*
Besluit je weleens
tot een vertaling die uniek is,
die je in andere moderne vertalingen
niet kunt terugvinden?
IETS
dergelijks
is in GEN 24:63 het geval,
waar wordt gezegd dat Yitschak tegen het vallen van de avond
het veld in
gaat.
DAN
volgt er een Hebreeuws woord
[lasoeach {?}]
waarvan we de betekenis niet kennen;
in vertalingen zie je dan staan:
om te peinzen,
om na te denken,
om te mediteren,
om een eindje om te gaan ~
er zijn zelfs vertalingen die zeggen dat het iets als urineren
zou moeten
zijn.
Maar
recent kwam ik een artikel op het spoor
waarin gesteld werd dat het werkwoord heel goed opgevat kan worden
als 'klagen'/'rouwen'/'afzonderen'/'uitrusten' {?},
iets wat trouwens ook al gesuggereerd wordt
door oudere joodse
uitleggers.
DEZE
betekenis
past ook heel goed in de context,
omdat even verderop gesproken wordt over de dood
van Yitschaks
moeder.
DAAR
hebben wij dus gebruik van gemaakt,
en we hebben op dat punt dus iets wat in ANDERE vertalingen
NIET te vinden
is.
WAT
is het eigene
aan jullie samenwerking
als brontekstkenner en neerlandicus
in vergelijking met andere projecten,
bijvoorbeeld de Willibrordvertaling of het Oude Testament
van de Groot Nieuws
Bijbel?
WAT
zijn de verschillen
daartussen?
Ik heb zelf
binnen het project Groot Nieuws gewerkt
en ik vind het bijzondere van het NBV-project [de 'laatste'!] vooral,
dat je vanaf het begin van de allereerste fase
met de neerlandicus
samenwerkt!
Bij d
e Groot Nieuws Bijbel
was het zo dat de exegeet zelf
vanuit de brontekst
een complete Nederlandse vertaling maakte
in idiomatisch Nederlands,
waarna er in een LATER stadium een neerlandicus
aan te pas
kwam ...
DIE
zei dan:
die komma hoort daar niet,
dat zou ik toch iets anders formuleren,
en zo.
DAT
heeft OOK goede resultaten opgeleverd,
maar zoals het bij de NBV gaat
gebeurt het heel zorgvuldig
EN
werkt het heel
plezierig.
ER werd
NU al in het BEGIN
meer nagedacht over de stijl,
de samenhang van het verhaal
en dergelijke,
en bij DIE analyse
is de neerlandicus al DIRECT
betrokken.
De brontekstkenner
['het origineel']
heeft hierdoor MEER tijd over
voor het voorbereidende werk,
voor de studie van de
brontekst.
DEZE
werkwijze is,
voorzover ik weet,
vrij uniek.
Oecumenische projecten in andere landen,
in Frankrijk, Engeland en Duitsland, zijn
- voorzover ik kon nagaan -
NIET op DEZE zelfde manier
opgezet.
KORTOM
[alweer] voor
NU:
je
begint
met het origineel,
vertaalt min of meer
letterlijk
en zet het om in begrijpelijk Nederlands,
na het raadplegen van allerlei crossreferenties,
je brainstormt en krijgt kritiek van reviewers,
collega-vertalers binnen het project.
DEZE ronde is heel belangrijk, omdat je op een gegeven moment
uitgekeken bent op
je eigen
werk.
Je
hebt al
zoveel problemen opgelost in de originele tekst
als je eenmaal de gezamenlijke vertaling hebt gemaakt,
dat je op een gegeven moment blind wordt voor de tekorten
die nog in de tekst
zitten?
De reviewer
kan daarop wijzen!
DIE kan bijvoorbeeld zeggen: er is sprake van interferentie,
het Hebreeuws schemert er nog doorheen;
hij/zij kan zeggen: HIER is het toch wat TE VRIJ ten opzichte van
de brontekst;
maar kan OOK zeggen:
de verbanden zijn niet duidelijk,
DAAR voeren jullie iemand op met 'hij' [of 'zij']
maar het is niet duidelijk op WIE dat
terugslaat ...
DAT soort dingen
ontgaan je op een geven moment,
omdat je TE LANG met DIE tekst
bent bezig geweest.
Waarover
straks [morgen]
hopelijk meer als er tijd en gelegenheid
voor is: voor nu welterusten, sleep well with all kinds of sweet dreams
and tender spiritual
kisses.
