Q105b Tóen hóórde ik groot rumoer i/h tentenkamp
VAN DE ARMEN, GESCHREEUW, ÈN WAPENGEKLETTER, IK ZÀG ZWÀRTE RÓÓK ÒPSTIJGEN, VRÓUWEN EN KÌNDEREN RÈNDEN GÌLLEND OP ME ÀF. IK WEERSTOND DE NEIGING OM TE VLÙCHTEN, MAAR RÌCHTTE ME HÓÓG ÒP ÒM TE LATEN ZÍEN DAT IK NIET BÀNG WAS, IK HIEF M'N HANDEN IN DE LÙCHT OM ZE TOT STÁÁN TE BRENGEN. DÀT LÙKTE, ZE STÒNDEN VÓÓR ME, ZWÉTEND EN MET PANIEK IN HUN OGEN!
'Wàt is er aan de hand?' vroeg ik. Tóen begònnen ze door elkaar te schreeuwen, waardoor ik geen woord verstònd. Ik zwaaide met mijn armen om hen tot zwijgen te brengen en wéés toen de vrouw aan die 't dichtst bij me stond! 'JÍJ,' zei ik. 'VERTEL!' Ze begòn te praten, heel ràd van tòng, de klanken die zij vormde rolden klaar en helder uit haar mond en TÒCH kòn ik haar níet verstaan! Ik verstijfde van schrik. Wàs het àl zóvèr?
'Vrouw!' brùlde ik. 'Waarom spreek je niet de taal van Sjinar/Sjoemer? Waaròm bestook je me met 'n taal die niemand kènt?' Ze schrok van mij, maar dàt was niet het méést òpmèrkelijke, die vrouwen schrokken óók van èlkáár! Zodra íemand íets riep, stond er ontzètting te lezen in de ógen van de ànderen?! Ze drùkten hun kìnderen tégen zich aan alsòf ze werden bedreigd, de menigte viel uitéén in lòsse GEZÌNNEN: ze verstònden elkaar níet, en èlk gebáár, íedere klànk kòn wíjzen op geváár!? Alléén gezìnsleden verstònden elkaar nog ...
Dìt wàs het dùs: déze spráákverwàrring had de Wéreld nòg ònherbergzamer gemaakt dan hij al wàs. In het kàmp van de àrmen uit òn-begrìp een oorlog uitgebroken & ik begreep onmiddellijk dat díe kòn òverslaan naar alle andere delen van de Stàd!
WÁÁR WÀS ÉBÈR?
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende