"O," zei Lòt, "GÓED dat u 't zègt! Ik ga even m'n
aanstaande schoonzoons waarschuwen!" [CueQ157b] Adina & Ayala waren nl. al aan 2 jonge Sodomieten beloofd!
Lòt ging dùs op weg, passeerde 'n groep Sodemieters die in blinde verwarring de weg kwijt waren geraakt, èn tròf tenslotte zijn schoonzoons aan op 't Plein!
Hij nam ze apart & zei: 'Vlùg, vlùcht wèg úit deze stad, want de Almachtige Gòd gaat haar verwóesten!" Zíjn aanstaande schoonzoons dachten dat hij knettergek geworden was & zeiden: "WÍJ HEBBEN BÚITEN DEZE STÀD NÍETS TE ZOEKEN EN BOVENDIEN: SÓDÒM IS 'N STAD DIE NÓÓIT ZÀL VERGAAN!" Lòt keerde dus onverrichter zake terug naar huis en vertelde wat hèm overkomen was.
Adina & Ayala barstten in snikken úit, WÀNT zíjnhàdden zich èrg verheugd op hùn húwelijk, en ook hun moeder kreeg het te kwaad: zíj had gehoopt dat ze door déze verbìntenissen via díe huwelijken ÉINDELIJK voldoende geïntegreerd zóu gaan raken om óók door de bevòlking als een èchte sodomiete geaccepteerd te worden?! "DIE JONGENS HEBBEN GROOT GELIJK!" riep zij.
"DÉZE STAD ÌS EEUWIG: ZIJ ZÀL NÓÓIT & TE NÌMMER VERGAAN!" 't Werd LÌCHT & de GÓDEN werden ònrùstig! "VLÙG, GÁ HÍER WÈG MÈT UW VRÓUW ÈN UW 2 DOCHTERS!" ~
Maar Lots vrouw hing húilend aan z'n armen omdat zij die stad níet verlaten wilde. Toen grepen de goden hem, zijn vrouw, Adina & Ayala bij de hand èn tròkken ze méé! De Áárde bééfde àlsòf zíj op Hèt Centrále Pùnt stònd òm úit èlkáár te bàrsten! De beide goden bleven staan & zeiden: "HET ÌS ÀL BEGÒNNEN! VLÙCHT, WANT UW LEVEN IS IN GEVÁÁR!
KÍJK NÍET ÒM ÈN STÁ NU NÈRGENS IN DE VALLEI STÌL! VLÙCHT DE BÈRGEN ÌN, ÀNDERS KÒMT Ú ÒM!" Tóen gingen de goden hùn éigen wèg òf ze lòsten òp ìn de lùcht, dàt vertellen die verhalen níet? Lòt stond we plotsklaps helemaal alleen voor met z'n eigen kleine gezinnetje! Hij vond het een slecht idee om de bergen in te gaan!
Hij wàs zo verstandig om die raad van de goden níet zomaar klakkeloos òp te volgen. Híj kènde de bergen: hij hoorde ze zó RÒMMELEN dat hij wìst dàt ze Vúúr gìngen spúwen! Híj Tròk zijn vrouw en kinderen mee, dóór de vàllei, i/d rìchting v/h stadje Tsohar, 'n gehucht van niks dat té ònbedúidend wàs òm de woede te wekken van de goden?
De aarde begon wóest te schùdden & 't geratel van ìnstòrtende gebouwen wàs dúidelijk te horen. Lot legde z'n armen om de schouders van z'n dòchters, bedèkte hun óren met z'n handen "NÍET ÒMKIJKEN!" riep hij!
Er steeg 'n groot gegil & gejammer òp vànàchter de stadsmuren, maar Lòt dwòng z'n dochters tot doorlopen terwijl de bergen rondom beginnen te roken! Hij keek opzíj & zàg dat z'n vrouw níet meer naast hem liep "VROUW! NÍET ÒMKIJKEN!" ~
't Wàs al té LÁÁT: zíj hàd òmgekeken, omdat ze níet in staat was die stad achter zich te laten ~ ze schijt voor straf i/d zoutpilaar te zijn veranderd die ze altijd àl gewéést wàs? Maar getúigen van dàt fenomeen zijn er niet, want Lòt nòch zijn beide dòchters keken naar haar òm. Óók ònder ònze tenten VÓELDEN Avraham & ik de aarde trillen & beven: we zágen die zwarte rook aan de horizon.
Avraham huilde & dacht ongetwijfeld aan de duizenden onschuldige kinderen van Sdom: op zeker moment werd 't 'm tévéél - hij klemde zich nu al aan mij vast als een kind aan z'n moeder en zei: "Mag de Almachtige Gòd, die hemel en aarde gemaakt heeft, níet vernietigen al wat hijzelf geschapen heeft?" 'Nee,' zei ik. 'Dàt màg hij niet.'
Mòr kwam er in augustus '69 z'n wederhelft tegen bij En Gedi later in Har El: kwestie van Ruchama als je 't goed bekijkt bijna 45 jaar?
Zo zie je maar hoe ook uit 't slechte 't goede kan voortkomen {& òmgekeerd} .........!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende