myDimonologen Achter Het Bloedmooie Rode Raam ...
~*~
Ik
sta na
weer wat opgeruimd
te hebben uit te kijken
aan het raam en zie de wintertuin
daar liggen:
het maakt gelukkig
om hier binnen zo te staan
zoals een koe staat in de warme stal
en ook de zeug met biggen:
niet neer te liggen en altijd het overheersen
en de meerderheid van anderen
te voelen,
maar
om zelf neer te kunnen zien
als uit een toren met een eigenwijs gezicht
hoog opgericht in zonnelicht!
De storm is weer gaan liggen en ik zie al in mijn geestesoog
het voorjaarsgroen in bos en veld met alle mensen in het wit
en denk hoe ik dat ook nog graag zou willen doen:
zo snel en wit bewegen tussen 't groen?
En ook het bos is nu al stil en diep vandaag met vreemde kronkels
als een brandend braambos met de ranke berken als giraffehalzen ~ de grond ruikt nu al goed
en sappig staat en ligt al her en der het malse donkergroene met sterretjes bezaaide mos.
Nog liever dan te blijven in dit lage land
blijf ik nu opzien naar de hoogste toppen
en ik voel mezelf ook zekerder en hoger als ik daar naar kijk ...
De lucht gloeit witte wolkenzomen aan de donkre pluimen van mijn verstand voorbij:
ik droom maar
wat?
De
toppen van
de bomen wiegen
elk afzonderlijk en allen tegelijk:
ik kan ook verder gaan en op de ruime tafelbergen van het licht rondzwerven
of als een loper in de woeste sneeuw,
maar ik wil mij nu nog vandaag niet al te eenzaam maken,
liever ging ik op weg naar innerlijke velden
en zie de mensen naadren als die zoon van mij uit Helsinki vertraagd door wilde Europese stormen
en zijn moeder die moest blijven overnachten
in Groot Mokum oftwel 't Oude
Amsterdam!
En
zie dat
alles gaat voorbij
en het komt ook weer nader
om zich daarna te verwijdren,
ik vang hun blikken en hun woorden op
als in een snel doorgronden en uitwisselen van indrukken
als in een spel van speelse ballen die zich heen en weer bewegen ...
En, onder ons gezegd of ook gezwegen, dat na de stress komt ons glimlachend blijven,
even nog,
en weten dat het goed is hier te lopen en te staan,
soms onderdrukt door angst of traan,
maar daarna weer met beide benen, voeten op de grond en in de open lucht bevrijdend handen,
armen, ogen te bewegen ...
Straks,
na dit winterse,
of meer nog herfstachtige, verpozend, rusten der natuur
gonst vast wel weer al spoedig onze bij naar binnen en raakt al zwevend even aan de bloem die siddert met zijn zoete kelk,
maar die zij dan onaangeroerd laat staan?
Want zij vindt kersen en een zachtrood meer van sap waarover zich een brug heenwelft,
de groene kersensteel!
Waarop een druppel blinkt als een robijn
waar zij zich heen beweegt en gulzig
zuigt zich vol!
't Is
schoon om
nu zo stil dit alles
aan te zien en weg te dromen
en onafhankelijk ervan te zijn.
Ik weet wel hoe ik diep vanbinnen in mijn hart verbonden ben aan deze wereld,
maar ik wil haar toch alleen maar slechts glimlachend keer op keer teder beminnen
en met een altijd reeds gereedstaand onvermoed verweer beschouwen:
ik wil iets in mijzelf behouden en bewaren,
overhouden van wat niet van HAAR is,
dat ik moet beschermen omdat het voor een Ander is,
die ik nu nog niet ken,
dat ik dan aan haar of hem geven kan
als hij/zij komt en ik jou niet meer zo hoog nodig heb,
o woeste, warrige en
wilde wereld?
Misschien
zal ik op 't allerlaatst
nog wel willen bekennen
dat jij OOK hem en haar was,
dat wij van elkaar zijn,
en misschien is dit de heimelijke reden
waarom ik mij toch telkens weer door jou laat overhalen
om ZO WEER op te gaan in het bekoren en 't overreden zodat ik bijna in jouw zoetheid
voor eeuwig kan
verdwalen?
Ik
sta te
dromen aan het
tijdloos raam dat uitzicht geeft op alle dingen die er waren,
zijn en zullen worden!
Ik
wil het
niet en wil
het wel, daarom dit
zacht verweer van woorden die hun eigen
netten spinnen om
dit alles
heen
...
@
Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende