de bejaarde Yosjoea de Oudsten, Rechters & Oversten van de Stammrn naar de stad Sjchem. De israëlitische verovering van die stad, gebouwd in 'n bergpas tussen twee torenhoge heuvels & uitkijkend op 'n vruchtbaar dal, wordt nergens vermeld; misschien is het een he breeuwse enclave geweest gedurende de eeuwen van Egyptische slavernij.
De woorden van Ya'akov in GEN 48:22 - 'DIE IK MET MIJN ZWAARD EN MIJN BOOG AAN DE AMORIETEN HEB ONTRUKT' slaan misschien op een Hebreeuwse verovering in de buurt van Sjchem ten tijde van de aartsvaders? 'n Dankbare aanvoerder & zijn volk willen nu (ook) een Vernond sluiten met hun G d die "Zijn Gelofte" heeft gehouden & aan hen Het Land Kena'an 'heeft gegeven': het Verbond krijgt de vorm van een suzereiniteitsverdrag. 't Bevestigt 't Mozaïsch Verbond & voegt er nig bepaalde elementen aan toe die alleen maat in dit nieuwe Verbond kùnnen voorkomen.
DE PREAMBULE: 'ZO ZEGT DE HEER, DE G D VAN ISRAËL ..."
HISTORISCHE PROLOOG: "AAN DE OVERZIJDE VAN DE RIVIER HEBBEN EERTIJDS JULLIE VADERS GEWOOND ... EN ZIJ HEBBEN ANDERE GODEN GEDIEND. MAAR IK NAM JULLIE VADER AVRAHAM VAN DE OVERZIJDE DER RIVIER, EN LEIDDE HEM DOOR HET GEHELE LAND KANAÄN ... TOEN ZOND IK MOSJEH EN AHARON EN SLOEG EGYPTE ... DAARNA LEIDDE IK JULLIE UIT & ZO GAF IK JULLIE 'N LAND WAARVOOR JULLIE NIET GEZWOEGD HEBBEN, EN STEDEN DIE JULLIE NIET GBOUWD HEBBEN!..."! In 't mozaïsch Verbond werden de aartsvaders niet genoemd want dat Verbond was rechtstreeks bestemd voor degenen die de slavernij nog echt zelf hadden meegemaakt.
Hier in Sjchem werd het hele volk verenigd ~ degenen die in Kena'an waren gebleven & sterke herinneringen bewaarden aan de aarts-vaderlijke tradities & degenen wier voorouders nog zelf slaven waren geweest & die nu Verhalen uit Egypte meebrachten & herinneringen aan Mosjeh, aan een lange Omzwerving, aan 'n woestijntraditie.
