z.g. 'woord van G d', 't 'bestaan van G d' in dichterlijke termen
Maar zommigen twijffelen echter,
of 't Grieksch,
neooteros,
op de jonge jaren des Apostels moet gebragt worden,
en verstaan dat van den tijd zijns Apostelschaps, en vrijheid en vol-vaardigheid in 't prediken
der Euangelij-leer, daar hy in hoogen ouderdom lijden,
& tegen wil gegort zoud worden, & bloeddorstige
beulen volgen moeten.
Maar die uitlegging schijnt ons
meer op de uitkomst, als op de woorden gegrond.
'T is waar, en merkwaardig; zo lang als JC leefde, waren de Heilgezanten in rust en vrede,
maar zo haast is hy niet gestorven, of zy worden
vervolgt, gekerkert, gedood.
'T is ook waar,
dat Petros tot den einde toe volijverig,
en als jongeling, schoon hy zo hooge jaaren bereikte, zijn dienst waarnam,
gelijk inzonderheid op 't Pinksterfeest te zien was.
Maar in zulken zin zoude Petrus niet by zich zelven,
maar in 't algemeen by alle jongelingen vergeleken worden:
daar echter JC zegt:
ALS GY JONG OF
JONGER WAARD.
En wie hoorde dit,
dat een ampt, in hoogen ouderdom verkregen,
iemant jonger make?
Best, onzes oordeels, dat men 't dan eenvoudig,
& van de jeugd des Apostels, die voorheem in zijn doen vaardig, ijverig, & geen traagganger,
zijn zinnekeur & voorneemen spoedig,
vrijwillig, kloeklijk uitvoerde.
Want dit betekent die spreekwijze:
GORDE GY U ZELVEN.
Want het gebruik der lange kleederen, in de Oostersche landen en volkeren, bragt dit mede,
dat iemant de kleederen moest opbinden, en de lenden omgorden, als hy reisvaardig stond,
of zich tot den arbeid begaf. Ook strekte de gordel den reiziger tot beurs of buidel,
om hun geld in te sluiten. Waar op JC het oog heeft, als hy in 't uizenden zijner Apostelen
tot de verlorene schaapen Israels, zegt:
VERKRIJGT U NOCH GOUD, NOCH ZILVER, NOCH KOPER IN UWE GORDELS.
In de jonge jaaren
GORDE
zich dan Petros
ZELF,
& wandelde, & reisde,
werwaards hy wilde.
Maar in zijnen hoogen ouderdom,
ZOUD HY ZIJNE HANDEN UITSTREKKEN, EN EEN ANDER HEM GORDEN.
In zijne oude uitgeleefde jaaren zouden anderen hem dwingen, vangen, spannen, dooden.
Men zegt door-gaans, en met waarheid, d'ouderdom komt met veele gebreken,
en is eene gedurige ziekte,
en vermindering
der natuur!
Hoe pijnlijk moet het dan zijn,
als men in plaats van rust, niet dan verdrukking,
en in stede van verkwikking, niet dan vervolgingen, rampen,
onmenschlijkheden te wachten heeft?
Hoe veel wenschlijker zoude 't zijn,
in zijn levens lente, eenen natuurlijken dood te sterven,
dan zulk een ouderdom
te beleven?
Maar "G d",
die ons 't leven geeft,
bestiert ook het zelven tot zijne eer,
en geeft ons een uit-
einde, tot uitvoeringe
van zijn heiligen
en wijzen
raad.
Zoals gewoonlijk
voor meerderlei uitleg vatbaar tot
in de details: 't spel van de Natuur {"G d"},
's mensen gissingen ['religie/wetenschap/filosofie'] & de talen
waarin we al onze grote & kleine boodschappen gieten
tot ons spraakwater op is
& de hond in
de pot
...
Weest dus
gegroet mydiertjes
[vol van genade]: soms is de beer los
& dan weer de wolf, de tijger of een zwarte panter
onder schapen, lammeren, zondebokjes & -geitjes,
kakelende kippenhokken & vossen die voor ons
zo nu en dan een duit in 't zakje doen
van 't wereldcollectief geheugen &
veurstellingsvermeugen
...
