Gelijk Thomas voorheen niet geloofde, dat JC was opgestaan, zo is voor al, in 't midden der vergaderden, deeze en geene, die twijfelachtig is, en niet weet, wat hy aannemen, wat hy verwerpen zal,
maar als tusschen beide staat, en nu dit, straks weer dat besluit maakt, zonder de tegenstrijdigheden der
gedachten te konnen overwinnen.
En zo gaat het een mensch zonder waarachtig en zaligmakend geloof, dat alleen den vasten ZIELEN-STAND verleent: daar anders de ziel in geduurige onzekerheid hangt, en zo haast en ligt aan deezen, als dien kant overslaat.
Wie deeze twijfelaars waren, zegt de H.Schrijver niet, weshalven zommigen dit op eenigen der Apostelen brengen; niet datze aan de Opstanding van JC, maar aan de waarheid deezer verschijning twijfelen.
Gelijk zy voorheen meinden een spook te zien.
Maar hoe is 't te denken, dat nu de H.Apostelen JC zo dikwijls gezien, en die vooroordeelen verworpen hadden, nog in dit stuk twijfelmoedig zouden zijn, en niet weten, wat zy aannemen, wat zy verwerpen moesten?
Beter past men het dan op zommigen van de schaare,
en 500 broederen, onder welken ongetwijfeld al meer dan een zal geweest zijn,
die JC nog niet had gezien, na dat hy verrezen was, en daarom twijfel-
moedig stond, als hy voor de eerste
maal hem
zag.
Dit
heeft ongelijk
meer schijn, als
het tot THOMAS, of iemant der Apostelen te brengen
voor deeze verschijning op den BERG, en als JC de eerste maal verscheen,
op den eersten dag
zijner Opstanding.
Want of wel
Matai die omstandigheid voorby gaat,
voegt hy nochtans deeze twijfeling te handtastelijk
met deeze verschijning op den BERG, om die
elders heen te brengen.
De broeders, die Yehosjoea dan niet weder levendig hadden gezien na zijn Opstandinge,
twijfelen, nu zy hem zien,
of zy hem zien.
Voor eenige dagen
hadden zy hem zien aan 't vloek-hout vast nagelen,
den geest geven, en in 't graf leggen, nu zy hem op den BERG zien,
twijfelen zy, of hy dezelve is, en konnen niet begrijpen, dat hy verrezen,
en weder levendig zy: en staan zonder besluit te konnen nemen,
of zy hem aanbidden zullen,
of niet.
Daar in tegendeel de H.Apostelen,
die hem nu menigwerf gezien hadden, en de Vrouwen, die nevens hen,
van de waarheid zijner Opstandinge volkomen overtuigd waren,
hem aanbaden, &
Godlijke eere
bewezen.
Wel ligt
zal de schielijke verschijning,
als JC onverhoeds in 't midden van hen stond,
gelijk zommigen het vatten, en voormaals de Apostelen gebeurd was,
die twijfelaars verbaast, en buiten staat gestelt hebben, om
iets zekers te konnen besluiten. Gelijk wy het zelfde
in de 11 Apostelen by de
eerste verschijning
zagen.
Kortom:er zijn nu eenmaal goede & kwade geesten,
"spookgestalten" als engelen, duivels & hallucinaties, visioenen, droom-
toestanden & 'aanwezigheden' van 'g d', 'zijn zonen' [& 'dochters'],
'moeder'/'vader' & verwante
levensbronnen?!
Bij
'moderne mensen'
zijn ze meestal ondergesneeuwd geraakt:
bedekt, verhuld, verborgen,
ontkend &
verguisd.
Maar
wie zegt
wat werkelijk 'waar'
in alles van we horen, zien, voelen, denken,
dromen, beweren & al of niet koesteren & ontwaren
tussen onze oren en achter onze ogen,
onder onze voeten &
in onze
handen.
In
alle tijden
& op alle plaatsen
kunnen we 'goede/slechte' mensen tegenkomen
die er wel of niet bijgelovige &
realistische denkbeelden &
gewoontes op
nahouden.
Het
voordeel van
de twijfel blijft
de grond van ons bestaan:
't hangt er maar net van af
of iets echt werkt
of niet.
Dit
'geweten' ligt
diep binnenin ons
verborgen.
Je
herkent het
als je in de spiegel kijkt
& in de ogen van
de Ander
...
