tat tvam asi: rak kach!
TAT
tvam asi:
rak kach!
ARJUNA
bevindt zich
tussen de twee
opgestelde legers die worden
beschreven met hun pracht & praal
en hun paraatheid om te strijden ...
Hij weet dat de broederstrijd alleen maar
nog meer misere kan voortbrengen en
hij weigert zijn boog op te spannen:
hij bekent zijn onbehagen
aan zijn wagenmenner
en vriend
Krishna!
Interessant
is de definitie
die Arjuna geeft van een 'goede daad':
een daad is de moeite waard als het doel,
het uiteindelijk resultaat de moeite waard is
en hij twijfelt, want het uiteindelijke doel ~ het verwerven van de kroon ~
is niet belangrijk genoeg om daarvoor al zijn broers te vermoorden
{en eventueel zelf gedood
te worden}?
Krishna
spoort Arjuna aan
om zich toch maar
in de strijd te
gooien.
Daartoe
geeft hij argumenten
uit de dualistische Sankhya~filosofie:
er is een onderscheid tussen het vergankelijke lichaam dat handelt,
lijdt en sterft en het onvergankelijke dat onaangeroerd blijft
door uitwendige handelingen,
want:
Dat
waarvan alles
doordrongen is,
is onvernietigbaar. Daarom kan niemand
het onvergankelijke
vernietigen.
Dit Ego
kan niet moorden
en kan niet vermoord worden.
Krishna geeft ook argumenten vanuit de Yoga~school:
Arjuna moet leren om
de volmaakte onthechting
te beoefenen:
Wie alle verlangens opgeeft,
wie vrij van alle hunkering de weg gaat,
zonder idee van ik en mijn,
die zal innerlijke
vrede vinden.
Na die preek van Krishna
komt Arjuna met een cruciale vraag:
als je dan onthecht moet blijven van elk handelen,
waarom moet je dan nog handelen?
Het antwoord van Krishna
kunnen we als volgt samenvatten:
handelen is onvermijdelijk voor de mydimens zolang die in een lichaam rondzwerft;
verlangen en passie in het handelen brengen iemand tot verderf,
niet het handelen zelf!
Krishna probeert
Arjuna te overtuigen met een gezagsargument:
"Geloof MIJ, want IK BEN [als] 'g d'
mensgeworden!"
Ik
ben ongeboren,
het onvergankelijke Zelf
en de Heer van alle schepselen.
Nochtans, door Mezelf in Mijn natuur te vestigen,
word IK geboren door Mijn
eigen illusie
{maya}!
Om
de rechtvaardigen
te beschermen, om
de immorelen te vernietigen, en om de wetten van gerechtigheid {dharma}
opnieuw in te stellen, word IK van
eeuw tot eeuw
geboren.
Wat
moet je
dan kiezen: handelen
of niet handelen?
Krishna antwoordt dat de beide niet tegengesteld zijn:
"Het lichaam en het intellect moeten handelen
terwijl het Ego onveranderlijk
blijft."
DIT is dan
de perfecte
asceet:
Wie evenwichtig is
en niet verlangt naar resultaten,
die ervaart innerlijke vrede.
Maar de onevenwichtige mydimens
die gedreven wordt door begeerte
en gehecht is aan de resultaten
van handeling, is
gebonden!
Dit
stuk eindigt
met de nadruk
op 't centrale idee:
Wie Mij kent als de genieter
van alle offergaven en boetedoeningen,
als de machtige heerser van alle werelden
en de vriend van
alle schepselen, die
ervaart innerlijke
vrede.
De
perfecte zelfbeheersing
wordt beschreven met Yoga~terminologie:
je moet streven naar controle over de zintuigen en over het intellect, naar onbewogen concentratie en rust in de ziel. Want de perfecte yogi
['jukdrager'] is degeen die
met alle inspanning
streeft naar
g d!
Wie
Mij in
alles ziet en
alles in Mij,
zal Mij dan ook nooit meer
uit het oog
verliezen!
En
van alle
mydiyogi's beschouw Ik
degeen die steeds aan Mij denkt
en Mij vol vertrouwen
vereert, als de beste
yogi [drager van
Woord in
Daad]!
DIT
zijn dan
de prachtige delen
in de Gita die handelen over bhakti:
de liefde voor en de overgave aan de persoonlijke G d Krishna!
In deel vier had Krishna zichzelf al aangekondigd als een nederdaling [avatara] van de g d Vishnoe,
maar in deel 11 openbaart hij zich als Vishnoe zelf, die de kosmos beschermt en instandhoudt.
HIER wordt Arjuna nog eens aangespoord om de strijd aan te gaan: zelfs als hij NIET vecht, zullen alle soldaten in het andere kamp sterven omdat ze ingaan tegen de vastgestelde wereldorde. Als hij WEL vecht, zal Arjuna het instrument van g d zijn dat die kwade krachten verdelgt.
G d werkt in de wereld [alleen maar] door instrumenten?
Deel 11 is verder nog interessant omdat het ingaat
op Arjuna's verlangen om Krishna
te 'ervaren' ...
De delen 13 tot 18
worden soms wel als een later toevoegsel beschouwd!
Ze bevatten aparte verhandelingen om het juiste inzicht
en het juiste handelen
te beschrijven.
Deze
laatste delen
handelen maar sporadisch
over de centrale, mystieke idee van
de Gita en vergen waarschijnlijk
een wat uitgebreider
inleiding voor de
niet-ingewijde
mydilezer?

Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende