Eerst citeer ik de hele geschiedenis zoals die te vinden is in Yochanan 8:1-11. 'Yesjoe ging naar de Olijfberg, en vroeg in de ochtend was hij weer in de Tempel. 't Hele volk kwam naar hem toe, hij ging zitten en gaf hen onderricht. Toen brachten de schriftgeleerden en fari-zeeen 'n vrouw bij hem die op overspel betrapt was. Ze zetten haar in 't midden en zeiden tegen Yesjoea: "Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. Mosjeh draagt ons in de wet op om zulke vrouwen (e.v.a.) te stenigen. Wat vindt u ervan?"
Dit zeiden ze om hem op de proef te stellen, om te zien of ze hem konden aanklagen. Yesjoe bukte zich & schreef met zijn vinger op de grond. Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op & zei: "Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen!" Hij bukte zich weer & schreef op de grond. Toen ze dat hoorden gingen ze weg, een voor een, de oud-sten 't eerst, en ze lieten hem alleen, met de vrouw die in 't midden stond. Yesjoea richtte zich op & vroeg haar: "Waar zijn ze? Is 'r niemand die jou heeft veroordeeld?"
"Niemand, heer", zei ze. Yesjoe zei:
"Ik veroordeel jou ook niet. Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer." NM: Ik vind dit subliem proza. Juist deze zwijgzaamheid & beknoptheid van dit verhaal activeren de lezer ...
Ik wil me deze scene kunnen voorstellen. Dit tafereel speelt zich af op de grote binnenplaats van 't ommuurde Tempelterrein. (Zie ook
'mei '67', Israel/Palestina/Kana'n/Joden/Romeinen/Qumran/Petra etcetera!) 't Gaat hier om de zg. Tweede Tempel, die door de rijke Hero-des uiterst luxieus was uitgebreid & opgeknapt, vanaf ongeveer 10 BC (zo'n zes jaar voor z'n geboorte in 't "broodhuis"

. 't Is vreemd om te bedenken dat die bouwactiviteiten Yesjoea's leven uitgeduurd hebben & dat 't complex om zo te zeggen dus ook z'n tijdgenoot was ...
Deze setting heeft iets theatraals: Yesjoe is daar immers in de weer, ten overstaan van z'n eigen publiek, met 't geven van onderricht op 't moment dat die eerwaarde heren schriftgeleerden met die 'overspelige' vrouw komen aanzetten. Zij komen hem storen, zou je kunnen zeggen, door die vrouw daar neer te zetten & Yehosjoea te vragen wat hij daa nou wel (of niet) van vindt. Omgekeerd zullen zij het zelf
misschien wel storend gevonden hebben dat die 'boerse' plattelandsman daar weer bezig is met z'n 'opruiende' praatjes. Deze zaak heeft wel iets van 'n moreel theater, over & weer, omdat 'r publiek bij is?! Wat 'n scene: de vrouw die daar staat, de dood niet ver weg, al die goed geklede kerels 'r vlak bij, Yesjoe die zit, 't verder niet meer genoemde publiek. Ze vragen naar de 'bekende weg'. Spannend sowieso
want met woorden, bedoelingen, interpretaties, variaties & vertellingen kunnen we alle kanten op die we maar willen verhelderen ...
