ZACH 11:4-17- 'ZO
sprak de Heer
mijn G*D:
"Word
herder van
de kudde
die tot de slachtbank is
veroordeeld!
Wie
hen kopen,
slachten hen en blijven
ongestraft;
en wie
hen verkopen zeggen:
'Gezegend
is de Heer,
ik ben rijk geworden!';
en hun eigen herders hebben
geen medelijden
met hen!
Want
IK
zal niet langer medelijden hebben
met de inwoners van dit land,
zegt de Heer!
ZIE,
IK
zal de mensen laten vallen
ieder in de hand van zijn herder,
en ieder in de hand van zijn koning;
en zij zullen de aarde verbrijzelen
en IK zal niemand
uit hun hand
verlossen!"
ZO
werd ik herder van de kudde
die tot de slachtbank veroordeeld was
voor hen die in schapen handelen.
En ik nam twee staven;
een noemde ik Gunst,
de andere noemde ik Eendracht.
En ik hoedde de schapen.
In
EEN
maand doodde ik de drie herders.
Maar ik verloor mijn geduld met hen,
en zij verachtten mij ook.
Dus ik zei:
"Ik wil niet langer
uw herder zijn!
Wat sterven moet, laat het sterven;
wat vernietigd moet worden,
laat het vernietigd worden;
en laat hen die overblijven
het vlees van elkaar
verslinden!"
En
ik nam
mijn staf Gunst,
en ik brak die,
het verbond be-
eindigend dat ik
met alle volken
had gesloten.
ZO
werd het op die dag be-
eindigd,
en de handelaren in schapen,
die op mij letten,
wisten dat dit het woord
van de Heer was!
Toen
zei ik tegen hen:
"Indien het goed is in uw ogen,
geef me mijn loon;
maar indien niet,
houd het!"
En zij
wogen als mijn loon af
dertig zilverstukken
[de waarde van een slaaf!]!
Toen zei de Heer tot mij:
"Werp het
in de schatkamer" -
een hooghartige prijs waarmee ik
door hen ben
afgekocht!
Ik nam
de dertig zilverstukken en
wierp die in de schatkamer
van het huis
van de Heer!
Toen brak ik
mijn tweede staf, Eendracht,
be-eindigend de broederschap tussen
Yehoedah en Israel!
Toen
zei de Heer tegen mij:
"Neem nogmaals de uitrusting van een nietswaardige herder,
want zie,
ik zal in het land een herder aanstellen,
die zich bekommert om hen die omkomen,
of hen die ronddwalen zoekt,
of de kreupelen heelt,
of de gezonden voedt,
maar het vlees van de vetten verslindt,
waarbij hij zelfs hun
hoeven afrukt!
WEE
mijn nietswaardige herder,
die de kudde in de steek laat!
Moge het zwaard zijn arm treffen en zijn rechteroog!
Laat zijn arm geheel verschrompelen
zijn rechteroog volkomen
blind worden!" -
WIE
is de herder?
WIE
zijn de kopers en verkopers?
WAAROM
heten de staven
GUNST & EENDRACHT?
WAT
is het be-
eindigde verbond?
WAAROP
duidt het loon en de verwijzing naar de prijs van een slaaf?
WIE
is de roofzuchtige herder die in de laatste verzen voorspeld wordt?
EN WANNEER
zal dit allemaal gebeuren,
of gebeurt het al?
DEZE
passage is een allegorie
die misschien nauwelijks minder vaag was toen zij geschreven werd!?
Misschien dat bij elk element een verwijzing
naar de echte wereld past,
maar in de oudere profetieen zouden die verwijzingen opgenomen zijn
inplaats van ge-impliceerd of
gecamoufleerd!?
Toen G*D
tot de vroegere profeten sprak,
gebruikte hij de metafoor vrijelijk maar de allegorie zelden.
Allegorie is zeer geschikt voor dubbelzinnigheid,
maar G*D verlangde daar niet naar?
Hij leek toen niet zoals hier
de behoefte te hebben om
tegelijkertijd te openbaren en te
verbergen?
Toen de profeet
aan David de allegorie over het ooilam vertelde
om hem te beschamen na de moord op Uria de Hetiet,
eiste de Heer dat hij de allegorie meteen zou uitleggen!
In Yesjayahoe 5:1 spreekt de profeet over 'mijn beminde' en
zijn 'wijngaard', maar hij verduidelijkt het
direct in YESH 5:7:
- "WANT
de wijngaard van de Heer der heirscharen is het huis van Israel,
en de mannen van Yehoedah zijn
zijn verrukkelijke planten;
hij verwachtte recht,
maar
ZIE:
bloedvergieten;
rechtvaardigheid,
maar
ZIE:
geschreeuw!" -
In de allegorie van de slechte herder in Zecharyah
vinden we geen vergelijkbare uitleg,
en het is duidelijk waarom:
de Heer verbergt zich!
En Israel is zich daarvan bewust
en wordt vijandiger tegenover het instituut
der profetie
.............
Zecharyah 13
zet op een zeer uitzonderlijke manier de profetie,
samen met afgoderij en onzuiverheid,
op een korte lijst van praktijken
die weggevaagd zullen worden
op 'de dag des Heren' in
ZACH 13:2-5:
- "EN
OP DIE DAG,
zegt de Heer der heirscharen,
zal ik de namen van de afgoden
uit het land verwijderen,
zodat niet meer aan hen gedacht zal worden;
ook de profeten en de onreine geest zal ik uit het land wegdoen!
En wanneer er ooit weer iemand als profeet optreedt,
zullen zijn vader en zijn moeder, die hem voortbrachten,
tot hem zeggen:
'U zult niet in leven blijven,
want u spreekt leugens in de naam van de Heer!'; en
zijn vader en zijn moeder, die hem voortbrachten,
zullen hem doorsteken,
wanneer hij profeteert!
OP DIE DAG
zal iedere profeet zich schamen voor zijn visioen,
wanneer hij profeteert;
en hij zal geen haren mantel aantrekken om te misleiden,
maar hij zal zeggen:
"Ik ben geen profeet,
ik ben een man die de grond bewerkt,
want het land is in mijn bezit
sinds mijn jeugd!" -
Profetie
is een fout
die de Heer
geen twee keer
zal begaan?























