verre volken, luister aandachtig.
nog voor ze mij baarde noemde hij mijn naam. Mijn tong maakte hij als een zwaard,
in zijn pijlkoker. Hij heeft me gezegd:
HET WAS VOOR NIETS, HET HEEFT GEEN ZIN GEHAD.
Toen
sprak de eeuwige,
die mij al in de moederschoot gevormd heeft tot zijn dienaar
om Ya'akov naar hem terug te brengen, om Yisraeel rond hem te verzamelen ~
dat ik aanzien zou genieten bij de eeuwige en dat mijn g d mijn sterkte zou zijn. Hij zei:
'Dat jij mijn dienaar bent om de stammen van Ya'akov op te richten en de overlevenden van Yisraeel terug te brengen, dat is nog maar het begin. Ik zal je maken tot een licht voor alle volken,
opdat de redding die ik brengen zal
tot aan de einden
der aarde
reikt!'
Maar
onder zo
heilige plegtigheden,
die hen leren moesten,
van de aarde naar boven te stijgen,
daar JC hen wees: onder de zegeningen,
en heil-beloften, die hy als met gestaafde eede gezworen had; onder het spreken, aanmanen,
en onderwijzen, als konde hy zich daarin niet voldoen, SCHEID hy van de zijnen,
en laat een onuitwislijken indruk zijner liefde in aller harten.
Wel meer was hy van hen gescheiden,
maar noit zoals nu.
Voor heen scheide hy,
om weder te komen, en zich klaarder te openbaren;
nu scheid hy, om noit, dan ten jongsten dage, van hen gezien te worden.
Bitter, maar hoognoodig en heilrijk scheiden!
Hoe konde hy op aarde blijven, en ons
plaats bereiden in den hemel?
Nu zal hy gaan tot zijnen Vader,
en onzen Vader, tot zijnen G d, en onzen G d.
Nu scheid hy naar den licchaame, maar blijft by ons met zijnen Geest.
Ook was zijn vleesch, waar in hy de zonden gedragen, en weggedragen had,
nu tot geenen ding meer nut; maar hy moest verheerlijkt worden, tot onderpand zijner gelijkvormigheid,
in eeuwigheid met zijn verheerlijkt licchaam.
De vleeschlijke gedachten, die 't gantsch Joods volk,
en met hen zelfs d'Apostelschaar nog had, konden niet krachtiger gedempt worden,
als door zulke scheidinge, want hy wierd OPGENOMEN IN DEN HEMEL!
De hemel was toegesloten, door de zonden der menschen,
maar word heopent door de gerechtigheid des Middelaars:
en zo lang de eerste Tavernakel,
met alle zijne heiligdommen,
en offerdiensten,
en scheidsmuuren nog stond,
en stand greep, beduide de H.Geest daar mede,
volgens de aanmerkinge van den H.Apostel,
dat de weg des Heiligdoms
nog niet geopenbaard was.
Maar nu Yehosjoea
in zijn kruisdood het voorhangzel gescheurt heeft,
is de nieuwe en levendige weg naar den hemel gebaand,
en JC als de groote Voorloper, en Plaatsbereider, gaat den zijnen voor,
als eertijds boven het zoendeksel, en bondkist, en in de wolkkolom,
het oud Israel onder zijn geleide in KANA'AN
wierd ingebragt.
Nu word hy
OPGENOMEN
van der aarde,
daar hy 't groot werk der verzoening had volbragt,
en een eeuwige gerechtigheid, in en door
de reinigmakinge der zonden
aangebragt.
Nu word hy OPGENOMEN,
na dat hy den zijnen VEERTIG dagen lang,
volzekere blijken zijner opstandinge, en geestlijke bevelen van zijn geestlijk Koninkrijk gegeven had.
Roemruchtig was die tijdloop van 40 dagen, en in Mosjeh, en in Elya, en in Christos zelven verheerlijkt
geworden, doch noit zo heerlijk als nu; na dat alle schaduwen vervuld zijn,
en Christos in de heerlijkheid
ingevoerd word.
