Hoe dan ook: alle woorden zijn woordspelingen?
Woorden 'bestaan' niet, net zoals 'g d' niet 'bestaat'. Het gaat om de betekenis, het gebeuren, 't doen!
Woorden zijn symbolen: ze staan voor iets anders, en de betekenis kan heel erg verschillen, uiteenlopen.
't Is een kwestie van 'worden': net als met kleuren, vormen. toestanden & 'evolutioneren' = veranderen.
Limiet komt van limes, grens/grenzen/begrenzen - iets wat ergens begint en eindigt, ontstaat & vergaat.
Hoewel is dus over de vertaling en de betekenis van allerlei bijbelpassages volop discussie is, zijn er maar
weinig auteurs die ontkennen dat Sjapo over de verhoogde Christos/Masjiach/Verlosser/Bevrijder schreef op een manier die doet concluderen dat hij hem als 'goddelijk' beschouwde. Het hangt er dus maar net van af welke vertalingen je gebruikt, wat jou al of niet aanspreekt, iets zegt, wat doet: in plaats van "Hij
die G d is, Christos, de gezalfde, masjiach, koning. priester, profeet, mens" kunnen we ook zeggen: "dat
uit hen [onze voorouders] die Genezer lijfelijk voortkomt: hij is door G d gezegend & vervuld van Geest".
Als alles wat er is uit g d voortkomt als oorspronkelijke eerste vader/moeder, dan is de schepping 'kind'!
't Commentaar bij de Willibrordvertaling van Romeinen 9,5 zegt hierover: "Dat Paulus elders de titel 'G d'
reserveert voor de Vader is geen bezwaar voor zo'n vertaling, omdat hij in talloze uitspraken, & met name in vele waarin hij Yehosjoea 'de Zoon' & 'de Heer' noemt, te kennen geeft dat "Mosjiach"/Christos al van
eeuwigheid 'bestaat' ~ 't gaat over die werkzaamheid {!} & ZO 'gelijke rang' met "G d" bezit, & oorsprong & doel is van zowel de schepping als de verlossing, niet als persoon of beeld, maar als zijn 'activiteit' ...
G ds genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen: zij leert ons dat we goddeloze & wereldse
begeerten [illusies, waanzin, hoogmoed, ijdelheid, trots, schijnheiligheid e.d.] moeten leren afwijzen, om zo bezonnen, rechtvaardig & ECHT vroom in deze wereld kunnen leven, in afwachting van het geluk waarop
we hopen: de verschijning van de majesteit van de grote G d & van onze redder Yesjoea, onze bevrijder ...
De wet van de Geest die in de Genezer Yehosjoea leven brengt [vrije energie, menselijke actie], heeft ons
zo dus ook bevrijd van 'de zonde & de dood'. Waartoe de wet ['t volgen van de geboden & regels] niet in staat was, machteloos als hij was door de wisselvallige menselijke zoogdiernatuur, dat heeft G d nu wel tot
stand gebracht. Vanwege de zonde, ons gebrekkig begrip, heeft hij als het ware bij wijze van spreken zijn
'eigen zoon' gestuurd als mens in dit beperkte, gebrekkige, pijnlijke tranendal tussen de andere planten &
dieren: ZO heeft hij in dit bestaan voor ons uiteindelijk [keer op keer] afgerekend met ons gebrek, opdat
in ons voortaan kan worden volbracht wat de wet voorheen al van ons eiste [in de tien geboden/woorden]!
Ons leven wordt dan niet langer alleen maar steeds weer beheerst door onze eigen zoogdierlijke vleselijke
natuur, maar door die Geest. Jullie kennen nu tenslotte de liefde die onze Heer Yehosjoea onze Verlosser
aan ons heeft gegeven door het voor te leven & daar de gevolgen van te dragen [ook voor ons]: hij was rijk, maar is omwille van ons arm geworden opdat wij door zijn armoede ook rijk zouden worden. Hij die de
'gestalte van g d had', hield zijn gelijkheid aan g d niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de ge-stalte aan van 'n slaaf & werd gelijk aan 'n mens. Beeld van G d, de onzichtbare, is hij, eerstgeborene van
heel de schepping, in hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten, alles is door hem en voor hem geschapen: hij is
het die staat voor alles & alles bestaat in hem/haar/het ~ 't hoofd van 't lichaam, de mensheid, 't leven!
De zin van het leven is in ons leven zelf: 't voorgaande heeft ons gebracht waar we nu zijn & dit leven nu is als 't voorspel van 't leven dat op komst is ~ geen wonder dat je iets dergelijks kunt herkennen in alle tijden en plaatsen onder alle mensen ~ het is een kwestie van beleven in vraag & antwoord, net zoals we
in- & uitademen, eten/drinken & 't ter bestemder plaatse deponeren als mest voor de toekomst - heel ons
leven is al dit opnemen & uitgeven, beweging & rust, opstaan, werken & weer slapen gaan & genieten van
de schoonheid die zich blijft ontvouwen ondanks/dankzij alles wat er is. Daarvoor schieten woorden altijd weer tekort, 't zijn maar hulpmiddelen net als de stokken en stenen die we kunnen gebruiken ten goede & ten kwade. 'n Kwestie van kiezen en delen tussen ontstaan & weer vergaan. Maar niet meer 'voor niks'.
