Vertellingen
over eens
dat die Avondmaaltijd
op donderdag waarbij Ye(ho)sjoea
'de twaalf' trouwste leerlingen uitnodigt z'n laatste is:
'n 'plechtig moment' dat zich sindsdien al bijna 2000 jaar is blijven 'herhalen'!
Aangezien Yesjoea hun 'meester' is, vervult hij de rol die i/d joodse traditie is weggelegd voor 't 'gezinshoofd':
hij zegent het brood & breekt 't, zegent de beker wijn & reikt hem aan de tafelgenoten onder 't uitspreken van 'vreemde woorden'.
De drie synoptische euangelies vermelden deze gebeurtenis, die de geschiedenis v/h christen-dom & de 'christelijke cultus' diepgaand
zou (blijven) beïnvloeden, ongeveer als volgt:
'TERWIJL ZE ATEN NAM YESJOE 'T BROOD, SPRAK HET ZEGENGEBED UIT, BRAK HET BROOD EN GAF DE LEERLINGEN ERVAN MET DE WOORDEN: "NEEM, EET, DIT IS ALS MIJN LICHAAM"! EN HIJ NAM DE WIJNBEKER, SPRAK HET DANKGEBED UIT EN GAF HUN DE BEKER MET DE WOORDEN: "DRINK ALLEN ERUIT, WANT DIT IS ALS MIJN BLOED, 'T BLOED VAN HET VERBOND, DAT VOOR VELEN VERGOTEN WORDT TOT VERGEVING VAN ZONDEN & GEBREKEN!"
vlg. Mark 14:22-24, Luke 22:19-20 & Matai 26:26-28!?
SP zal in zijn eerste brief aan de Gemeenschap @ Korinte schrijven
dat Yesj na deze twee handelingen eraan toevoegde:
"DOE DIT, TELKENS OPNIEUW, OM MIJ TE GEDENKEN. [...] DUS ALTIJD WANNEER JULLIE DIT BROOD ETEN & UIT DEZE BEKER DRINKEN, VERKONDIGEN JULLIE DE DOOD VAN DE HEER, TOTDAT HIJ KOMT!" (KOR 11:24-26).
Die zg. 'eucharistie' ~ letterlijk 'dankzegging' ~ is sinds 20 eeuwen
HÈT
centrale punt & onderdeel v/d christelijke 'eredienst' i/d meeste gevallen?
De Pesach-gasten zitten nog aan tafel als Yesj aan hen verkondigt dat één van hèn 'hem zal uitleveren'
('t paaslam ahw.
'gekocht voor die 30 sjekel/zilverstukken',
de prijs van 'n slaaf/knecht/'offerlam'?)!
Ze vragen hem vervolgens allemaal:
"Ben ÌK 't,
ÌK ben 't toch niet?"
& zijn antwoord is bestemd voor Yehoedah Isjkariot:
"JIJ ZEGT 'T!"
Zodra die allerlaatste maaltijd van die 13 mannen samen is afgelopen,
gaan ze op weg naar de Olijfberg met de Tuin van de Olijfpers, Gethsemane,
om daar samen de nacht door te brengen. Wanneer de apostelen 'r meermaals
hun genegenheid voor hun 'rabbi' verklaren,
richt deze zich tot Sjm'on Petros aka Kefas:
"Ik zeg je, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat jij driemaal geloochend hebt dat jij mij kent'!
vlg. Matai 26:34.
Daarna zondert hij zich van hen af om er te bidden, maar hij is niet gerust,
voelt zich 'bedroefd & angstig', 'eenzaam & alleen',
'valt met z'n gezicht op de grond' & smeekt z'n hemelse Vader om 'als 't mogelijk is',
'deze beker aan hem te laten voorbijgaan'!
vlg. Matai 26:37-39.
Voorgevoelens
die nog overal voor allerlei mensen gelden
om ongeveer dezelfde redenen
...