het achterkant in om hun gevangen vis aan de man te gaan brengen. Vaak gingen ze 's nachts al op pas om dan de volgende morgen vroeg op hun plaats van bestemming te zijn. Dat de prijs van die vis afhankelijk was van de vangst mag duidelijk zijn!

'n Déél v/d ambachten richtte zich o/d scheepvaart. ELBURG kende 'n touw-slagerij & 'n scheepstimmerwerf, waar uitsluitend onderhoud plaatsvond. In 1866 verschafte de touwslagerij aan 8 mensen werk, waar-van het inkomen zo ongeveer 4 tot 1 gulden per week bedroeg! De scheepstimmerwerf telde in dat jaar 4 arbeiders met een inkomen van 4 tot anderhalve gulden per week?

De bèst betaalde arbeiders waren die van de houtzaagmolen met 9, 7 of 5 gulden i/d week.

Ook
het bokkingroken
was zo'n ambachtelijke bezigheid
die, ook al was 't seizoenarbeid, relatief veel werk verschafte!
Op de 4 rokerijen ook werkten 16 mensen met een gemiddeld van 5 gulden per week.
Mòr is er een paar keer doorheen gefietst met z'n Japanse wederhelft & er woont nog 'n oude neef:
ook al ken je die plaatsen & mensen maar van enkele bezoeken, toch doe je zo indrukken op in de decennia
van Irminloo, Putten, H'wijk, Sliedrecht, Gouda, Sittard, Zaanland, Zierikzee, Alkmaar, Den Haag,
Hoogeveen, Glanerbrug, Vledder, Laren, Steenwijk, Zwolle, A'dam,
Bergen aan Zéé, Schoorl, Texel,
daartussenin &
'verderop'!

29 mei 2015 - bewerkt op 31 mei 2015 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende