Verborgen belofte: ongrijpbaar geheim?!
"G D"
slaagt erin
om zijn contact met Israel,
{met ONS en de rest van de wereld!?}
en daarmee zijn eigen, zich ontwikkelende 'leven',
voort te zetten door zichzelf
te 'veranderen'?
Tot
op zekere hoogte
is deze 'verandering', evenals het voortbestaan
van een soort vennootschap tussen Israel en de Heer,
voorzien in het boek Deut zelf?!
In een van de gloedvolle passages die,
voor zover mogelijk,
verklaren dat de joden door de eeuwen heen overleefd hebben,
blikt Moshe vooruit naar de dag waarop het land Israel
even grondig en gruwelijk verwoest zal zijn
als Sodom.
Wat, zo vraagt hij zich af,
moet de generatie NA die verwoesting doen
als zij ziet dat 'het gehele land zwavel, zout en uitgebrande woestenij is,
zodat het berooid is en niets laat groeien:
waar zelfs in het voorjaar geen gras
kan opschieten?
Wat moet die generatie beginnen als de volken vragen:
"Waarom?"
en het verpletterende antwoord luidt:
"Omdat zij verlaten hebben het verbond van de Heer,
de G*D hunner vaderen!"
{Deut 29:21-25}
Of, in Deut 30:1-5, 11-14:
- Wanneer u dan al deze dingen overkomen
- de zegen en de vloek die ik u voorgehouden heb -
en u deze ter harte neemt temidden van de volken waarheen de Heer,
uw G*D, u verdreven heeft,
en u zich tot de Heer, uw G*D, bekeert en u en uw kinderen
met geheel uw hart en geheel uw ziel
acht slaat op zijn gebod
zoals ik u dat heden opleg,
dan zal de Heer, uw G*D, in uw lot een keer brengen
en u in liefde terugnemen.
- HIJ zal u weer bijeenbrengen uit al de volken,
uit al de volken waarheen de Heer, uw G*D, u verstrooid heeft.
Al waren uw verdrevenen aan het einde van de wereld,
de Heer, uw G*D,
zal u vandaar bijeenbrengen en vandaar halen;
de Heer, uw G*D,
zal u brengen naar het land dat uw vaderen bezeten hebben,
u zult het bezitten en HIJ zal u welvarender
en talrijker maken dan
uw vaderen ...
- Want dit Voorschrift
dat ik u heden opleg,
is niet wonderbaarlijk voor u en het is niet buiten uw bereik.
Het is niet in de hemel, zodat u zou moeten zeggen:
"Wie van ons kan opstijgen naar de hemel en het voor ons halen,
en het ons meedelen opdat wij het volbrengen?"
En het is evenmin aan de overkant van de zee,
zodat u zou moeten zeggen:
"Wie van ons zal oversteken naar de overkant van de zee
en het voor ons halen,
en het ons meedelen
opdat wij het volbrengen?"
Nee, het is zeer dicht bij u,
in uw mond en in uw hart,
om het te volbrengen! -
De opmerking
dat het voortbestaan 'tot op zekere hoogte'
is voorzien in deze passage,
berust op het feit dat zowel het gewicht van Moshe's rede,
als het gewicht van het verhaal
waarin G*D tot driemaal toe
er nipt van weerhouden wordt Israel te vernietigen,
zwaar doorslaat naar de kant van
een onherroepelijk oordeel?!
Aan het einde van de laatste vervloeking in Deut 28 zegt Moshe:
"De Heer zal u terugbrengen naar Egypte op schepen (...).
Daar zult u uzelf aan uw vijanden als slaven en slavinnen
te koop aanbieden,
maar niemand zal u kopen!";
dit duidt onmiskenbaar Israels terminale toestand aan.
Als de zojuist geciteerde passage die eindigheid tegenspreekt,
wat moeten we dan concluderen?
Dat G*D het uiteindelijk allemaal 'niet zo bedoeld had'?
Of dat zijn gevoel voor genade het altijd wint van
zijn rechtvaardigheidsgevoel?
Als hij Israel altijd maar kan blijven vergeven,
in welk opzicht heeft hij dan een verbond met Israel?
Als hij zijn straffen, maar niet zijn beloften intrekt,
creeert hij dan niet voor zichzelf een eenzijdig,
vrijblijvend aangenomen verplichting
ten opzichte van Israel?
En maakt hij zichzelf dan niet in zekere zin belachelijk?
Het antwoord op de laatste twee vragen luidt:
"Ja, dat doet hij!",
maar de Heer zal moeten veranderen voor hij zich aan
deze vragen onderwerpt?!
Op DIT moment,
zoals we hem aantreffen aan het eind van 2 Koningen,
wordt naar deze mogelijkheden slechts vaag gegist .......
Vlak voor de passage waarin Moshe een ramp voorspelt,
en vervolgens met goddelijke hulp verkregen herstel van die ramp,
wat op het eerste gezicht alles wat hij verder gezegd heeft
onzinnig maakt,
zegt hij:
"De verborgen dingen behoren toe aan de Heer, onze G*D,
maar de geopenebaarde behoren toe aan ons en onze kinderen
voor altijd,
opdat wij alle woorden van deze wet volbrengen!"
{Deut 29:29}
Als er dus,
met andere woorden,
een tegnestelling bestaat tussen de hoop op G*D's genade
en de eisen van G*D's verbond,
dan wil Moshe dat Israel zijn gedrag baseert
op de eindeloos verkondigde eisen van het verbond,
en dat het de veel ongrijpbaarder en geheimzinniger belofte van genade
behandelt als een van de 'verborgen dingen [die] aan de Heer,
onze G*D' toebehoren?!
Nader beschouwd
is de belofte van een terugkeer uit ballingschap
naar het Beloofde Land
nauwelijks meer dan een moment van weifeling
in G*D's rotsvaste besluit om Israel weg te vagen
als het zich niet aan de voorwaarden van het verbond
houdt.
De weifeling kan niet een nieuwe richting worden
tenzij G*D verandert en,
zoals Moshe zegt,
dat kan men niet weten of voorspellen:
van alle 'verborgen dingen' van de Heer,
is de Heer zelf het meest
verborgen ...






















Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende