SH200
Zo stuiten
we al op 'n klein
maar bepalend probleem(pje)
i/d manier waarop RE de belangrijke passage
i/d fragmentarische Rol v/d Oorlog behandelt, waarin sprake is van 'n Messiaanse Figuur.
'n Bepaalde passage in dit handschrift leest RE als:
'ZIJ ZULLEN EEN GERICHT AAN-GAAN MET [...] EN DE LEIDER VAN DE GEMEENTE, DE SPRUIT VAN DAVID, ZAL HEM DODEN [...] MET SLAGEN EN VERWONDINGEN!'
RE beschouwt deze passage als 'n verwijzing naar de moord op Ya'akov de 'broer van Yesjoea'
(in 61/62 door steniging op last van Annas/Ananus), die vlg. hèm de Leraar der Gerechtigheid was?
Daarentegen wekt de algemene context, in combinatie met de meer overtuigende vertaling van Geza Vermes,
de suggestie dat deze woorden in feite 'n beschrijving zijn v/h optreden v/d Messiaanse Leider die 'n niet nader genoemde persoon,
vermoedelijk de leider v/d Kinderen der Duisternis, ter dood zal brengen. [In de nederlandse vertaling van García Martínez & vd Woude:
'[(...) de Spruit van David zal 'n gericht aangaan met (...), (...) & de Vorst v/d Gemeente, de Spruit van David,
zal hem doden (...) (...) met de gesneuvelden.
(RvdO 5:3-

]!