Kort
door de
mydibocht: ooit waren
alle Nederlanders nog Heidenen,
toen werden ze Roomskatholiek, daarna
bijna allemaal Protestants en/of
haast helemaal
'Niks'!
Driehonderd jaar geleden
benoemde Mat Gargon de Paus nog tot Antichrist
& de Islam als 'Groot Gevaar'!
Dat was dus ook de tijd van rijmgedichten,
houten zeilschepen die de wereldzeeen bevoeren & van Allerlei Grote Woorden vol Symboliek,
Diverse opkomende Zuilen, Kerken, Hoge Heren,
aanzwellende Verlichtingsgolven
& Shit
...
Nog
even een
'Sniklaasgedichtje' uit die
barre tijden vol van kinderziekten
& welig rondrazende {r}evoluties
her en der:
VISSCHERS-KOUT
TUSSCHEN PETRUS, EN JOHANNES,
OVER HET LIJDEN EN DE VERHEERLIJKING VAN JEZUS CHRISTUS,
VERKLAARD EN BETOOND, DOOR DEN HEER
MATTHEUS GARGON:
Twee Visschers,
en met een Vorst Jezus Afgezanten,
Die zingen hier by beurt het gantsch verlossingswerk,
Dat Jezus heeft volbragt voor zijn verkoore Kerk,
Om 't waar geloof by Jood en Heiden
voort te planten.
Petrus sprak:
"Johannes, zet u hier needer Op 't strand,
hier zien wy heen en weeder, De schepen zeilen in de glad-gekemde Zee:
Johannes, ik gedenk, wat voor weinig jaaren, Alhier, is weedervaaren,
Als ik den gantschen nacht, vergeefschen arbeid dee,
Wy wierpen 't net met groot verlangen, En hadden niet met al gevangen,
Maar als w'op uw bevel, 't net wierpen buiten boort, Dierbaare Jezus!
toen verscheurden onze netten;'T geen elk op 't hoogst ontzette:
Maar ik dacht, nimmer mensch
bragt zulke wond'ren voort.
Toen sprak hy:
wild uw visschen staaken,
Ik zal u Menschen-Visschers maaken,
Ik zag voor d'eerste maal den Heiland op deez' dag;
Als wy hem volgden na, en al om hem verlieten.
Juicht, springt, van vreugd, o vlieten!
Gy hoord, en zaagt het geen noit mensch
voor deezen zag."
Johannes zei:
"O Petrus! wat zijn na die jaaren,
Ons groote wond'ren weedervaaren!
'K ben opgetoogen, en kan geen geluid schier slaan,
Wanneer ik overpeins al Jezus wonderwerken, Die ons geloof versterken:
Maar 't lijden treft my meest,
dat hy heeft ondergaan.
Mijn Jezus!
wat al zwaare smerte gevoelde uw gewillig herte!
Wat schimp, wat leet, wat pijn, Vorst Jezus onderging!
Daar van, o Petrus, zijn wy oor- en oog-getuigen,
Men zag hem vaardig buigen Voor Vaders tooren,
daar hy was Gods Lieveling.
Zijn liefde is niet om na te speuren;
Hy quam voor ons op aarde treuren, Die in den Hemel had de hoogste Majesteit,
Hy steld zijn leeven voor al, die hy heeft verkooren,
Om niet te gaan verlooren.
Zijn neederdaaling voert ons op in heerlijkheid."
Petrus voer voort:
"My dunkt, ik hoor mijn Heiland zuchten,
In 't hof, daar onze zonde-vruchten Hem vreeslijk persten.
Ach! ik zie de dropplen bloet, Met zweet en traan gemengd, langs 't heilig aanzicht daalen.
'K hoor hem zijn bee herhaalen, Hy vald Gods gramschap
met deemoedigheid te voet.
Ik beef, mijn herssenen bedwelmen.
Ach! Ach!, daar koomt een hoop van schelmen,
Zy slaan de handen aan het onbevlekte Lam.
O Judas! hellewicht, komt hy uw Heer verraaden?
Voor u is geen genaaden, Dat gy hem overgeeft,
die uit den Heemel quam."
Even
een pauze
voor een kopjen koffie
& de VPRO op de radio!
Misschien tot straks of
later: er is een tijd
voor alles onder
de zon ook al
schijnt ze
niet
...
