QcpO206 Op Ezra's weg door de Stad ~~~~~~~~~~~~~~~
~ die met de omvergehaalde muren meer weg had van een te kijk liggend dorp ~
probeerde hij degenen die in ballingschap waren geweest ertoe over te halen, zich af te zonderen van de autochtone bevolking, het volk van 't land, zoals hij hen honend noemde. Hij leek vreemdelingen als bezoedelende elementen te beschouwen: alleen wie in ballingschap was geweest behoorde tot de ware broederschap van Israël?
De mensen in Yeroesjalayiem besloten de muren van hun stad weer op te bouwen: volgens het bijbelse verslag stemde Ezra daarmee in, maar de mensen in Yeroesjalayiem werden tegengewerkt door een groep uit 't noorden, afstammelingen van Babyloniërs & Elamieten die tweehonderd jaar geleden door de Assyrische koning Asjoervanipal naar Samaria waren gedeporteerd!
Deze mensen waren bang voor een ommuurd Yeroesjalayiem & schreven een brief naar 't Perzische hof, met de waarschuwing dat Yeroe-sjalayiem altijd al een opstandige stad was geweest en dat de stad opnieuw zou weigeren om nog langer schatting te blijven betalen aan de koning, zodra de bevolking zich veilig voelde achter de nieuwe muren
...
De noorderlingen kregen toestemming om naar Yeroesjalayiem te komen om hun argumenten kracht bij te zetten: de bouw werd gestaakt & het zag ernaar uit dat de zendingsmissie van de schriftgeleerde Ezra 'n complete mislukking was geworden. Veertien jaren verstreken: we weten niet wat Ezra deed in die tussentijd.
In 445 arriveerde 'r 'n jood genaamd Nechemyahoe, voormalig wijnschenker v/d Perzische koning - 'n hoge functie aan 't hof van 'n oosters potentaat - in Yeroesjalayiem met 'n machtiging voor de wederopbouw v/d stadsmuren. In 't boek dat HÍJ schreef ~ 't bijbelboek dat zíjn naam draagt - vertelt hij ons dat hij hoorde over de mislukking van Ezra & dat hij, met 'n bang hart, de koning toestemming vroeg om naar dat verre land van zijn volk te gaan & de vervallen stad weer op te bouwen ~~~
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende