teveel mydiverplichtingen [te weinig mydivrijheid]


De
meest opvallende trek
van de benarde situatie waarin de christelijke kerk terecht is gekomen,
is de moeite die mensen hebben met geloven,
of ze zich nu binnen de kerk bevonden
of daarbuiten.

Met
'geloven'
bedoel ik dan het aannemen van de 'geloofswaarheden'
die de christelijke kerk de mensen
voorhoudt.

Eeuwenlang
was dat geen probleem,
je at van de schotel die priester of predikant je onder de neus hield,
omdat je van geen andere
wist.

Maar
tot verbijstering van de kerken is die situatie
passe?

-

Inderdaad,
de breuk met het verleden
hakt er veel dieper in dan we ons gewoonlijk
realiseren: in de tijd van de religieuze mythe was het woord geloof
nog onbekend, er viel eenvoudig niets
te geloven.

De
wereld was
zoals de mythe haar uittekende,
en niemand wist eigenlijk van
een andere
wereld.

Natuurlijk
wel een buitenwereld
buiten de eigen gemeenschap, maar dat was [om bij onze termen te blijven] CHAOS, behoorde tot wat niet 'van betekenis' was,
dus ook niet 'werkelijke'
wereld.

Geloven
komt pas op
als er geknaagd wordt aan de vanzelfsprekendheid
van het wereldbeeld [waarmee ik het 'beeld van g d',
mens en wereld
bedoel].

Geloven
veronderstelt een heel andere situatie,
al was het maar omdat het inhoudt dat je ook NIET
kunt geloven.

Een
volslagen
onbekend fenomeen in de tijden van
de religieuze
mythe.

-

In
EEN slag
[in werkelijkheid natuurlijk meestal in een sluipend proces]
verandert daarmee de religieuze
houding?

Wat
vanzelf spreekt,
heeft geen geloof nodig,
laat staan dat ertoe wordt opgeroepen;
wat aangevochten wordt
heeft dat
wel!

Geloven
krijgt de eigenaardige betekenis
van het 'voor waar houden' van toestanden, gebeurtenissen,
die je anders niet een plaats zou geven in je leven, maar nu wel,
nu je er expliciet toe wordt
uitgenodigd.

De voorstellingen dus,
de beelden van de religieuze mythe,
zij zijn het die hun vanzelfsprekendheid hebben verloren,
en daarom in aanmerking komen voor dat
'voor waar houden'.

En
is het eenmaal zover
dat 'voor waar houden'
kenmerk van geloven is geworden,
DAN komt het verdedigen van
alles wat waar is van de grond:
er verrijst een compleet gebouw van leerstelligheid,
met allerlei aparte kamertjes waar geloofsartikelen van meer of minder belang [fundamentele en niet fundamentele]
opgetast worden, en veilig worden
bewaard.

En dat
gaat dan weer gelijk op met het opvatten van het christendom als een leer,
en geloven als het aanhanden van
die leer.

"Voor waar houden",
'aanhangen van' & 'geloven'
worden synoniemen.

"WIJ
houden"
[tenemus, in het latijn]
is in de rooms-katholieke theologie tot op de dag van vandaag
de vaste term voor
aanhangen.

-

Wat
IS
'voor waar houden'
eigenlijk?

De
term
gaat ervan uit
dat aan de geloofsvoorstellingen van de christelijke religie
werkelijkheid
beantwoordt.

Weliswaar
ligt die werkelijkheid
niet voor het oprapen of ook niet
meteen 'voor het grijpen'
[dan hoefde je niet voor waar te houden],
ze kan alleen maar uitgetekend
worden in termen van een andere wereld:
de bovennatuurlijke wereld
van g d & zijn genade, van engelen & duivelen, hel & hemel[en],
maar dat doet aan het werkelijkheidskarakter ervan
blijkbaar [of schijnbaar?]
niet af!

Er is
niet alleen fysische,
met de handen te tasten werkelijkheid,
maar ook een meta- of boven-fysische,
een wereld waar je - anders dan bij de fysische het geval is -
met je zintuigen niet bij kunt,
omdat die daarvoor niet
toereikend
zijn ...

Niettemin
een wereld die verstandelijk te bewijzen valt
voor wie er open voor staat.

Daarmee
trekt de kerk natuurlijk wel een wissel op de goedgelovigheid van mensen,
maar daar schaamt zich de geloofstraditie niet voor,
integendeel: beter goedgelovig zijn dan
helemaal niet
geloven.

-

Geloven
'moet' dus,
als je "Christen" wilde zijn,
niet voor niets sprak en spreekt de rooms-katholieke kerk
van geloofsverplichting.

Maar
zijn eenmaal de voorstellingen van het geloof verplichte kost,
DAN wordt het vaak [meestal!] een soort van last
om zich er ook werkelijk aan
te houden?

En
lasten
worden op den duur zwaar[der],
TE zwaar!

Het is zoveel?

Wij
moeten
als katholieken zoveel geloven!
zuchtte Desanne van Brederode in Vrij Nederland.
De uitspraak siert haar, ze is van een innemende eerlijkheid,
en tekenend voor het vastlopen van de christelijke erfenis:
christenen moeten meer geloven dan goed voor hen is.
[Meer nog dan {sommige} joden & moslims?]?
Mag het een onsje minder,
vraagt dan dus van
Brederode.

NEE,
dat kan niet,
want de geloofstraditie kan niet een steen uit de muur laten wegbreken
zonder dat de hele muur
valt.

EN
zelfs als een kerkelijke autoriteit
aan die drang zou toegeven [hetgeen door de eeuwen heen gebeurt],
en de last wat lichter zou maken,
ook DAN nog blijft geloven als een verplicht 'voor waar houden'
van wat de kerk leert,
over.

-

Die
figuur
kent de religieuze mythe niet,
de figuur van de verplichte
voorstelling.

Ze
kent niet eens
de idee van de voorstelling,
want voor de mythe vallen voorstelling en werkelijkheid
SAMEN.

Met
"DE Verplichting"
zijn we zover als het maar kan
van de religieuze mythe
verwijderd.
engel
18 sep 2005 - bewerkt op 25 mrt 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende