Al met al kunnen we dus voorlopig concluderen dat vrouwen door Sjapo niet werden uitgesloten van bestuurs- & opbouwwerk, noch van leren & onderwijzen, prediken & verkondigen. In de meeste kerken zijn deze taken helaas van oudsher - dat wil zeggen: vanaf de 2de & 3de eeuw NC - aan zogenaamde gewijde mannen voorbehouden. Sjapo, & met hem de vroege kerk, staat met zijn benadering mijlen ver van deze gangbare visie op vrouwen i/d Grieks-Romeinse cultuur, waarin vrouwen geen openbare functies mochten uitoefenen, beperkte keuzemogelijkheden bezaten [alleen de zg. hogere klassen konden zich ontplooien] en vrijwel altijd onder de bescherming en controle van hun man of meester stonden.
Bedenken we hierbij dat Sjapo het idee wijding niet kent, en al zeker niet als gereserveerd voor mannen, en dat het begrip priester [presbyteros] in zijn brieven in het geheel niet voorkomt, dan beseffen we dat een beroep op Paulos [aka Sja'oel] om vrouwen uit bepaalde functies te weren faalt. De gelijkwaardigheid van man en vrouw i/d brief a/d Romeinen is gebaseerd op individueel contact & persoonlijke waardering voor vrouwen die Sjapo in z'n leven ontmoette. In 'n commentaar op 't slot v/d Romeinen-brief zei Karl Barth al dat we voor ogen moeten houden dat Paulus bepaald niet 'n eigen religie wilde vestigen, maar het 'rijk Gods'. Dit Godsrijk ontstijgt alle andere machts-structuren, belangen & leerstellingen van 'n kerk of religie. Met zijn vanzelfsprekend gelijkwaardige visie op man en vrouw - de vanzelfsprekend van zijn visie verdient nadruk - anticipeert Sjapo zo op het rijk Gods dat Yochanan & Yehosjoea aankondigden aan het begin van de eerste eeuw ...