Die
harde stijve
stok was hier
natuurlijk figuurlijk bedoeld, maar
verraadt wel 'n karakter dat
geneigd is tot fysiek geweld: dat
wordt nu dan ook dus veel nog
duidelijker als we de volgende heftige perikoop
lezen waarin Paolos iemand
'aan de Satan
overgeeft'.
Daar
schijnt iemand
wel in z'n
fysieke bestaan getroffen te
worden: de heftige Sjaoel was
na de ommekeer bij Damascus in
elk geval niet veranderd in een zachtmoedige
softe Paolos.
Het gaat dus nog steeds
om misstanden in de gemeente:
"Geliefden,
ik heb hiervoor over Apollos en mijzelf gesproken.
Dat heb ik gedaan omwille van jullie.
Je moet namelijk uit ons voorbeeld deze regel leren:
houd je aan wat geschreven staat.
Je mag jezelf niet belangrijk maken
door de een te verheerlijken boven de ander.
Wie denk je dat je bent?
Bezitten jullie ook maar iets dat je niet geschonken is?
Alles is je geschonken, dus waarom schep je dan op alsof je het
zelf verworven hebt?
Maar natuurlijk ~
je bent al helemaal verzadigd, je bent al rijk,
jullie zijn al koningen geworden zonder ons.
Waren jullie maar koningen geworden, dan zouden wij het ook zijn!
Maar volgens mij heeft G d ons, 'gezondenen' de laagste plaats toegewezen,
alsof we ter dood veroordeeld zijn.
We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen,
een schouwsoel geworden.
We zijn dwaas omwille van Christos,
terwijl jullie dankzij Christos zo geweldig wijs bent;
wij zijn zwak, terwijl jullie zo geweldig sterk zijn;
jullie staan enorm in aanzien,
terwijl wij worden veracht!
Tot op de dag van vandaag lijden wij honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren,
worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood.
Worden we bespot, dan zegenen we;
worden we vervolgd, dan verdragen we het;
worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk.
Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld,
het uitvaagsel van de mensheid!
Ik schrijf dit alles niet om jullie te beschamen,
maar om je als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen.
Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus je ook zult hebben,
jullie hebben maar
EEN
vader.
Door Yehosjoea haMasjiach ben ik jullie vader geworden,
omdat ik jullie het evangelie heb gebracht.
Ik roep je dus op om mij na te volgen.
Daarom ook stuur ik Timo naar je toe, die mijn geliefd kind is,
trouw aan de Heer:
hij zal je in herinnering brengen
hoe ik in verbondenheid met Yesjoea haMasjiach leef.
Dat is dan dus ook wat ik overal aan iedere gemeente leer?
Het is algemeen bekend
dat er een geval van ontucht bij jullie is
dat zelfs bij de heidenen niet voorkomt:
er is iemand die met de vrouw van zijn vader leeft.
En jullie blih=jven maar trots op jezelf?
Zou je niet veel eerder geschokt en bedroefd moeten zijn
en degenen die dit doet
uit je midden moeten verwijderen?
Wat mijzelf betreft,
in persoon ben ik dan wel afwezig,
maar in de geest ben ik aanwezig;
en alsof ik bij jullie was,
heb ik in de naam van onze Heer Yesjoe de man die dit doet al veroordeeld.
Wanneer jullie en ik dus in de geest bij elkaar zijn,
en de kracht van onze Heer Yehosjoea bij ons is,
moet je die persoon aan Satan uitleveren:
dan gaat zijn huidige bestaan verloren,
opdat hij zal worden gered op de dag van de Heer!
Je hebt geen enkele reden om zo zelfvoldaan te zijn.
Weet je dan niet dat al een beetje desem het hele deeg zuur maakt?
Doe die oude desem weg en wees als nieuw deeg.
Je bent immers als ongedesems brood omdat ons pesachlam, Christos, is geslacht!
Laten we daarom het feest niet vieren met die oude desem van kwaad en ontucht,
maar met het ongedesemde brood van reinheid en waarheid.
Ik heb je in mijn vorige brief al gezegd dat je niet moet omgaan met ontuchtplegers,
maar dat betekent nog niet dat je alle ontuchtplegers die er in de wereld zijn,
of alle geldwolven, uitbuiters en afgodendienaars moet mijden?
Dan zou je de wereld helemaal moeten verlaten!
Wat ik bedoel te zeggen is dit:
je mag niet omgaan met iemand die zichzelf een broeder of zuster noemt,
maar in feite een ontuchtpleger is, een geldwolf, afgodendienaar, lasteraar,
dronkaard en uitbuiter.
Met zo iemand mag je beslist niet eten.
Waarom zouden we over buitenstaanders oordelen?
Je hoeft toch alleen maar te oordelen over leden van jullie eigen gemeente?
Over al die buitenstaanders zal G d oordelen.
Maar binnen onze gemeente geldt:
'Verwijder wie kwaad doet
uit je midden!'