28158/21 een samenleving waarin een substantieel
¥
{Q&A]
DEEL
VAN DE
BEVOLKING ZIJN ZEGJE
KON DOEN, WAS GOED WÈNNEN
VOOR DE ACADEMISCH GEVORMDE ELITE
DIE TOT DÍE TIJD een monopoliepositie had
op het gebied van meningsvorming! Óók de autoriteiten
wáren er níet ècht blíj mee! Vanaf 1745 traden ze steeds vaker op
TÉGEN krànten die in hùn ogen véél té vríj schréven over publieke zaken.
Vooral politieke publicaties moesten het ontgelden! En journalisten konden hun geluk niet òp!
Òpgewekt constateerde DE ÒPMERKER in 1774 hóevéél màcht 'n 'zedenkundig Schryver',
wij zouden zeggen 'intellectueel', hàd:
"WY KUNNEN ENEN MERKELYKEN INVLOED HEBBEN OP DEN GEEST VAN HET GEMEEN!
[...] ZULK EEN SCHRYVER WEET OP ENE AANGENAME WYS, EN GENOEGZAAM ZÒNDER DAT HET GEMERKT WORD,
EEN ZWENK TE GEVEN AAN DE GEMOEDEREN VAN HET GEMEEN!"
Zó'n 'zwènk' kon je volgend Vélen optimáál geven als je òngehìnderd kòn schrijven?! In bijna elke 18e-eeuwse spectator
staat daarom dan ook wel 'n pleidooi vóór vrijheid vàn méningsúiting!? Vèrder werden de grenzen van die vrijheid àl schríjvend vèrder òp- & úitgerèkt? Politiek blééf lang 'n heikel punt i/d journalistiek, totdat schrijvers maling kregen aan de autoriteiten zoals nú!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende