de dood van Socrates & Yesjoea 'n overeenkomst vertonen: beiden zouden hebben kunnen vluchten, maar weigerden dat te doen.
Beiden stemden ermee in om zo dus moreel onrecht te ondergaan en een straf die even verschrikkelijk als onrechtvaardig was, omdat ze zich niet wilden onttrekken aan het politieke recht van de stad. Beiden verlaten ze zich op de goden of op G d als dé enige ware oordeelsinstantie!
Socs liefde voor het recht is zó groot blijkbaar dat hij zich niet alleen weigert te onttrekken aan 'n beslissing die is uitgesproken door een zg. rechtbank van zijn stad, maar ook het idee verwerpt om onrecht tegen zijn vijanden te begaan? Opníeuw is ook DÌT een ondermijnende visie in het Griekenland uit die tijd, waar het legitiem of zelfs hoogst eervol was om juist aan vijanden opzettelijk zo groot mogelijke schade toe te brengen (& vrienden navenant extreem te begunstigen)! Soc: "HET IS 'N ABSOLUTE PLICHT NOOIT ONRECHTVAARDIG TE ZIJN, ZELFS NIET TEGEN WIE HET TEGEN ONS IS GEWEEST," benadrukt hij i/d Crito (49c)! Net zoals Yesjoe die wet van vergelding afwijst, die 'oog om oog, en tand om tand' zei volgens Exodus 21:24, zoals we al eerder & vaker zagen, zó beschouwt ook Soc het als 'n heilige plicht om nooit kwaad met kwaad te vergelden. Deze wet van vergelding wordt in o.a. Griekenland (India & India) echter (nog steeds) beschouwd als door en door recht
vaardig. Hesiodus drukt hem in de 8e eeuw voor onze jaartelling uit met de volgende woorden: "WANT ALS MEN ZELF ONDERGING WAT MEN ZELF HEEFT DOEN ONDERGAAN, DÀN PAS ZOU WERKELIJK RECHT WORDEN GEDAAN" (fragment 174)! Tòch weerlègt Socrates voor wie een vergrijp heeft begaan niet het principe van aardse straf, zoals terechtstelling, verbanning, onteigening van alle bezit, maar dan wel o/d voor-waarde dat dit 'rechtvaardig' gebeurt (Gorgias, 470c)! Want voor HÈM is wie 'n begrijp begaat nòg ongelukkiger als hij zo géén rechtvaardige straf krijgt 'bij goden & bij mensen' (Gorgias, 472e), in díe zin dat 'wie wordt bestraft wordt bevrijd v/h kwaad v/d ziel', want dàt is 'HÈT aller grootste Kwaad' (Gorgias, 477a)! Hij kwalificeert straf daarom als 'morele geneeskunde' (Gorgias, 478d)! Deze gedachte dat de schuldige wel móet worden bestraft komt ook wel voor i/d woorden v/d Boeddha & van Yesjoea?! Al staat de noties liefde, vergeving & mededogen nu zo in hùn leer centraal, zoals we al eerder en vaker zagen & zullen blijven zien!? Ze heffen de rol van het recht niet òp, evenmin als het uitvloeisel van het recht: de bestraffing van de schuldige. Maar deze bestraffing bestaat voortaan niet meer (alleen) noodzakelijkerwijs in het erg streng toepassen v/d menselijke wet & precies dáárin onderscheiden de Bud & Yesj zich van Soc, die tot 't uiterst vasthoudt a/d wetten v/d stad ~~