Qcp0192: buiten de stad waren dorpen, akkers, bos
& olijfbomen met vaak ook een riviertje, 'n strand & 'n zeehaven: er waren meestal nog geen echt goed bevaarbare rivieren &
als de stad werd aangevallen door een andere stad of door piraten, dan vluchtten de mensen over het algemeen naar het hoogste punt.
In sommige steden had het grootste deel van de burgers (nog steeds) geen politieke rechten; in andere steden bezaten ze (al) alle nu wel normale mensenrechten; maar iedere stad had een plein voor publieke samenkomsten, de agora, waar informatie, goederen, ideeën & nieuwtjes konden worden uitgewisseld.
De bouwsteen van de stad was de familie met de daarbijbehorende 'goden', & de haardstee met 't heilig vuur waarbij de familiegroep bijeenkwam! De bezittingen van de familiegroep ~ veestapel, slaven, land ~ gingen van de overledenen van de ene generatie over op de levenden van de volgende generatie in 'n keten die (aanvankelijk) nog niemand durfde te verbreken; want wie dàt deed, om welke reden dan ook, werd vaak 'n uitgestotene in een wereld waarin een mens zonder familie volkomen naamloos ten onder ging.
Ook in die zin was die griekse stad, net als de joodse regels, ge- & verboden 'n waar proefstation & laboratorium voor de religieuze & de politieke praktijk ~ HÓE moest je leren leven in zo'n (nea)polis en/of decapolis, waar familiaal eigenbelang en publieke veranderende be-hoeften voortdurend & per generatie in wankel evenwicht verkeerden.
In de loop der eeuwen werd in het archaïsche (800 tot ca. 490) & klassieke Griekenland (490 tot 336) getracht om juist zo'n werkzaam evenwicht te bewaren door middel van verschillende regeringsvormen, van 't dualistisch koningschap in Sparta tot de bijna 'algemene' democratie @ Athene.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende